De es en de wind

Ze zijn toch hopelijk niet ziek? Hier en daar dwarrelt een groen blad naar beneden, maar geen herfstkleur te zien. Een es sluit het jaar wat anders af dan de meeste bomen en struiken. Dat zou komen door zijn liefde voor de linde.

Groene essenbladeren (Rob Vereijken)

In vrijwel alle boeken staat dat in de herfst de bladeren verkleuren naar geel, rood of bruin. Doordat het bladgroen uit het blad gaat, neemt het de kleur aan van de overgebleven kleurstoffen. De es wijkt hier duidelijk van af. Je ziet weinig veranderen aan de bladeren en binnen een korte tijd vallen ze groen naar beneden. Vaak gebeurt dat vrij vroeg in het najaar, terwijl beuken en eiken zich nog met bonte kleuren tooien.

In het najaar laat de es vrij snel zijn blad vallen, maar in het voorjaar is hij er juist zeer laat bij. Pas in mei komt de boom in blad. Eén blad bestaat uit twee rijen kleinere deelblaadjes met aan de top een eindblaadje.

Als we de verhalen geloven, komt de bladval en bladvorm door de liefde van de es voor de linde. Toen de linde de eik aantrekkelijker vond, werd de es ontzettend verdrietig. In eerste instantie vergat hij in het najaar zijn blad los te laten. Dat gebeurde pas toen de koude noordenwind zijn bladeren in stukken scheurde en van de boom blies. Hij is toen zo geschrokken van de wind, dat hij in het najaar de bladeren al los laat voor de echte kou komt en in het voorjaar pas bladeren maakt als de kou zeker niet meer terugkeert.

De grote dofzwarte knoppen – ook wel bokkenpootjes genoemd – lopen pas uit nadat de boom al in bloei staat. Echt fleurig zijn de bloemen niet, omdat ze geen kroon- en kelkbladeren hebben. Het verspreiden van het stuifmeel gebeurt door de wind. Dat kan natuurlijk ook nog prima in april en begin mei, omdat de boom toch nog geen blad heeft.

Nu zijn de essenvruchtjes klaar, die bestaan uit een zaadje met een langwerpige vleugel. Ze komen als een propeller naar beneden. Ook hierbij speelt de wind weer een grote rol. Vaak blijven de vruchten overigens de hele winter in een bosje aan de takken hangen.

Essen worden enorme bomen. In onze omgeving groeien ze vooral in wat vochtige gebieden, bijvoorbeeld in de beekdalen. Niet altijd liet de mens de boom een hoogte van wel 35 meter bereiken. Essen werden ook gebruikt als hakhout. Je maakte er een soort knot-es van. De boom liep zeer krachtig uit met gladde, grijsgroene takken. Deze nieuwe uitschieters werden gebruikt als schopstelen en bonenstaken.

Bij ons in de stad zijn essen vooral aangeplant als laan-, park- of pleinboom. Ze worden al heel snel beeldbepalend. Door de open kroon laten ze toch nog veel licht door. Maar in smalle straten is niet iedereen blij met de grote bomen, omdat de snel uitdijende stammen parkeerplaatsen en trottoirs in de verdrukking brengen.

Weggewaaide essenzaadjes komen op de meest uiteenlopende plekken terecht, waardoor essen ook op in kleine stadstuintjes kunnen opduiken. Zolang de buren er geen problemen mee hebben, kan de buurt er wel tweehonderd jaar van genieten. Maken ze er een hakhout van, dan mogelijk nog een eeuw langer.

We hebben eigenlijk nog geen echte herfststorm gehad die de bladeren van de takken rukt. Daardoor zit er nog relatief veel blad aan bomen, ook bij de es. Binnenkort zingen de kinderen weer uit volle borst: ‘Hoor de wind waait door de bomen’. Als de es dat hoort, laat hij bij deze aankondiging van de koude noordenwind zijn laatste bladeren vast snel vallen.

Deel deze pagina