Index

(klik op de naam van het hoofdstuk voor een directe link)

Intro

Nieuwe KNNV projectgroep opgericht met als doel: de Kerkuil weer terug op Voorne en Putten.

Wat doet de nieuwe kerkuilenprojectgroep?

Oproep van de kerkuilenprojectgroep:

De kerkuil (Tyto alba; lengte 34 cm, gewicht 300-400 gram)

 

Intro

Toen in november 2010, na een vogelwerkgroep vergadering, een aantal leden besloten om een Kerkuilenwerkgroep op te richten hadden we geen idee welk
een vlucht dit zou nemen.
Op 8 november 2010 hebben we de eerste vergadering gehouden in het bezoekerscentrum Tenellaplas. Tijdens deze vergadering zijn een aantal
spelregels afgesproken en op papier vastgelegd.
De huidige werkgroep bestaat uit de volgende leden:

Sjaak Lobs - voorzitter.
Adrie v.d. Heiden - notulist/ aanspreekpunt.
Gerda Hos - PR zaken.
Jan-Alewijn Dijkhuizen - lid
Jan Snoeij - lid
Ed v.d. Spoel - lid
Ger Maatkamp - adviseur

 

 

Tijdens de vergadering van november 2010 werd voorgesteld om te proberen
een stukje in de plaatselijke bladen te krijgen. Deze stukjes in de lokale bladen
hebben er zeker toe bijgedragen dat mensen bewuster naar uilen zijn gaan
kijken. Het eerste stukje leverde ruim 60 reacties op, niet allemaal bruikbaar
maar toch.

We zijn nu 8 jaar verder. Er hangen inmiddels 59 nestkasten voor Kerkuilen
verdeeld over het eiland. In 2011 was er het eerste broedsucces. In twee
nestkasten werden 6 jongen uitgebroed. Hoewel er één jong het niet overleefde
was het toch een groot succes. Zeker als je in acht neemt dat het soms vele
jaren kan duren voor er een uilenpaar tot broeden komt.
Een succes waar we als werkgroep wel stilletjes op gehoopt hadden maar wat we
zeker nog niet verwacht hadden. Mede omdat er na de oprichting enkele
behoorlijk negatieve reacties binnenkwamen op ons voornemen.

 

 

Nieuwe KNNV projectgroep opgericht met als doel: de Kerkuil weer terug op Voorne en Putten.

 

 

Vanuit onze Vogelwerkgroep zijn 7 enthousiaste vogelaars bezig om de kerkuil weer op Voorne en Putten te herintroduceren. Uit onderzoek is gebleken dat er maar twee broed gevallen voorkomen op Voorne en Putten, dus het is slecht gesteld  met deze prachtige nachtvogel. Op het eiland Goeree en Overflakkee en de Hoeksewaard komen enkele tientallen broedgevallen voor en dat willen wij hier ook bereiken. DE KERKUIL MOET WEER TERUG OP VOORNE PUTTEN!



 

 

Wat doet de nieuwe kerkuilenprojectgroep?
Deze vogelaars gaan de komende winter op pad om te proberen zoveel mogelijk nestkasten te plaatsen bij veehouders, tuinders en particulieren die interesse hebben om zo’n kast te plaatsen. Er moet wel aan een aantal criteria voldaan worden: namelijk een overkapte schuur of een schuur waar deze vogel vrij in en uit kan vliegen zonder veel hinder van bomen en verkeer.
Mocht er een kast geplaatst worden dan is de kans dat er een broedgeval in komt. De vogelgroep wil deze jongen gaan ringen. Zo kunnen we de levensloop van deze vogels volgen via “ring terugmelding“. Dit kan uiteraard alleen bij de dood van de vogel. De werkgroep is ook geïnteresseerd in de braakballen, wanneer een kast bezet is. We verzamelen deze braakballen om later door de zoogdierenwerkgroep te laten pluizen, zodat  we aan de weet komen wat deze uilen zoal eten en welke soorten muizen er in de buurt voorkomen.

Klik hier voor informatie over braakballen pluizen

Oproep van de kerkuilenprojectgroep:
Hierbij doen wij een beroep op mensen die interesse hebben om een nestkast te plaatsen, of vermoed u dat u een kerkuil gezien heeft, neem dan contact  met de “KerkuilenprojectgroepVoorne en Putten“,
Tel  0181-639826  of Email adres: a.vander.heiden@hetnet.nl
                         
Wij maken dan met u een afspraak, zodat wij langs kunnen komen of de mogelijkheid aanwezig is om zo’n kast te plaatsen. Dit natuurlijk geheel in overeenstemming met de betrokkenen.


De kerkuil (Tyto alba; lengte 34 cm, gewicht 300-400 gram)

Sinds een aantal jaren heb ik iets met uilen. Vraag me niet waarom! Ze zijn niet aaibaar en ook niet echt overdag zichtbaar. Dus wat heb je er aan? Maar ze hebben wel iets mysterieus en stralen ook een zekere wijsheid en onverstoorbaarheid uit.
Ze leven hoofdzakelijk ’s nachts, vliegen geruisloos, kunnen de kop ¾ draaien en je hierdoor aankijken terwijl je achter ze staat. En dan die lugubere kreten en ijselijke gillen, daar krijg je pas echt kippenvel van!
Al met al toch wel een interessante vogel!
Begin december kreeg ik van iemand in Tinte te horen dat ze een kerkuil in de open schuur hadden zitten en even daarna kwam er een melding binnen van een paartje kerkuilen in een oude schuur. Van opwinding ging mijn bloed sneller stromen, want dat was heel dicht bij ons huis. Deze melding heb ik gelijk doorgegeven aan de in november 2010 opgerichte “Kerkuilenprojectgroep”. Zij willen de kerkuil, een Rode Lijst soort (= een soort, die extra aandacht en bescherming verdient) helpen door nestkasten in geschikte schuren te plaatsen.

Hoe herken je deze “vogel van de nacht”?
Hij is groter dan een kraai, met een grijs gespikkelde oranje rug en een licht geel/oranje buik. Het opvallende hartvormige gezicht is wittig en heeft grote zwarte ogen, die 100x beter zien dan mensenogen. Verder heeft deze vogel een kromme snavel. Onzichtbaar zijn de grote oren met aan de voor- en achterkant oorkleppen, die kunnen bewegen als de oren van een hond. De ooropeningen liggen asymmetrisch. Hierdoor kan de uil de beweging van een muis prima
volgen. Door deze goede ogen en oren is de kerkuil een prima jager. Met de grote klauwen vangt hij vooral veldmuizen, ratten, kikkers en soms zelfs vogels en vleermuizen. De prooi wordt in zijn geheel opgegeten en de onverteerbare delen worden 1 à 2 keer per dag als braakbal uitgebraakt. Hierdoor, en aan de witte poep, ontdek je dat je een kerkuil in je schuur hebt. De vleugels hebben een spanwijdte van bijna een meter. Hiermee kunnen ze makkelijk zweven en met een lage snelheid (15-20 km/uur) vlak boven de grond prooidieren zoeken.
Deze eigenschap heeft ook een groot nadeel, want vaak jagen ze op muizen in bermen van wegen en worden dan soms doodgereden. Verder hebben ze lange poten.
Ze houden van open en half open gebieden en bezitten een territorium. Vroeg in het voorjaar (maart, maar soms al in februari of eind januari) laat het mannetje van zich horen door ijselijke kreten te produceren. Zo geeft hij zijn territorium met nestplaats (in een open schuur van een boerderij, holle boom, kerk, molen, oud gebouw) aan en hoopt zo een vrouwtje te verleiden. Heeft hij een vrouwtje gelokt dan volgt de balts. Beide vogels vliegen snel achter elkaar aan en laten vleugelgeklap horen. Ze kiezen een partner voor het leven, maar elk jaar baltsen ze weer om de ontwikkeling van eicellen te stimuleren. Als bruidsgeschenk zorgt het mannetje voor een lekkere vette muis. Iets fijner is er voor het vrouwtje niet denkbaar!

Er wordt gepaard en gepaard en pas na 6 weken wordt het eerste witte ovale ei gelegd in een nest van platgetrapte braakballen.
Al dagen voor dit heuglijke feit verblijft het vrouwtje in het nest en sleept het mannetje zich rot met muizen om ervoor te zorgen dat ze lekker vet wordt. Is het eerste ei gelegd dan begint ze gelijk met broeden. Alleen het vrouwtje broedt en verzorgt de jongen. Het mannetje zorgt voor het eten en elke keer als hij met voedsel naar het nest komt wordt er gepaard. Er worden, afhankelijk van het voedselaanbod, 4-7 eieren gelegd. Krijgt het vrouwtje echter te weinig voedsel, dan verlaat ze uit zelfbehoud het nest en zorgt dan dus niet voor nageslacht. Tijdens de broedtijd verlaat het vrouwtje slechts 2 à 3 keer per dag het nest om zich uit te rekken en te poetsen.
Gaat alles verder naar wens dan komt na 5 weken het eerste uilskuiken uit het ei. Het weegt ongeveer 14 gram, is 5 cm lang, heeft alleen wat dons op zijn lijfje, is hulpeloos en heeft gesloten ogen. Met tussenpozen van 2 dagen komen alle jongen uit en wordt het super druk voor pa kerkuil. De jongen worden gevoerd met stukjes vlees. Is er te weinig voedsel dan sterft het laatste jong en dient als voedsel voor de broertjes en zusjes. Ja, de natuur kan erg wreed zijn maar zorgt er zo wel voor dat er toch nog jongen groot worden. Na 3 weken eten ze al kleine prooidieren zoals spitsmuizen.
Op dag 20 gaan de ogen open en begint de hartvormige gezichtssluier vorm te krijgen. Ook krijgen ze al veren en na 8 weken gaan ze vliegoefeningen doen. En een week later vliegen ze uit. Maar ze blijven nog wel in de buurt van of in het
nest. Met 10 weken zijn ze zelfstandig en begint er een gevaarlijke tijd voor de kleintjes, want ze moeten zelf voedsel gaan vangen en een territorium in de buurt van het ouderlijke nest zoeken. De sterfte in deze eerste 3 à 4 maanden is dan ook erg groot. Tegen het einde van het eerste levensjaar zijn ze geslachtsrijp.

Is het een voedselrijk jaar dan volgt er nog een tweede en soms zelfs een derde legsel.
Het kerkuilen paar blijft het hele jaar in de omgeving van de broedplaats. Alleen bij strenge winters en perioden met weinig voedsel gaan ze zwerven. Is het slecht weer (harde regen, wind, sneeuw) dan vangen ze buiten niets en zoeken hun heil in schuren. Daar is vaak nog wel een muisje te vangen. Er is ontdekt dat kerkuilen met 6 jongen per nacht wel 40 muizen verorberen. Dat is bijna 3000 muizen per broedsel. Daar kan geen gif of val tegenop.
Het gaat helaas (nog) niet goed met de kerkuilen. Er worden er veel doodgereden en hun leefomgeving en geschikte nestplaatsen verdwijnen steeds meer. Ook voedselschaarste (ze kunnen slechts 5-8 dagen zonder eten) en koude winters met veel sneeuw eist zijn tol onder deze prachtige dieren. En dan sterven er ook nog veel uilen door het eten van vergiftigde muizen en ratten. Maar daar kunnen we iets aan doen!
Buiten de mens hebben ze niet veel natuurlijke vijanden. Alleen voor de havik en de steenmarter moeten ze oppassen.
Aan ons nu de taak te zorgen dat het beter gaat met deze dieren. Dit kunnen we doen door nestkasten te plaatsen, het maken van vliegopeningen in schuren en gebouwen, geen gif te gebruiken om knaagdieren kwijt te raken en te zorgen voor houtwallen, heggen en rommelhoekjes om muizen juist te lokken.
Op 21 december vorig jaar zat er ineens een kerkuil in onze tuin en nu ik deze prachtige vogel in het echt gezien heb, weet ik waarom ik iets heb met uilen en waarom we er alles aan moeten doen om ze te beschermen. En wist ik gelijk waar mijn “stukje” over moest gaan.
Mocht u een uil (hoeft niet persé een kerkuil te zijn) in de schuur of tuin hebben geef dit dan even door aan de “Kerkuilenprojectgroep” t.n.v. A. van der Heiden, tel. 0181-639826 of stuur een mailtje naar a.vander.heiden@hetnet.nl.

Namens de uilen alvast hartelijk dank.
Gerda Horst, Tinte

Deel deze pagina