De stad is een kolonie van een zeer bijzondere soort, die in deze rubriek nog niet besproken is. Het gaat om de mens, die denkt dat hij, door het reizen en de media, steeds meer begrijpt van de wereld om hem heen. Met alle invloeden van buitenaf wordt het eigenlijk steeds moeilijker om alles goed te doorzien en te doorvoelen.

Binnen de mensenmaatschappij staan ook leiders op die macht en geld belangrijk vinden. Doe mee en je hoort erbij. Maar hebben zij het wel goed met ons voor? Ik sta stil bij een mens die juist zulke vragen stelde, omdat hij merkte dat de mens, de natuur en de aarde lijden onder de leiders. Ik heb het over Henk Kuiper die op 1 april overleed.

Henk Kuiper stond voor de diepere waarden van het leven (foto Marlieke van Woerkom)

Henk Kuiper is bij velen bekend van zijn eigen land Huttonia, waar je bevrijd was van de consumptiedwang, en van de actie rondom de oude lindeboom op de Heuvel. Hij genoot van de natuur en was ook één met de natuur. Hij voelde die oneindige natuurkracht om hem heen in al zijn poriën. De natuur in de stad had een speciale plek in zijn hart. De enorme overlevingskracht van de grote weegbree en het liggend vetmuur tussen de staatstenen, de verrassende opkomst van de gaai in de stad of een kleine vuurjuffer bij de stadstuinvijver, deden hem steeds weer verwonderen. Dat enthousiasme sloeg ook meteen over naar de mensen die hij meenam op zijn speurtochten.

Dat die natuurlijke algemeenheden toch heel bijzonder zijn, beschreef hij – naast een uitgebreid boek over de linde – ook in twee boeken over stadsnatuur. Door het boek ‘Piushaven, levende have’ kwam er bredere belangstelling en begrip voor de natuurwaarde van dit gebied. Dat de kademuren bij de nieuwe inrichting en bestrating vrijwel onaangetast zijn gebleven, is toch een positief resultaat van zijn inspanningen. Ondertussen zijn de muren zo rijk aan zeldzame varens, dat de stad hier trots op mag zijn. Kijk ook zelf eens een keer langs de muur naar beneden en je hebt grote kans dat je blik valt op een muurvaren, tongvaren, zwartsteel of steenbreekvaren.

In ‘Tilburg, daar leeft meer dan je denkt’ beschrijft Henk allerlei wijken met de plantaardige en dierlijke medebewoners. Hij nam scherp waar en ontdekte broedende scholeksters op platte daken in de wijk Jeruzalem, aan de Stappegoorweg en in de Reit. Op die laatste plek zochten de vogels regelmatig voedsel op het sportveld van het Theresialyceum.

Vanuit zijn flat aan het Abdij van Rijnsburgplein keek hij in oostelijke richting naar dit gebied met veel groen langs het spoor. De afgelopen jaren werd heel duidelijk dat de gemeente geen oog had voor deze groene corridor, waarlangs allerlei dieren tot in het centrum van de stad konden komen. Er kwam woningbouw in de Bokhamer, kunstgrassportvelden voor zijn deur, een tunnel onder het spoor en het Van Gend&Loos-terrein werd aangepakt. Dat laatste gebied was voor hem het meest unieke stukje natuur in Tilburg.

Tijdens de begrafenis van Henk Kuiper opperde de Tilburgse stadsdichter Jasper Mikkers een naam voor het mogelijke nieuwe park op het oude rangeerterrein: het Henk Kuiper-park. Maar als dat park ook daadwerkelijk wordt aangelegd op het zuidwestelijk deel met nu nog de heksenmelk, rozen, knopsprietjes, sikkelsprinkhanen en het duizendguldenkruid, dan verwacht ik dat Henk uit boosheid uit zijn as zal herrijzen.

De soort mens richt zijn eigen leefomgeving in. Maar we kunnen proberen om, net als Henk, open te staan voor de verbondenheid met de natuur en het alles om ons heen. En genietend van die werkelijke diepe waarden vieren we dan met elkaar het nieuwe leven onder een oude lindeboom.

Deel deze pagina