Ringslangenexcursie naar Muiden op 9 april 2016

“Soms gaan natuur en sport heel goed samen”

Rond 9:30 uur verzamelde de club van 8 personen  zich in Brielle om vanaf hier door te rijden naar Muiden. Hier ontmoetten we Ingo Janssen, projectleider bij Ravon, die vandaag onze gids zou zijn. Het zou ideaal weer worden om ringslangen te zien en hij verwachtte er dan ook minstens 20. Na eerst een kopje koffie gedronken te hebben zijn we aan de wandeling begonnen. We kregen de instructie om uit te kijken naar ‘hondendrollen’ waar de slangen op lijken als ze opgekruld liggen te zonnen. Zodra we er één zagen moesten we er bovenop duiken voordat hij tussen de stenen verdween. Met het Muiderslot en het eiland Pampus in de verte struinden we de dijk af. De bramenstruiken waren perfecte locaties voor ringslangen. Ze liggen goed beschut, maar krijgen voldoende zonlicht om op te warmen. Binnen een uur was het raak en vond Ingo het eerste exemplaar. We verzamelden ons rond Ingo om de slang goed te kunnen bekijken. Zodra we dichtbij kwamen roken we een onaangename geur. Ingo legde uit dat deze stank (een combinatie van wiet, knoflook en rotte vis) een afweermechanisme is van de ringslang. Hij heeft namelijk geen gif en zijn beet kan voor mensen geen kwaad, dus doet hij eerder alsof hij dood is. In combinatie met de ontbindingsgeur was dit een overtuigend toneelspel. Van dit mannetje (te onderscheiden van de vrouwtjes aan de verdikking bij de staartbasis) werd vervolgens de lichaamslengte en staartlengte gemeten. Ook werd het buikpatroon gefotografeerd dat net als een vingerafdruk bij de mens uniek is per ringslang. Nadat iedereen in de groep hem goed van dichtbij had bekeken kon hij weer terug de natuur in. De slangen die we in de uren daarop vingen waren allen mannetjes. De variatie tussen de individuen was goed te zien. Met name het patroon, de lichaamskleur en de kleur van de halsring, waar de soort zijn naam aan te danken heeft, verschilde per slang. Omdat de mannetjes een stuk kleiner zijn dan de vrouwtjes hoopten we nog een vrouwtje te vinden of een paring tegen te komen. Dit laatste hebben we helaas niet kunnen aanschouwen, maar gelukkig vonden we op de terugweg een flink vrouwtje van zo’n 85 cm. Dit was vergeleken met de mannetjes nogal een verschil en vooral Ingo was blij dat wij diverse ‘uitvoeringen’ van de ringslang hebben kunnen zien. Rond 16:30 uur waren we weer terug bij het startpunt met een eindstand van 10 stuks, waarvan we er 6 hebben kunnen vangen. Al waren het niet de 20 die Ingo had verwacht, was het een zeer geslaagde excursie met mooi weer, een leuke groep en een uitstekende gids.

 

 

Deel deze pagina