Index

(klik op de naam van het verslag voor een directe link)

Broedvogelinventarisatie van De Blanke Waal 2015

Broedvogels Westplaat 2015

BMP verslag 2015 Groene strand

Jaarverslag Ringen 2014 Berenplaat

Verslag winterroofvogeltelling 2015   Dit verslag heeft een relatie met totaal overzicht in excel, klik hier

Winterroofvogeltelling 1997/2013    Dit verslag heeft een relatie met totaal overzicht in excel, klik hier

Verslag Euro Birdwatch 2014

Ringverslag Parnassiavlak Voornes Duin 2009 t/m 2013 Mededeling 239 Hans op den Dries

Wintervogeltelling, wat houdt dat in en waarom

Verslag van de Ganzenexcursie op Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland op zaterdag 17 december 2011.

Jaarverslag Vogelwerkgroep 2011

EuroBirdwatch 2011

Trekvogelexcursie naar Westkapelle

Beningerslikken 25 jaar geteld

Winter roofvogeltelling Voorne-Putten 2011

Verslag 25 jaar broedvogelinventarisatie Beningerslikken

Broedvogelinventarisatie 2010 gebied ten noorden van de Duinstraat tussen bezoekerscentrum Tenellaplas en de Sipkesslag

Broedvogel inventarisatie De Lagune en Het Groene Strand 2010

Broedvogelinventarisatie 2010 Landtong Rozenburg

Broedvogelinventarisatie Scheelhoekbos 2009

Broedvogelinventarisatie van De Kleine Beer 2009

 

Broedvogelinventarisatie van De Blanke Waal 2015

Het terrein Blanke Waal (6 ha.) ligt ten zuiden van Zwartewaal. De Blanke Waal is een grootwiel en het weidegebied er omheen is een rust- en voedselgebied voor overwinterende eendensoorten zoals de smient. Het natuurgebied is te overzien vanaf de Kraakweg en Ooievaarsdijk.
Voor het verslag klik hier

Broedvogels Westplaat

Een langgerekte strook kunstmatig aangelegd duinterrein, met daaraan grenzend een schor, slikken en zandbanken/strand.
Voor het verslag klik hier

BMP verslag 2015 Groene strand

Jaarlijks wordt bij het Groene Strand bij Oostvoorne een broedvogel inventarisatie gemaakt. De inventarisatie richt zich voornamelijk op de grondbroeders bij de lagune. Klik hier voor het verslag van 2015.

Ringverslag C30 Berenplaat- verslag 2014

Ook dit jaar hebben we weer alle 12 periodes geringd. Er is er zelfs één extra gedaan CES-8.1 viel mooi tussen twee periodes in.
Jammer is wel dat ik 4 periodes alleen moest ringen omdat het zaterdags slecht weer was. Arend en Eveline kunnen alleen op zaterdag omdat ze beiden een
baan hebben.

Gelukkig kon Linda zich een keer vrijmaken van haar studie en met mij mee gaan. Die morgen zagen we een Bosuil op een verkeersbord zitten.
Het risico wat je loopt als je alleen moet ringen is als er een “flock” in het net komt. Zo’n rondtrekkende groep kan wel uit 20 of meer vogels bestaan.
Ze moeten uit het net gehaald worden, op soort gebracht, gemeten, gewogen en ingeschreven worden. Dit alles vergt veel tijd, te veel als je alleen ben.
Terwijl je met de “flock” bezig ben vliegen er weer andere vogels het net in.

Voor het volledige verslag klik hier

Verslag winterroofvogeltelling 2015

In het weekend van 10 en 11 januari 2015 zijn voor de negentiende achtereenvolgende keer, op het eiland Voorne-Putten, de winterroofvogels weer geteld. Ook nu hebben bijna alle leden van de vogelwerkgroep en enkele andere KNNV-leden deelgenomen aan deze activiteit.

Misschien kan nu wel gesproken worden van het slechts denkbare weer tot nu toe in al die teljaren. Natuurlijk was enkele jaren geleden die dag met mist nog erger, het zicht was toen echt minimaal, maar op de zondag kreeg iedereen een perfecte herkansing. Ook dit jaar was de zaterdag het slechts. De harde wind (tot kracht 8) ging in de middag gepaard met redelijk veel regen en de zondag was de wind nog steeds aanwezig, maar de zon liet zich zowaar het grootste deel van de dag zien. De temperatuur lag daarentegen wel 5 graden lager, namelijk rond de 5°C.

Voor het volledige verslag, klik hier  Dit verslag heeft een relatie met totaal overzicht in excel, klik hier

Verslag Euro Birdwatch 2014

Voor de 19e keer werd afgelopen najaar in Nederland een (Euro) Birdwatch werd georganiseerd door Vogelbescherming Nederland op de eerste zaterdag van oktober. En in het weekend van 4 oktober 2014 waren ook in 36 andere Europese en Centraal-Aziatische landen (door evenveel BirdLife-partnerorganisaties) duizenden vogelaars en andere geïnteresseerden actief om zoveel mogelijk (trek)vogels te tellen. Dit geheel werd gecoördineerd door de Luxemburgse zusterorganisatie. De Nederlandse activiteiten tijdens dat weekend zullen in dit verslag worden beschreven, alsmede een korte samenvatting van de Euro Birdwatch in overig Europa.

Lees hier het gehele verslag

Ringverslag Parnassiavlak Voornes Duin 2009 t/m 2013 Mededeling 239 Hans op den Dries

Jaarlijks, vanaf 2000, worden door leden van de Vogelwerkgroep van de KNNV afdeling Voorne op het Parnassiavlak in het Voornes Duin vogels geringd. Het gebied is in beheer bij het Zuid-Hollands Landschap. De organisatie die betrokken is bij het ringen, is het Vogeltrekstation.
Dit verslag heeft betrekking op de periode 2009 tot en met 2013.
In de periode tot 2010 is er voornamelijk onder leiding van Adrie van der Heiden geringd met als mede-ringer Hans op den Dries. Door omstandigheden is er in 2009 vier maal en in 2010 slechts één maal geringd.
Vanaf 2011 is door Hans op den Dries het ringen, dankzij versterking van een groep enthousiaste helpers, weer helemaal opgepakt.
Hierdoor is er in dit verslag vooral gefocust op de seizoenen 2011, 2012 en 2013.

Lees hier het gehele verslag

Wintervogeltelling, wat houdt dit in en waarom?
Al sinds vele jaren worden er in Nederland, vanaf september tot en met april van het jaar daarop, in veel gebieden watervogeltellingen gehouden.
Deze tellingen worden gecoördineerd door SOVON Vogelonderzoek Nederland (*).

Klik hier voor eenlinknaar de  pagina monitoring winter en trekvogels van SOVON

Nederland is bij uitstek geschikt voor watervogels.
Door middel van watervogeltellingen worden objectieve gegevens verzameld over aantallen, verspreidingen en veranderingen daarin. Het landelijke project vindt plaats in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring en wordt ondersteund door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (E.L en I), het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I en M), en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De tellingen worden uitgevoerd door een groot aantal waarnemers van vogelwerkgroepen, beherende instanties, provincies en instituten.
Er worden maandelijks tellingen uitgevoerd in monitorgebieden (alle watervogelsoorten in Rijkswateren en overige Vogelrichtlijngebieden), pleisterplaatsen (ganzen en zwanen) en in januari de Midwintertelling.

Om deze tellingen goed te kunnen uitvoeren moet duidelijk zijn wat de grenzen van de gebieden zijn. Heel Nederland is daarom ingedeeld in afgebakende gebieden. Soms zijn de grenzen wegen, soms waterwegen en soms dijken of gewoon dwars door weilanden. De gebieden hebben een nummer gekregen en deze zijn via de coördinator van SOVON op te vragen.

Wintervogeltelling in de sneeuw

Naast deze Watervogeltellingen worden er, door dezelfde groep mensen, vanaf oktober tot en met maart het jaar daarop eenmaal per maand alle vogels geteld. Dit gebeurt dan in een groter aantal gebieden in het weekend het dichtste bij de 15e van de maand. Deze tellingen worden in principe op dezelfde manier uitgevoerd en worden Wintervogeltellingen genoemd. Er zijn overigens meer mensen die de Wintervogeltellingen uitvoeren dan de Watervogeltellingen. Dat heeft voornamelijk te maken met de tijd die men er extra aan kwijt is, waardoor deze mensen zich “beperken” tot de Wintervogeltellingen.

Een aantal leden van onze VWG doet ook aan deze tellingen mee. Het gaat dan om gebieden die op Voorne-Putten liggen.
Het is met deze telling de bedoeling dat je alle vogels telt die in het betreffende gebied aanwezig zijn, of op enige wijze gebruik maken van dat gebied. Daarnaast moet de teller proberen een gebied uit te zoeken die hij voor een langere periode kan tellen. Daarbij is het niet onverstandig om de omvang van het gebied en/of het aantal van de gebieden zorgvuldig uit te kezen, zodat ook na jaren het nog haalbaar is om de telling uit te voeren.
Door deze telling over een langere periode op een constante manier uit te voeren, kan er een mooi vergelijk worden gemaakt over de jaren heen. Nadat alle gegevens digitaal zijn ingevoerd in het systeem van SOVON, zorgen zij ervoor dat deze gegevens professioneel worden uitgewerkt en in gedegen rapporten worden gepubliceerd.
Ideaal zou zijn om de tellingen per fiets of lopend uit te voeren. Natuurlijk kan er ook gekozen worden om met de auto op diverse strategische punten te stoppen en vanaf die punten een gedegen inventarisatie te maken of een gebied in te lopen. Belangrijk is dat de telling elke keer weer op dezelfde manier en met dezelfde intentie uitgevoerd wordt, zodat een goed vergelijk mogelijk is.
Natuurlijk zijn er redenen te bedenken die de telreeks kunnen beïnvloeden, maar daar ontkom je niet (nooit) aan. Zo kan het weer een belangrijke rol spelen en kan ook ziekte of zelfs vakantie de reeks beïnvloeden. Vanzelfsprekend probeer je dit te voorkomen, of je telling op een eerder of later tijdstip alsnog uit te voeren. Ook is het een optie om een vervanger te laten tellen.

Pestvogel

Zelf heb ik mij beperkt tot de Wintervogeltelling.
Ik tel drie gebieden, namelijk Polder Nieuwenhoorn West, Kanaal door Voorne en Polder Biert. Dit houdt in dat ik ongeveer vijf en een half uur met de fiets onderweg ben. Weer of geen weer, oké als het flink regent heeft het geen zin, in dat geval zoek ik een dag uit die het dichtst bij de 15e ligt. Inmiddels doe ik dit al sinds najaar 1994 en denk ik dat ik vanwege slecht weer een keer of vijf mijn telling heb moeten afbreken en/of een andere datum heb moeten kiezen.
Door de jaren heen heb ik al heel wat bijzondere momenten meegemaakt. Naast het fietsen door de sneeuw, wat telkens weer een uitdaging is, kan ik zeggen dat ik ook heel mooie waarnemingen heb gedaan, zoals in Polder Nieuwenhoorn West: wilde zwanen, vele toendra rietganzen en grote groepen veldleeuweriken. Op het Kanaal door Voorne  brilduider, ijseend, regelmatig grote zaagbekken en nonnetjes. In Polder Biert enkele keren kleine rietganzen, pijlstaart, lepelaar, grote zilverreiger, een zeearend, regelmatig slechtvalk(en) en dit jaar (november 2011) nog een ruigpootbuizerd.
Tot slot wil ik zeggen dat de inspanning telkens weer beloond werd en ik hield aan de beleving een voldaan gevoel over.
Ik hoop dat ik dit nog vele jaren mag doen en dat ik met dit korte verslag andere vogelaars nieuwsgierig heb gemaakt. Zodat ze ook een gebiedje gaan uitzoeken en dat ze ook vele jaren met plezier zullen gaan tellen.

Hans op den Dries


Verslag van de Ganzenexcursie op Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland op zaterdag 17 december 2011.
Om 9 uur waren alle deelnemers voor deze excursie op tijd aanwezig.
Twee leden van de KNNV uit Poortugaal en Erik Ketting, die al een paar jaren trouw de excursie volgt en blijk geeft van een grote veldkennis, waren mijn enthousiaste reisgenoten. Jammer, dat er niet meer vogelaars bij waren want we zouden in totaal 74 vogelsoorten waarnemen, waaronder een paar heel bijzondere op de Brouwersdam.
Het weer was eerst nogal somber, maar gelukkig was het droog. Bovendien was het niet koud. In de afgelopen twee jaar hebben we de excursie onder slechtere omstandigheden (gladde wegen, vrieskou) moeten doen.
Het weer had overigens wel gevolgen voor de soorten die we gezien hebben. Zoals gebruikelijk startten we met een wandeling naar het uitzichtpunt bij het Zuiderdiep. Een blauwe kiekendief boven de Plaat van Scheelhoek was de eerste bijzondere waarneming. Op het Zuiderdiep, waarvan de waterstand iets hoger was dan normaal, waren de gebruikelijke soorten te zien. Bijzonder was hier de tafeleend. Een waterig zonnetje kwam op, hetgeen toch altijd weer voor een bijzondere sfeer zorgt. Na de wandeling ging de tocht verder via de Romeinse Weg, waar Erik tussen een grote groep brandganzen een roodhalsgans spotte. De vogel liet zich uitgebreid bewonderen. We bleven geboeid naar deze bijzondere vogel kijken. Het volgende punt was in de Polder Koude Hoek het uitzichtpunt over de Grevelingen met de Plaat Markenje. Daar zat nogal ver weg een eenzame slechtvalk.

Grauwe ganzen

Verder zagen we enkele rotganzen langs de dijk en zaten er op de plaat tientallen kieviten en andere steltlopers. In de polder Koude Hoek foerageerden uiteraard veel brandganzen, kolganzen en enkele grauwe ganzen. Voor ons tijd om een kopje koffie te drinken en de meegebrachte lunchpakketten te verorberen.
Na de lunch reden we langs de zeezijde van de Brouwersdam.
Het was laag water waardoor veel steltlopers zoals rosse grutto’s, steenlopers en drieteenstrandlopers iets moeilijker te zien waren. Daar werd ook nog een paarse strandloper gezien. Maar de mooiste waarneming van de dag was toch wel de kleine alk, waarop we door een paar vogelfotografen opmerkzaam gemaakt werden. Helaas ging een van deze lieden wat te dichtbij met zijn telescoop en dan weet je het wel… de vogel ging op de wieken en verdween. Op dezelfde plek zat nog een andere bijzondere soort, een juveniele drieteenmeeuw.
Tegen een uur of half drie gingen we nog wat verder kijken op Schouwen: de gebruikelijke route langs de Inlagen bij de Heerenkeet en de Prunjepolder. Daar waren weer grote groepen ganzen, een paar wilde zwanen en een enorme groep goudplevieren te zien. De tocht werd afgesloten langs de binnenkant van de Brouwersdam, waar in de kom van het voormalige “Dolfirodam” een ijsvogel onze excursie bekroonde.
Via mijn email julius@juliusrontgen.info is een lijst met alle waarnemingen te bekomen.

Julius Röntgen.

Jaarverslag Vogelwerkgroep 2011

In 2011 hebben de leden van de Vogelwerkgroep (VWG) tien keer vergaderd.
Alle bijeenkomsten vonden plaats in het Bezoekerscentrum Tenellaplas van het Zuid-Hollands Landschap. Er is gesproken over diverse zaken die op de één of andere manier te maken hadden met vogels. In het tweede deel van de avond zijn er sprekers geweest die lezingen gaven over uiteenlopende onderwerpen, die meestal vergezeld gingen van interessante en mooie foto’s.

We hebben vele activiteiten, zoals inventarisaties, excursies, vuilruimen, etc. uitgevoerd voor het Zuid-Hollands Landschap (ZHL) en Natuurmonumenten (NM). Bij deze activiteiten zijn bijna alle leden betrokken geweest. Ook mensen van buiten de vereniging hebben soms deelgenomen aan deze activiteiten. Daarnaast zijn er een paar mensen vanuit de laatste natuurgidsencursus geïnteresseerd geraakt in het VWG werk. Misschien zitten er potentiële actieve leden bij. In ieder geval heeft de VWG een aantal nieuwe vaste leden erbij. Eén van hen is gelijkertijd het enige jeugdlid van de KNNV. Ze heeft inmiddels al heel veel tellingen en andere activiteiten actief meebeleefd.
Om nog meer mensen enthousiast te krijgen zijn in november, in samenwerking met de KNNV en het IVN, de voorbereidingen gestart voor een vogelcursus die in het voorjaar 2012 gehouden zal worden. We hebben daarvoor financiële steun gekregen van de Gemeente Hellevoetsluis.

Vogelexcursie

Net als voorgaande jaren zijn ook nu alle maanden op de Westplaat de (trek)vogels geteld. Hier mogen we weer trots op zijn en de kartrekkers voor bedanken. De coördinator heeft er elk jaar zijn handen vol aan. Dit jaar was de maand december één van de hoogte punten voor de Westplaat, een vijftal witbuikrotganzen en een middelste jager bezochten dit vogelparadijs. Totaal zijn er dit jaar 41194 vogels geteld verdeeld over 116 soorten. Over alle jaren gezien zijn er 224 soorten tijdens de Westplaattellingen waargenomen.
Op de tweede zaterdag van het jaar is wederom een eilanddekkende winterroofvogeltelling gehouden. Hiermee is weer een traditie in ere gehouden en voorlopig gaan we gewoon door. Misschien zijn er in januari 2012 zelfs wel een paar ruigpootbuizerden te spotten.
Eind februari is er tijdens de traditionele vuilruimactie weer vuil geruimd op de Beningerslikken.
In de winter- en voorjaarsmaanden (januari t/m april) en de najaarsmaanden (september t/m december) is de Wintervogeltelling al dan niet in combinatie met de Ganzen- en Zwanentelling uitgevoerd. Er zijn vele gebieden op Voorne-Putten die in het kader hiervan worden geteld. Elders in di nummer van de convo kunt u een korte uitleg lezen over deze tellingen.

Zwarte mees

De zeetrektellers zijn meerdere dagen per maand bij weer of geen weer, onverstoorbaar in de weer geweest met het tellen van de (trek)vogels. Ze hebben ook dit jaar te kampen gehad met de ongemakken van de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Er is een nieuwe telpost op de nieuwe buitenrand van deze vlakte gepland. We hopen dat vanaf deze plek een mooie nieuwe periode mag aanbreken voor goede resultaten en nog erg veel kijkgenot. Eén van de topdagen dit jaar was 7 oktober met 35 soorten en 680 vogels, waaronder noordse stormvogel (1), grauwe pijlstormvogel (2), noordse pijlstormvogel (1) vaal stormvogeltje (61), alle jagers (kleinste 8, kleine 143, middelste 29 en grote 78!!) en een vorkstaartmeeuw (1). Wilt u meer resultaten zien kijk dan gauw even op www.trektellen.nl.

In het broedseizoen zijn diverse gebieden van NM en ZHL op broedvogels geïnventariseerd:
NM: Merrevliet, Beningerslikken.
ZHL: Kleine Beer, Fort Noorddijk, Fort Penserdijk, Ommeloop, Overbosch, Parnassiavlak Groenestrand/Lagune en Vogeleiland en de Slikken van Voorne (noord).
Tenslotte is ook Polder Strype geteld.
Deze tellingen zijn volgens de landelijke SOVON normen uitgevoerd. Van alle tellingen zijn verslagen gemaakt (of nog in de maak) en ingeleverd bij de belanghebbende instanties.
SOVON is de landelijke vereniging die onder andere vogelonderzoek binnen Nederland bijhoudt. De VWG heeft vanaf dit jaar besloten om de gegevens van de geïnventariseerde gebieden ook digitaal aan te leveren bij deze vereniging. We hebben alle gebieden van ZHL en een paar gebieden van NM doorgegeven, zodat tellers van die gebieden gekoppeld kunnen worden om hun Broedvogelmonitoringgegevens (BMP) digitaal te verwerken. De VWG heeft daarmee vanaf dit jaar een definitieve stap gezet, om geheel volgens SOVON normen de vogelinventarisatie in het landelijk systeem in te voeren.
Jan den Exter heeft daarnaast nog eens het Bijzondere Soorten Project (BSP) voor SOVON bijgehouden. Hierbij worden alle apart benoemde bijzonder waarnemingen verzameld en opgestuurd naar SOVON. Ook geven tegenwoordig veel natuurliefhebbers hun leuke en of bijzondere waarnemingen op in “waarneming.nl”. Deze waarnemingen worden door vele instanties gebruikt. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de betrouwbaarheid.
Maandelijks worden in het gebied van de Strypse Wetering de ganzen geteld.

Kolgans

De Wetlandwachters hebben door middel van het bijwonen van bijeenkomsten de ontwikkelingen in de regio op de voet gevolgd. Hierbij hebben ze hun visie gegeven en zo nodig het bestuur van advies voorzien. Momenteel hebben wij drie wachters, namelijk Adrie van der Heiden, Julius Röntgen en Jan Snoeij.

Er zijn dit jaar weer een behoorlijk aantal excursies gehouden, zoals: ganzenexcursie Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden, vroegevogelexcursies Breede Water en Scheelhoek, (trek)vogelexcursie Westkapelle. Tot slot is er in december nog een ganzenexcursie over de eilanden gehouden.

Naast deze activiteiten zijn er tijdens de VWG vergaderingen diverse programma’s gedraaid. Dit varieerde van een lezing over Cabo Verde (Pim Wolf) en lezingen van eigen leden over Jamaica (Peter Vermaas), roofvogels (Piet Mout), Finland & Noorwegen (Hans op den Dries), Arizona & Californië (Pim Stins), tot vogelgeluiden oefenen. En in december is zelfs Sinterklaas even langs geweest, gelukkig hoefde er niemand mee in de zak.
 
Op zondag 2 oktober 2011 is door een aantal leden van de vogelwerkgroep de internationale World Birdwatch bijgewoond. Ook de krant heeft hier aandacht aan besteed.

Het ringen is het afgelopen jaar op het Parnassiavlak in het gebied van ZHL zeer goed uitgevoerd. Er is 17 keer geringd. Er zijn 455 vogels gevangen, waarvan 115 terugvangsten. Van de 25 soorten die er zijn gevangen is de zwartkop het talrijkste geweest (89), maar was de fluiter (1) de spectaculairste vangst.
 
 
Fluiter

Daarnaast is het CES project op de Beerenplaat bij Hekelingen volledig uitgevoerd. Dit was weer een hele klus met erg veel manuren en nog veel meer ringen en dus ook vogels.
Dit jaar is de uilenprojectgroep enthousiast en met mooie resultaten voortvarend van start gegaan. Er zijn vele kerkuilenkasten opgehangen en inmiddels zijn de eerste resultaten al behaald. De rest van de uilen gaat nu ook de aandacht krijgen en zelfs de torenvalk wordt opnieuw in kaart gebracht. Uiteraard zijn er vele ringen aangelegd. Eén en ander is terug te vinden in de verslaglegging.

Hans op den Dries heeft een vergadering van Vogelbescherming (VB) en ledenraad van SOVON bijgewoond. Hierbij is voornamelijk aandacht besteed aan de samenwerking tussen de vrijwilligers en VB en SOVON, en daarnaast hoe nieuwe leden te werven.

Het hele jaar door heeft de “woensdagclub” weer genoten van de vogels en van elkaar. Het vogelen met elkaar kent namelijk niet alleen een wetenschappelijk karakter, maar ook nog eens een gezelligheidskarakter.

Per maand zijn, sinds de laatste jaren, zoveel mogelijk activiteiten van de KNNV afdeling Voorne doorgestuurd naar de diverse weekkranten, met het verzoek de activiteiten te plaatsen in één of meerdere edities. Zo hopen wij ook op deze manier een steentje bij te dragen om de KNNV bij breed publiek bekend te maken.

Hans op den Dries; PR contact KNNV afd. Voorne



EuroBirdwatch 2011

Henk Walbroek organiseert altijd dat er op deze dag ook geteld wordt op de vaste zeetrekpost aan de Maasmond.  Dit jaar is er  geteld op 2 oktober jl..

Ook dit jaar heeft de vogelwerkgroep zich weer aangemeld bij de vogelbescherming om mee te doen aan birdwatchday .De vooruitzichten waren niet zo goed, het was te mooi weer zeker voor de zeevogels .
Vol verwachting klopt mijn hart want je weet het maar nooit zeker wat er over zee vliegt .Ik zat er veel te vroeg, het was nog donker maar de adrenaline gierde door mijn lijf in afwachting van wat er komen ging .Gelukkig kwamen er nog meer leden van de VWG om dit mee te maken. In het begin was het rustig en werden er overwegend landvogels geteld, in het eerste uur slechts 31 vogels.

Telpost maasmond
We zeggen vaak tegen elkaar dat het 2e uur beter wordt en in dit geval was dat ook zo. Het waren in dat uur hoofdzakelijk overtrekkende piepers die het aantal deed op lopen tot 87 vogels .
Het 3e uur werd nog beter en met 155 vogels stegen we met stip. Ondertussen werd ik gebeld door de baas van vogelbescherming, Han Peeters, met de vraag hoe het er bij ons voorstond en ik kreeg te horen dat het aan de kust minder was in vergelijking met andere jaren. De oorzaak was het te mooie weer .We spraken af de aantallen om 12.30 uur door te geven en hij wenste ons nog een heel fijne telling .
In het 4e uur liepen de aantallen piepers terug en we merkten op dat de grote sterns en visdieven meer gingen vliegen .De eerste uren was dat niet het geval terwijl we altijd zeggen dat de uren na zonsopkomst het beste zijn. Maar je ziet, de vogelwereld blijft een bijzondere wereld!.
In ons laatste uur werd het niet veel beter, maar de grote sterns vlogen lekker door .Gelukkig werden er nog 2 zeekoeten waargenomen en als klap op de vuurpijl onze lang verwachte kleine jager. Er werd al vanaf 10.00 uur gesproken over het moment waarop die jagers zouden komen en, om de moed er in te houden, zei ik steeds maar:"Het komt goed". Toen de jager echter waargenomen werd, zat ik aan de telefoon met Vogelbescherming en hoorde iedereen roepen:  "Jager ,jager" en heb de vogel dus niet zelf gezien. Dat was een beetje jammer.
Het was een mooie afsluiting van een geweldige en gezellige ochtend met elkaar. Alle gegevens zijn te zien op Trektellen en ik hoop dat we elkaar volgend jaar weer treffen .

Klik voor de resultaten op: http://www.vogelbescherming.nl/vogels_kijken/birdwatch
of klik op: http://www.trektellen.nl/

Henk Walbroek

De eerste resultaten
In het weekend van 1-2 oktober was de jaarlijkse EuroBirdwatch, die net als in voorgaande jaren in Nederland weer door Vogelbescherming werd georganiseerd.
Ook dit jaar zal er weer een verslag komen vanuit Vogelbescherming waar ook Trektellen en SOVON aan mee zullen werken. Het leek ons goed om nu al een korte terugkoppeling te geven.

Er waren op 2 oktober in Nederland maar liefst 84 trektelposten actief , die in totaal 622 (deel)tellingen en ruim 234.000 vogels hebben ingevoerd! Het totaal aantal getelde uren is 539 uur en 26 minuten.
Voorafgaand aan de telling hebben we jullie gevraagd om (voor zover dat dat niet al gebeurde) deze keer de waarnemingen per uur of kwartier door te geven. Er waren 19 telposten die per uur ingevoerd hebben, 7 telposten die per half uur hebben ingevoerd en 10 telposten die per kwartier
hebben geschreven.
Hiermee is er een mooie extra waarde aan de tellingen gegeven.

Om een voorbeeld te geven wat er mogelijk is met kortere telperiodes hebben we de kolgans uitgewerkt. De kolgans was toch wel de verrassing van dit jaar met 48.902 trekkende vogels. De telling viel precies samen met de eerste massale aankomst van het jaar.
Helaas waren er geen telposten in het noordoosten die per uur geschreven hebben. Het late aankomsttijdstip (en ook meldingen van nachttrek) suggereren dat de vogels van ver uit het oosten ons land zijn binnengevlogen.
Zowel in het westen als oosten van Duitsland waren namelijk op het moment van de telling nog nauwelijks grote concentraties aan de grond aanwezig.
              
Naast de uitwerking van de kolgans hebben Erik van Winden en Henk Sierdsema (beiden SOVON) rekenwerk verricht aan de trektellen-dataset (voor de graspieper aangevuld met data uit migration.net). Meer van dit soort kaarten zullen in de definitieve rapportage komen.
We willen graag alle tellers hartelijk bedanken voor het tellen en het invoeren in Trektellen.nl.

Namens team trektellen.nl en SOVON, Gerard Troost


Trekvogelexcursie naar Westkapelle
Een excursie lang van te voren plannen om zeevogels te gaan kijken is eigenlijk niet mogelijk. Het weer speelt een te grote rol en kan zo'n trip totaal laten mislukken.
Zo leek dit ook te gaan gebeuren met deze excursie, voor het eerst in lange tijd was het immers zomer! Zon en heel weinig wind uit het zuiden, niet echt weer dus waarbij pijlen langs de Nederlandse kust glijden!

Met 7 deelnemers in 2 auto's op weg naar Westkapelle.
Daar aangekomen toch eerst maar naar de dijk met het kijkpunt en ons geïnstalleerd. Er zat slechts 1 (Belgische) vogelaar en dat sterkte ons in het idee dat er weinig te zien zou zijn. Veel vogels betekent namelijk dat er veel vogelaars aanwezig zijn.

Trekvogelexcursie Westkapelle

Het was wat nevelig boven zee zodat alleen de niet al te ver weg vliegende vogels gezien konden worden. Visdief, grote stern, zwarte zee-eend en een enkele jan van gent werden al snel gezien evenals 1 drieteenmeeuw.
Het leukste vond ik eigenlijk de trek van kokmeeuwen. In groepen die varieerden in grootte  trokken ze laag over zee richting zuiden.
Een ander fenomeen dat we niet vaak zien, waren de trekkende blauwe reigers. Ook van deze vogels trekt er nog steeds een deel naar zonnige oorden. De grootste groep die voorbij kwam bestond uit 17 vogels, dat is toch best een imposant gezicht.
Ook zangvogels volgen de kustlijn  en het waren vandaag vooral graspiepers en 1 gele kwikstaart. Een bladkoninkje, dat bijna in Han z'n kuif belandde, werd helaas niet door iedereen gezien.
Onderaan de dijk, langs de plasjes water, scharrelden allerlei steltlopers: scholekster, goudplevier, een enkele kanoetstrandloper, steenlopers en natuurlijk waren daar de vele meeuwen. De meer bedreven kenners hadden daartussen ongetwijfeld een geelpoot of andere meeuw gevonden, maar dat was aan ons helaas niet besteed.
De 2 langszwemmende bruinvissen werden echter door niemand gemist.

Na verloop van tijd werden de spullen ingepakt en naar de parkeerplaats bij het opslagterrein Erica gereden. Vandaar via het pad langs het grote meer (een vroegere dijkdoorbraak) voor een rondje over het puinpad.

Op het meer vooral veel kuif- en wilde eenden maar ook enkele geoorde futen.
Het water in het meer is nog steeds zout en zeer helder. Op de bodem konden de scharrelende krabbetjes worden gezien. Aan het einde van het meer, bij het bruggetje, helaas geen ijsvogel zoals in de voorgaande jaren.
Aan de overkant van de weg was er een gele bloem die de aandacht trok van Han. Er werden een aantal namen van mogelijke kandidaten genoemd en het zoutgehalte van de bodem werd genoemd als mogelijke oorzaak van het wat andere uiterlijk dan bij de genoemde namen zou horen. Uiteindelijk bleek het om dubbelkelk, een met name in Zeeland voorkomende plant, te gaan.
Via het puinpad, waar niet veel vogels werden gezien, terug naar de parkeerplaats.

Ook het opslagterrein leverde, behalve een leuk groepje groenlingen niet zo gek veel op.
In Westkapelle werd nog een bezoek gebracht aan de plaatselijke visboer., Terwijl we op onze bestelling wachtten, vlogen er nog 19 lepelaars over, waarna we huiswaarts vertrokken.
.
Het was niet een excursie met spetterende soorten of aantallen maar wel een leuke dag met gezellige vogelaars en 62 geziene of gehoorde soorten.


Tom van Wanum


Beningerslikken 25 jaar geteld.

In de periode van 1984 tot en met 2008 zijn de verschillende deelgebieden van de Beningerslikken op broedvogels geïnventariseerd. Een rekensommetje leert ons dat dit dan neer komt op 25 teljaren. Dit is door totaal 15 vrijwilligers uitgevoerd. Wel is waar heeft de MKZ eigenlijk voor een gat van één jaar gezorgd, maar toch heeft de vogelwerkgroep besloten er een verslag van te maken.
Klik hier voor een link naar het verslag.

Helaas zijn er vanaf 2005 te weinig tellers geweest om per seizoen een dekkende inventarisatie uit te voeren. Dus wordt het sindsdien in aangepaste vorm gedaan.

Het doel van deze broedvogelmonitoring is om bij te houden wat er leeft in het terrein en om een zo goed mogelijke afstemming van de beheerdoelstellingen te bereiken.
In het verslag kunt u uitgebreid lezen over de geschiedenis, de wijze en opzet van de telling. Tevens is door een aantal tellers een belevenis opgesteld die in het verslag zijn bijgevoegd.
De gegevens van de geïnventariseerde deelgebieden van de Beningerslikken zijn in tabellen verwerkt. Uiteindelijk zijn deze tabellen, en de aan de hand hiervan opgestelde grafieken met een korte soortbeschrijving, opgenomen in het verslag. Tenslotte is er ook nog een totaallijst van alle vogels (dus ook niet broedvogels), andere dieren en een totaallijst van de plantenwerkgroep van de KNNV afdeling Voorne, in dit verslag bijgevoegd.

Benigerslikken/Hans op den Dries

De Beningerslikken is een fantastisch en bijna uniek langgerekt rietruigte gebied met enkele delen grasland. Het is eigendom van Natuurmonumenten en is gelegen op het eiland Putten  aan het Haringvliet bij de Spuimonding. De totale oppervlakte is ongeveer 384 ha.
Zelf heb ik sinds 1993 dit gebied mogen inventariseren. Al vanaf het begin had ik het gevoel dat dit “mijn” gebied was. Dit sloeg natuurlijk nergens op, omdat er niets van mij bij was.
Ik voelde het als een voorrecht dat ik hier mocht inventariseren.
Na de rondleiding die ik van Hugo van der Wal destijds kreeg, ben ik het gebied steeds beter gaan leren kennen. Het was zaak dat je in de vegetatie al snel een vaste route aanlegde. Hiermee had je enigszins de garantie dat je bij de volgende tellingen makkelijker door het gebied kon komen en daarbij beter je aandacht op de vogels kon vestigen. Dit was ook nodig, omdat namelijk naar gelang het seizoen vorderde er steeds meer vogels binnenkwamen. Daarnaast deed de begroeiing verwoede pogingen om met rap tempo omhoog te komen. De “getrokken” paden waren dus van groot belang. Zaak was ook om ze steeds weer te belopen en open te houden. Als je dit consequent volhield lukte dat ook en had je er veel profijt van.
Een punt van zorg was altijd de koeien. Deze werden begin mei in het gebied los gelaten en gingen al gauw op ontdekking uit. Het heeft wel wat jaren geduurd voordat er een goede balans in het gebied werd gevonden met betrekking tot het aantal koeien. De begrazingsdruk van het vee was erg belastend voor de vogelpopulatie. Veel vogels konden ondanks de koeien hun ei wel kwijt, maar anderen daarentegen waren hun nest niet zeker. Vooral de bruine kiekendief kon gemakkelijk overlopen worden of voortijdig verjaagd worden door de koeien. Ze liepen als olifanten door een porseleinkast. Het leek wel of het gras elders constant groener was en vooral jong riet moest het vaak ontgelden.
Ook de ganzen hadden in het voorjaar zo hun negatieve invloed op het riet. Het jonge opkomende riet vonden ze heerlijk en dat werd vaak dan ook op grote schaal genuttigd. De schade aan het riet was op sommige delen enorm. Wel is gebleken dat bij verminderde druk het riet weer snel kon herstellen. Ook de vogels zijn flexibel. Zodra de situatie verbeterde namen de vogels gelijk weer bezit van het gebied.
Tijdens de tellingen moest je vooral oppassen dat je niet zomaar een koeienspoor volgde. Deed je dat wel, dan kwam je vaak bedrogen uit. Plotseling wist je niet meer waar je was, zeker als de massaal aanwezige wilgenroosjes, guldenroede en andere ruigte menshoog was geworden. Je trachtte over de begroeiing heen te kijken om je locatie en de richting te bepalen, zodat je de draad weer op de juiste plaats kon oppakken. Hogere struiken en boompjes waren dan vaak je redding, als je deze tenminste herkende.

Ik heb altijd erg hoge eisen aan geluidsherkenning gesteld. Dit vond ik van hoog belang om zodoende in het veld niet voor verrassingen te komen staan. Het gehele jaar door kun je geluiden oefenen met de CD, maar natuurlijk is de aanvulling van vogels in het veld zien en horen het aller belangrijkste. Dus oefenen, oefenen en nog eens oefenen.
Soorten als winterkoning en heggenmus lieten zich als eerste zangvogels horen. Deze geluiden zijn niet de moeilijkste. Al gauw werden ze aangevuld door de blauwborst die al vroeg, rond eind maart, van zijn winterkwartier terug kwam. Je kreeg ruimschoots de tijd om de bijzonder mooie zang van deze prachtige vogel goed tot je door te laten dringen. In het begin was de blauwborst nog wat schuw. Hij bleef vaak laag in het riet en de ruigte zitten en met een beetje geduld kon je hem langzaam maar zeker al zingend omhoog zien kruipen in de ruige begroeiing. Mooie lange strofes klonken, soms van meerdere exemplaren, om je heen. De stilte werd dan vriendelijk onderbroken. Jammer was dan altijd wel dat je weer verder moest, maar dat was aan de andere kant ook weer spannend, want de vraag rees al gauw of andere vogels al weer binnen zouden zijn. Zo was ook de weemoedige, maar toch ook zeer subtiele zang, van de fitis al snel in het gebied aanwezig. Het aantal broedparen kon oplopen tot wel veertig exemplaren in een deelgebied van ongeveer 30 ha. Daarnaast liet ook de tjiftjaf zich met zijn onmiskenbare tjiftjaf-tjiftjaf-tjiftjaf zang al in de eerste weken horen.
Zo kwamen, gaande weg het seizoen vorderde, de soorten druppelsgewijs binnen. Je leerde dus de vogelgeluiden opbouwend kennen.

Blauwborst/Hans op den Dries

De Beningerslikken is voor een groot deel een uitgesproken rietvogelgebied. Vooral in het begin van de 25 jaarstelling was er nog veel riet aanwezig. De rietgorzenpopulatie was toen ook aanzienlijk groter dan nu. Aantallen van 130 of meer was normaal. Na 1997 is het aantal rietgorzen drastisch afgenomen met als diepte punt 2007 met 53 exemplaren. Hiermee werd ook duidelijk dat het gebied steeds meer aan het verruigen was, waardoor andere soorten als blauwborst, rietzanger en bosrietzanger zich er beter thuis gingen voelen.
Het baardmannetje is ruim voor de inventarisatieperiode een algemene broedvogel van dit gebied geweest, maar in de verslag periode is het aantal nooit hoger dan 13 territoria geweest. De laatste jaren is het zelfs steeds spannend geweest of er een territorium genoteerd kon worden.
Ook zijn met het verruigen van het gebied steeds meer vogels van kleinschalig landschap in het gebied algemeen geworden. Zo is de merel, tuinfluiter, grasmus, winterkoning en heggenmus behoorlijk in aantal toegenomen. De zanglijster is zelfs een broedvogel van de laatste jaren.
Een ander feit is dat het gebied voor de snor te droog is en dus minder geschikt, maar een enkel broedgeval (volgens SOVON normen) is in de periode wel genoteerd. Daar en tegen voelt de sprinkhaanzanger zich er des te meer thuis.
De weidevogels hebben het om nog onduidelijke reden niet goed in het gebied. De kievit en de tureluur kunnen ternauwernood het hoofd boven water houden, maar de grutto dreigt het toch te verliezen. Het gebied kan in het voorjaar erg nat zijn, maar binnen korte tijd kan het ook omslaan tot grote droogte.  Dit is voor grutto’s natuurlijk niet goed. Ze hebben vochtige grazige weiden nodig waar voldoende dekking en voedsel is voor hun kroos.
Of dit echt met de Beningerslikken te maken heeft is maar de vraag, omdat tenslotte de grutto het overal moeilijk heeft.

Het verslag behelst natuurlijk veel meer en zal over de 25 jaren een compleet beeld geven van de inventarisaties en de resultaten.

Tjiftjaf/Hans op den Dries

Inmiddels is er op 11 januari 2011 een kwaliteitstoetsdag Beningerslikken geweest. Het doel van deze dag was om het beheer van de afgelopen zes jaren te evalueren en voor de komende zes jaren weer opnieuw vast te stellen. Deze werd gehouden door Natuurmonumenten en was geheel voorbereid door Gerdien Misbeek. Zij heeft een conceptrapport opgesteld voor deze dag. Dit rapport is, door Natuurmonumenten ((hoofd)kantoorpersoneel, veldwerkers) en de coördinator van de Beningerslikken, bestudeerd en doorgenomen. Er is deze dag in het gebied gekeken en er heeft vervolgens een zinvolle evaluatie plaats gevonden. Discussiepunten zijn besproken en aanbevelingen van de veldmensen zijn in de beslissingen meegenomen. Uiteindelijk heeft het tot een positief resultaat geleid waarmee we weer zes jaren verder kunnen.

Nog even een paar wetenswaardigheden van de Beningerslikken over de jaren 1984 t/m 2008.
Wist u dat:
- dit 82 broedvogels heeft opgeleverd;
- dit 88 niet broedvogels heeft opgeleverd;
- totaal 170 soorten zijn die op enigerlei wijze iets met de Beningerslikken hadden;
- er van vier bepaalde jaren nagenoeg geen gegevens terug te vinden zijn;
- de buien heel vaak onderlangs het Haringvliet en / of bovenlangs de Maas voorbij trokken;
- er in maart en april wel eens geteld is tijdens sneeuwbuien;
- de meest vreemde waarneming een zwartmaskerwever in 1987 was, tijdens een ringsessie;
- er tijdens deze ringsessie ook een veldrietzanger en een waterrietzanger geringd zijn;
- er in 1970 ook al eens 7 waterrietzangers zijn geringd;
- er in maart 2003 een klapekster uit volle borst zat te zingen in het gebied;
- er de jaren door totaal 15 tellers actief zijn geweest voor zeven onderverdeelde gebieden;
- er nu nog vier tellers proberen het hoofd boven water te houden om heel het gebied te tellen;
- de top tien van de vogels over alle jaren bestaat uit:
 1 bosrietzanger (2543 territoria)
 2 kleine karekiet (2510 territoria)
 3 rietgors (2142 territoria)
 4 fitis (1976 territoria)
 5 blauwborst (1488 territoria)
 6 rietzanger (1402 territoria)
 7 wilde eend (1173 territoria)
 8 kievit (989 territoria)
 9 winterkoning (906 territoria)
 10 grasmus (834 territoria)
- er in totaal ongeveer 9000 manuren aan tel- en verwerkingsuren is geïnvesteerd;
- er ook al 18 jaar lang vuil geruimd wordt in dit gebied;
- hierbij ruim 70 kubieke meter afval verzameld is;
- dit door ongeveer 8 mensen per keer werd uitgevoerd op elke laatste zaterdag van februari;
- dit tot nu toe neer komt op totaal ongeveer 400 manuren;
- tot slot, als een stier je achterna zit je harder kan lopen en hoger kan springen dan je dacht, sinds dien lopen er geen stieren meer in de Beningerslikken.

Ook al zijn we nu met minder mensen, toch hebben we besloten verder te gaan met inventariseren. Dit gebeurd dan wel in een aangepaste vorm, namelijk het hele gebied in twee jaar tellen.

Ik wens u namens de tellers van de Beningerslikken veel leesplezier.

Met vriendelijke groeten,
Hans op den Dries

Winter roofvogeltelling Voorne-Putten 2011

In het weekend van 8 en 9 januari 2011 zijn, door bijna alle leden van de VWG, op bijna heel het eiland Voorne-Putten de roofvogels voor de vijftiende achtereenvolgende keer geteld.
Met een prachtige winterse maand achter ons hebben we deze keer de telling onder uiterst zachte weersomstandigheden kunnen uitvoeren. Vooral als het om de zaterdag ging. Voor roofvogels was het echter verre van ideaal. Er stond een stevige wind en vanaf 10.30 uur begon het te spetteren. Al gauw trokken er stevige buien over het land. Dit maakte het voor de fietsers en wandelaars niet echt makkelijk. Ik weet dan ook van een paar deelnemers dat ze de telling moesten staken en dat ze deze zondag hebben hervat.
Buizerd
Zondag was het weer een stuk frisser. De temperatuur lag iets boven het vriespunt en de zon scheen volop. Ondanks dat werd het niet echt warm. Natuurlijk waren dit veel betere omstandigheden en ik weet dan ook zeker dat de mensen die op zondag hebben geteld er  van genoten hebben. Dit is overigens niet perse een garantie voor meer roofvogels, maar het pleziergehalte zal een stuk hoger hebben gelegen.
Het was dan wel een mindere dag voor wat betreft het weer, maar wat het totaal aantal roofvogels betreft, kunnen we met 290 vogels spreken van een top 3 dag. In januari 2006 zijn er 333 en in januari 2009 zijn er 295 geteld.
Als we de resultaten bekijken is die bijna op alle fronten super geweest.
Om te beginnen met een fantastische waarneming van een rode wouw (tegen Hellevoetsluis). Slechts één keer eerder (januari 2009) is deze roofvogel in ons gebied tijdens de winterroofvogeltelling waargenomen. Ik heb hem nog net op de gevoelige plaat kunnen vast leggen met op de achtergrond de onmiskenbare blauwe naald van Hellevoetsluis.
De kiekendieven waren er ook nu in twee soorten. Van de bruine vloog slechts 1 vrouwtje rond, wat voor de wintermaanden wel redelijk normaal is, maar de blauwe is een heel ander verhaal.
De blauwe kiekendieven slaapplaatstelling, die Henk Dries elk jaar weer als extra onderdeel bij het Groene Strand uitvoert, viel erg tegen. Slechts 2 vrouwtjes heeft hij waargenomen. Dit is eigenlijk vreemd, want er zijn niet eerder zoveel blauwe kiekendieven (17) op het eiland geteld dan tijdens deze telling. Misschien dat deze twee vrouwtjes al door andere telers elders zijn waargenomen, maar dit blijft moeilijk te beoordelen. In 2010 hadden we er ook al veel, namelijk 15. Daarvoor bleef het aantal telkens onder de 10 exemplaren. Wat steeds weer opvalt is dat er overwegend vrouwtjes worden gezien. Ook dit jaar was dat duidelijk zo (14♀, 3♂).
De sperwer (13) is met relatief weinig exemplaren waargenomen. Over alle jaren gezien, schommelt ook deze soort behoorlijk in aantal. De havik was met 4 exemplaren gemiddeld aanwezig. Beide vogels zijn overigens de lastigste vogels van de, algemeen voorkomende, roofvogels. Meestal is het moment van zien een onverwachte ontmoeting. Net zo plotseling als je ze ziet, zo snel zijn ze ook weer verdwenen. Ze komen vanuit een hinderlaag en proberen zo hun prooi te verrassen. Daarmee verrassen ze ook de teller. De havik is overigens nog meer een bosvogel dan de sperwer, waardoor het nog lastiger is deze te spotten.
De buizerd tot nu toe altijd de koploper geweest en dat zal die vermoedelijk ook wel blijven. Het was echt weer een topjaar. Niet minder dan 205 buizerds zijn er geteld. Over de vijftien tellingen gezien, valt hij met dit aantal in de top vier (2004 ook 205, 2003 - 212, 2009 - 217 en 2006 - 221).
De buizerd is vrij gemakkelijk waar te nemen. Hij zit meestal op een paaltje of in de onderste takkenlaag van grotere bomen. Ook is het verbazingwekkend om te zien dat ze, soms met enige moeite, zich in balans weten te houden op dunne toptakjes van jonge boompjes.
Leuk vind ik nog om te zeggen, dat ik vaak de reactie krijg van mensen dat ze onderweg “wel zó’n grote roofvogel op een paaltje” hebben gezien. Voor mijn gevoel moet ik dan steeds weer een heel standaard, maar toch gelijk ook weer heel vrolijk en spontaan, antwoord geven dat dit bijna zeker weten een buizerd moet zijn geweest.
Dan nu de torenvalk. Het aantal leek aanvankelijk erg tegen te vallen, maar uiteindelijk is er toch nog een respectabel aantal, namelijk 49 exemplaren, over gebleven. Minstens twee keer is waargenomen dat ook de torenvalk een toevalstreffer kan zijn. Met slecht weer zijn namelijk ook deze valkjes niet altijd in de volle regen te vinden. Eenmaal werd een valkje gezien die tijdens een plotselinge regenbui schielijk wegdook in het bosschage (of zag die misschien net toevallig een prooi scharrelen) en een andere werd nog net gezien terwijl deze onder een overkapping vloog. Zo zullen we er natuurlijk best een aantal hebben gemist.
Tot slot de slechtvalk en het smelleken.
Slechtvalk
De slechtvalk was met 9 vogels rijk vertegenwoordigd. Slechts één keer eerder waren er meer te bewonderen, namelijk in 2007 (11). In eerste instantie waren er zelfs 11 slechtvalken gemeld, maar ik zag dat er 2 keer 2 vogels dicht bij elkaar waren doorgegeven. De slechtvalken van Polder Biert waren door Tom en Hugo zittend op de grond gezien, terwijl een paar uur later door Marcel en mij ook 2 exemplaren aan de overkant van de Bernisse, ter hoogte van Polder Biert, werden gespot. Deze 2 waren aan het dollen en joegen achter een vijftal ganzen aan. Maar de ganzen waren mogelijk een maatje te groot, of er werd gewoon geoefend. Ik vermoed dat deze 2 dezelfde waren als die van Polder Biert.
De aanwezigheid van een smelleken in het gebied is altijd een verrassing. Meestal wordt er wel ergens 1 waargenomen. Dit keer was Pim de gelukkige, hij heeft hem op de Maasvlakte gezien. Het hoge aantal van 7 in 2006 blijft een zeldzaamheid.
Ondanks de strenge winterse decembermaand is er wederom geen ruigpootbuizerd gezien. Ik moet ook zeggen dat ik in de laatste jaren, dat ik op vakantie in Scandinavië was, veel minder ruigpoten heb gezien dan in de jaren negentig. Wat hier de oorzaak van is weet ik niet, maar ik vind het zeker een groot gemis. Een lichtpunt is er, wat deze soort betreft echter wel, want ik las in het blad van SOVON (SOVON nieuws december 2010-4), dat er tijdens trektellingen bij Falsterbo op 12 en 13 oktober 2010 respectievelijk 355 en 1202 ruigpoten waren overgetrokken. Voor Zweden is dit overigens ook een zeldzaamheid. Van deze hoeveelheid zijn er daarop in twee dagen ongeveer 30 vogels tijdens trektellingen gemeld in Nederland. In datzelfde bericht werd overigens ook gemeld dat er in deze twee dagen ongeveer 30 rode wouwen bijeen waren getrekteld en dat er op 11 oktober niet minder dan 10.071 buizerds Falsterbo gepasseerd waren. Met een beetje meer oostenwind zou het feest in Nederland dus nog groter geweest kunnen zijn.
Torenvalk
Dan nu nog even een paar leuke niet roofvogelwaarnemingen.
Zo zijn er 2 roerdompen, 2 ijsvogels, 2 grote zilverreigers, 1 ree (Ruigendijk/Rietdijk omg. Tinte), een paartje grote zaagbek, groene specht en een aantal grote bonte spechten waargenomen. Ook zijn er twee grote groepen wilde zwanen (90 en 47 ex.) gezien. Echter waren de tijdstippen ver van elkaar verwijderd en lagen de locaties beiden rond Tinte. De mogelijkheid is aanwezig dat het dezelfde groep was. Dit mede gezien het feit dat een plantenkenster/vogelaarster dagelijks uitzicht had op de groep van 47 en ten tijde van de waarneming van de groep van 90 heeft aangegeven dat “haar” groep toen afwezig was. Marcel, Erik en ik hebben op zondag 9 jan. 2011, aan die locatie (de Rietdijk t.h.v. Tinte), de groep van 47 ook gezien, deze werden toen geflankeerd door 80 kleine zwanen tussen een paar rietganzen en meerdere kol- en grauwe ganzen.
Tot slot wil ik nog even vermelden dat Adrie een bosuil heeft waargenomen, wat wel redelijk uniek is voor overdag.

Klik hier voor het totaaloverzicht van de roofvogeltelling

Hierbij wil ik alle tellers weer bedanken voor de inzet.
Hans op den Dries

Verslag 25 jaar broedvogelinventarisatie Beningerslikken
In de periode van 1984 tot en met 2008 zijn de verschillende deelgebieden vande Beningerslikken,een natuurgebied van Natuurmonumenten,door totaal 15
vrijwilligers op broedvogels geïnventariseerd. Een rekensommetje leert ons dat dit dan neer komt op 25 teljaren. Dit jubileum heeft ons doen besluiten
hierovereen uitgebreid verslag te maken.
Klik hier voor het verslag.

Broedvogelinventarisatie 2010 gebied ten noorden van de Duinstraat tussen bezoekerscentrum Tenellaplas en de Sipkesslag
door: Karel Adriaanse
Het doel van de inventarisatie is het vaststellen van het aantal broedgevallen van vogels opverzoek van het Zuid-Hollands Landschap.
De waargenomen soorten en aantallen zijn apart vermeld.
De telling is uitgevoerd door Karel Adriaanse; lid van de KNNV-afdeling Voorne.
Alle foto’s zijn in het telgebied genomen.
Klik hier voor het verslag.

Broedvogel inventarisatie De Lagune en Het Groene Strand 2010
door: Jaap van Oudenaarden en Peter Vermaas
Op verzoek van het Zuid-Hollands Landschap is het gebied op broedvogels geinventariseerd, nadat het gebied in 2007 deels opnieuw is ingericht.
Klik hier voor het verslag

Broedvogelinventarisatie 2010 Landtong Rozenburg
Door: Jan den Exter en Wim Prins
Een broedvogelinventarisatie van de Landtong Rozenburg. Klik hier voor het verslag.


Broedvogelinventarisatie Scheelhoekbos 2009
door: Ad vd. Berge, Henk de Boer, Jaap Kriek, Sjaak Lobs
Op verzoek van Natuurmonumenten werd het Scheelhoekbos dit jaar geïnventariseerd op broedvogels door leden van de Vogelwerkgroep van de KNNV afd. Voorne.  Voor zover ons bekend bestaan er van het gebied geen resultaten van eerdere inventarisaties. De telling is uitgevoerd volgens de methode die wordt beschreven in: "Handleiding Broedvogel Monitoring Project (2004)" van het SOVON.
Klik hier voor het verslag.

Broedvogelinventarisatie van De Kleine Beer 2009
door: Jan Snoeij
Een broedvogelinventarisatie van een restant van het voormalige staatsnatuurreservaat "De Beer"
Klik hier voor het verslag.

Winterroofvogeltelling
Al 16 jaar(sinds 1997) worden op Voorne Putten in de winter de roofvogels geteld. Onderstaand treft u het overzicht aan van de tellingen over de periode 1997 tm 2013.
Klik hier voor het verslag. Dit verslag heeft een relatie met totaal overzicht in excel, klik hier

 

Reageren?: info@voorne.knnv.nl

Deel deze pagina