Index

(klik op de naam van het verslag voor een directe link)

De huisspitsmuis rukt op

Jaarverslag zoogdierenwerkgroep 2010

Braakballen pluizen

De noordse woelmuis op Voor Putten (en Natura 2000)

Verslag muizenonderzoek de Ommeloop en Kleine Beer

Verslag muizenonderzoek De Scheelhoek Natuurmonumenten augustus 2011

Wintertelling vleermuizen Voorne januari 2011

Verslag muizenonderzoek/excursie Oude Maas Spijkenisse

Verslag muizenonderzoek Klein Profijt en Vogelvlak 2010

Verslag muizenonderzoek Tenellaplas tijdens estafette-excursie 14 augustus 2010

Verslag muizenonderzoek Groene Strand 2010

Wintertelling vleermuizen Voorne januari 2010

De noordse woelmuis op Goeree Overflakkee

 

De huisspitsmuis rukt op

waarom dit stukje:
De zoogdierwerkgroep van KNNV afdeling Voorne, samen met leden van Goeree, heeft afgelopen 10 jaar onderzoek gedaan naar de verspreiding van muizen op Voorne en Goeree. Dit door middel van muizen vangen met inloopvallen en door het pluizen van braakballen.
Vooral op Goeree zijn al vele jaren achtereen grote partijen kerkuilballen een bron van informatie. Sinds november 2010 is de uilenprojectgroep van de KNNV vogelwerkgroep actief op Voorne en dit levert nu ook braakbalpartijen van Voorne op.
De zoogdierwerkgroep maakt regelmatig een verslag van haar activiteiten welke via de site terug te vinden zijn. In dit stukje wil ik een beeld schetsen van wat we in de loop van de laatste 10 jaar zoal ontdekt hebben op het gebied van verspreiding van muizen.

Huisspitsmuis Mallenbos

de soorten:
Onze interesse gaat vooral uit naar de waterspitsmuis, de huisspitsmuis, huisspitsmuis, de noordse woelmuis, de rosse woelmuis en de aardmuis. De waterspitsmuis en noordse woelmuis zijn vooral interessant omdat ze zeldzaam zijn, de andere soorten zijn interessant omdat de verspreiding van deze soorten verandert en deze verandering door ons onderzoek te volgen is.

Noordse woelmuis

Over de noordse woelmuis wordt veel gepubliceerd. Deze soort is uniek voor Nederland omdat hij letterlijk nergens anders in de wereld voorkomt. De noordse woelmuis is een ijstijdrelict. Voor het Natura 2000 gebied Voornes Duin is de soort als prioritaire soort aangewezen. Andere natuurgebieden in onze delta hebben ook een belangrijke status vanwege de noordse woelmuis. Er zijn niet zoveel typen habitat geschikt voor noordse woelmuizen, het moet er vooral vochtig zijn en begroeid met overjarig riet of kruidenrijk grasland.
Opvallend is dat in vrijwel alle braakbalpartijen van Goeree en Overflakkee schedeltjes van noordse woelmuizen worden gevonden, de verspreiding is op dit eiland dus best goed. Eerder onderzoek met vallen heeft uitgewezen dat oude kreekrestanten dwars door het eiland van groot belang zijn voor de verspreiding van dit dier, evenals de oevers langs de Grevelingen en het Haringvliet. Op Voorne zien we dat de meeste noordse woelmuizen juist met vallen zijn gevonden en nog maar mondjesmaat in braakballen. De verspreiding is op Voorne vooral langs het Haringvliet, rond de boezems van Spijkenisse, op het Groene Strand en in de Holle Mare. Allemaal erg los van elkaar levende populaties waar nauwelijks of geen verbinding tussen bestaat. Voor de lange termijn is dit geen positief uitgangspunt.

Kijken we nu naar de verspreiding van de rosse woelmuis dan blijkt dat die op Voorne aan een snelle opmars bezig is. De eerst definitieve vangst is in de duinen gedaan en nu vinden we ze verspreid over heel Voorne, zowel in vallen als in braakballen. Tijdens het laatste vallenonderzoek werden ook rosse woelmuizen gevangen langs de Brielse Maasdam en op de Kleine Beer. De soort is dus al weer een eiland verder.

Verspreiding rose woelmuis 2000-2011

Ook op Goeree zijn de eerste rosse woelmuizen gevonden. Eerst in een partij braakballen nabij de Brouwersdam en later ook door Kees de Kraker tijdens muizenvallenonderzoek rond de Preekhilpolder. Die gaan we meer tegenkomen in de braakballen van Ger.

Rosse woeilmuis

De rosse woelmuis is een soort die zich gemakkelijk vestigt in houtwallen, verloren hoekjes en op de grens van natuur en cultuur zoals op de rand van tuinderijen.

De aardmuis is een soort die we normaal eigenlijk niet op Voorne en Goeree tegen komen en toch zijn er wel meldingen van deze soort bekend. Zelf hebben we in braakballen enkele keren een aardmuis gevonden. De vraag is dan of dit een toevalstreffer is geweest omdat er een aardmuis met hooi mee verplaatst is of dat er zich toch een populatie aan het vormen is. Aan het voorkomen van de aardmuis wordt vooral aandacht besteed omdat deze soort bekend staat al voedselconcurrent van de noordse woelmuis. Hij zou de noordse woelmuis zelfs kunnen verdringen, dit is op eilanden in Zeeland al gebeurd.

Verspreiding aardmuis 1980-2011

Een ander interessant fenomeen is de verspreiding van de huisspitsmuis. Op meerdere plaatsen in Nederland is deze soort zich explosief aan het uitbreiden, zo ook op Voorne. Tot 2000 was er geen definitieve waarneming bekend, tot er een huisspitsmuis in het Grasweggebied werd gevangen. Daarna ging het snel, via foto’s van muizen die door katten zijn gevangen, door braakbal onderzoek en door vangsten met vallen kwamen we erachter dat Voorne overspoeld wordt door de huisspitsmuis. De meeste gegevens komen uit braakballen van de kerkuil. De kerkuil is juist een soort die enorm profiteert van de uitbreiding van de huisspitsmuis. Naast de veldmuis is de huisspitsmuis het belangrijkste voedsel van de kerkuil.

Verspreiding huisspitsmuis 2000-2011

Over de waterspitsmuis is op Voorne helaas niets te vertellen, er is nog nooit een definitieve vondst gedaan. Op Goeree worden er soms in braakballen wel waterspitsmuizen gevonden, vooral bij de Preekhilpolder, de Middelduinen en nabij de Slikken van Flakkee wordt de soort gevonden in braakballen van de kerkuil. Ook zijn er enkele vangsten bekend van de landelijke zoogdiervereniging.

wat valt er nog te ontdekken:
Op Voorne blijft het interessant of de noordse woelmuis zich weet te handhaven of zelfs uit te breiden. De rosse woelmuis zullen we wel op steeds meer plekken tegenkomen, en de aardmuis, zet die voet aan wal?
Het zoeken blijft naar de eerste waterspitsmuis op Voorne.
Voor Goeree is het volgen van de waterspitsmuis en de rosse woelmuis het meest spannend, en ook hier zal blijken of de aardmuis zich weet te vestigen.

conclusie:
We blijven de komende jaren actief braakballen verzamelen van alle soorten uilen. Daarnaast zullen we af en toe gericht vallenonderzoek doen, dit zal meestal in natuurgebieden van Natuurmonumenten, SBB en het Zuid-Hollands Landschap plaatsvinden omdat zij belang hebben bij de gegevens.

Braakballen pluizen

hoe kunt u bijdragen aan dit onderzoek:
Wanneer u een dode muis ziet liggen (of ander zoogdier) maak dan een foto en stuur hem met de benodigde gegevens (waar en wanneer) naar mij op.
En u kunt natuurlijk meehelpen braakballen pluizen!
Zie daarvoor de aankondigingen in ‘In de Branding’.

Jan Alewijn Dijkhuizen, janalewijndijkhuizen@kpnmail.nl
Foto’s: Karel Adriaanse


Jaarverslag zoogdierwerkgroep 2010

De zoogdierwerkgroep is afgelopen jaar behoorlijk actief geweest met vleermuis- en muizenonderzoek. Tevens is er meegewerkt aan de oprichting van de “kerkuilenwerkgroep” omdat daar kansen liggen voor de kerkuil en voor onderzoek naar prooidieren in braakballen.

Enkele grote onderzoeken wil ik graag noemen:

Allereerst natuurlijk de jaarlijkse wintertelling van vleermuizen in winterverblijven op de kop van Voorne. Dit gebeurt altijd in het eerste weekeinde van het jaar zodat we al in week 1 een geheel onderzoek hebben afgerond. We tellen in meer dan 90 bunkers en andere ondergrondse objecten watervleermuizen, grootoorvleermuizen, baardvleermuizen en dwergvleermuizen. Na een stevige dip in de winter van 2006/2007 groeit het aantal overwinteraars ieder jaar weer wat.

Klik hier voor de verslagen van inventarisaties van de zoogdierwerkgroep.


Vleermuis

In het voorjaar zijn we diverse keren benaderd om advies te geven over vleermuizen die bij bewoners in spouwmuren bleken te verblijven, dit levert altijd weer nieuwe gegevens op. Ook de meldingen van muizen die door katten zijn aangeleverd komen nog steeds binnen.

In juli zijn we gestart met muizenonderzoeken, de eerste werd gehouden op het Groene Strand langs het nieuwe pad vanaf Hotel van Marion. Hier vingen we veel muizen waaronder verrassend rosse woelmuizen en noordse woelmuizen. Dit zijn belangrijke indicatieve soorten voor het beheer aldaar. De gegevens zijn al besproken in een overleg betreffende waterpeilbeheer van het Oostvoornse Meer. Uiteraard heeft de zoogdierwerkgroep ook deelgenomen aan de jubileum estafette excursie  op 14 augustus. We hebben toen een klein onderzoekje rond de Tenellaplas gedraaid met als resultaat de eerste huisspitsmuis in de duinen van Oostvoorne. Later bleek deze ook in grote aantallen in braakballen van een kerkuil voor te komen in hetzelfde kilometerhok.
Een derde muizenonderzoek werd gehouden op de oever van de Oude Maas in Klein Profijt. Dit onderzoek viel samen met een groter onderzoek van de landelijke Zoogdiervereniging. We hebben de vallen op een andere plek neer moeten zetten dan we aanvankelijk van plan waren door de extreem hoge waterstand in Klein Profijt., Dat leverde tot onze verbazing wel drie prachtige noordse woelmuizen op. Later bleken dit de enige gevangen noordse woelmuizen op de noord oever van de Oude Maas te zijn.
Aansluitend werd in september ook aan de zuid oever onderzoek gedaan in 4 terreinen van de Beerenplaat tot aan Spijkenisse. Dit gebeurde samen met het IVN en de Milieuwerkgroep Spijkenisse. Ook dit was een leuk onderzoek maar leverde geen spectaculaire waarnemingen op.

Dwergmuis/Kees Rosmolen
Student Martijn Adriaanse heeft met behulp van de zoogdierwerkgroep een muizenonderzoek gedaan op het nieuwe pad op het Groene Strand haaks op het pad welke we in juli hebben onderzocht. Dit onderzoek is geheel uitgevoerd volgens de erkende methodiek en leverde een nog gedetailleerder beeld op van de muizenstand op dit deel van het Groene Strand., Er werden geen noordse woelmuizen maar wel opvallend veel rosse woelmuizen, veldmuizen en dwergmuizen gevangen. Al met al een geslaagd project!

Op 8 november is door leden van de KNNV vogelwerkgroep een “kerkuilenwerkgroep” opgericht(klik hier voor meer informatie) naar voorbeeld van de werkgroep op Goeree-Overflakkee. Omdat we natuurlijk graag specialisme overschrijdend bezig zijn is er door een lid van de zoogdierwerkgroep hout beschikbaar gesteld waar ondertussen 6 kasten van zijn gemaakt die op Voorne zijn verspreid. Zo ondersteunen we de flitsende start van de “kerkuilenwerkgroep” en het levert ook al zeer interessante waarnemingen van muizen uit braakballen op. Zowel uit Rockanje, Tinte en Zuidland hebben we braakballen kunnen verzamelen en uit kunnen pluizen.
Onze werkgroep heeft sowieso heel veel braakballen uitgeplozen die door Ger Maatkamp werden aangedragen van de vele kerkuilen op Goeree-Overflakkee. We komen daarvoor gedurende de wintermaanden twee wekelijks bij elkaar in het bezoekerscentrum Tenellaplas. Tot nu toe hebben we in alle partijen noordse woelmuizen aangetroffen en ook al enkele keren waterspitsmuizen.

Alles bij elkaar hebben we afgelopen jaar veel gedaan en regelmatig mooie resultaten bereikt. Uiteraard zijn alle verzamelde gegevens aan de landelijke Zoogdiervereniging en de terreineigenaren ter hand gesteld.

Tot ziens,
Jan Alewijn, coördinator KNNV zoogdierwerkgroep.


Braakballen pluizen

Braakballenpluizen een leuke bezigheid.
Een aantal jaren geleden is de KNNV zoogdierenwerkgroep gestart met het gericht pluizen van braakballen van de kerkuilen die voorkomen op Goeree-Overflakkee  (GO). Zelf ben ik begonnen met pluizen nadat ik daar door Hugo van de Wal (voormalig opzichter Natuurmonumenten op Voorne) op geattendeerd werd. Hij vertelde mij welke informatie verkregen werd door het pluizen van braakballen en met name die van uilen. Doordat een uil op beperkte afstand van zijn roest- of nestplaats jaagt weet je bij het pluizen van de braakballen ook dat de prooien die je aantreft op die locatie gevangen zijn. Hij heeft mij de eerste kneepjes van het pluizen bijgebracht. Net als alles in het leven is het daarna een kwestie van doen en bijhouden. Wat hielp is dat er net in die periode door de uitgeverij van de KNNV een braakballenpluis handleiding is uitgegeven. Mede aan de hand van deze handleiding is het mogelijk de geplozen schedels op naam te brengen. Na enige ervaring te hebben opgedaan kwam de vraag of ik, ter introductie, een pluisavond voor de afdeling wilde houden. Dat heeft er toe geresulteerd dat er enkele jaren achtereen in de winterperiode braakbalpluis avonden gehouden zijn in het bezoekerscentrum die goed bezocht werden.
Ondertussen nam het aantal broedparen van de kerkuil op GO toe, onder andere, als gevolg van het jaarlijks plaatsen van meer nestkasten. (In 2010 is door de kerkuilenwerkgroep GO de honderdste nestkast op het eiland geplaatst) Er kwamen dus ook meer braakballen ter beschikking om te pluizen. Gemiddeld hebben we per jaar van dertien verschillende locaties op GO genoeg braakballen van de kerkuil om te  pluizen. Dat lijkt niet veel als je honderd kasten hebt opgehangen. Maar hierbij moet je wel bedenken dat ongeveer vijftig procent van de kasten is bezocht door een kerkuil. Dat er in tussen de acht en dertien kasten per jaar wordt gebroed. Dat de bewoonde kasten één á twee maal per jaar worden bezocht. En dat niet alle geproduceerde braakballen geschikt zijn om te pluizen. De meeste braakballen worden geproduceerd in de kast maar worden daar ook vertrapt, met name als er jongen in de kast zijn. De meeste bruikbare braakballen om te pluizen komen uit die kasten die door de kerkuil als slaapplaats gebruikt wordt.
Om het toenemende aantal braakballen allemaal te pluizen is een paar jaar geleden een pluisgroep gestart. Deze pluisgroep is onderdeel van de KNNV zoogdierenwerkgroep en pluist in de winterperiode. Tussen eind september en half maart,  pluist de pluisgroep ongeveer één keer in de veertien dagen op de dinsdagavond in het bezoekerscentrum Tenellaplas .  Alle resultaten van deze pluisactiviteiten worden doorgegeven aan de Zoogdiervereniging en de Zuid Hollandse zoogdierenwerkgroep. De gegevens worden door hen onder andere gebruikt om een zoogdierenatlas van Nederland te maken.

Grafiek

De noordse woelmuis op Voorne Putten (en Natura 2000)


In de vorige Branding heeft Ger Maatkamp een heldere uiteenzetting gegeven over de bijdrage die onze KNNV afdeling levert aan de kennis over noordse woelmuizen op Goeree Overflakkee door het pluizen van braakballen van kerkuilen.
Deze vorm van onderzoek is vooral een succes omdat op Goeree een uitgebreid netwerk van kerkuilkasten is opgehangen met een hoge bezettingsgraad als resultaat.

Op Voorne ligt de situatie helaas anders. Op enkele plekken op het eiland worden incidenteel kerkuilen waargenomen en worden er enkele braakballen gevonden en geplozen. Dit is echter lang niet dekkend voor het gehele eiland. De vogelwerkgroep is overigens een plan aan het opstellen om ook op Voorne een kerkuilproject op te starten.

De zoogdierwerkgroep van de KNNV heeft de afgelopen jaren diverse onderzoeken uitgevoerd met inloopvallen om zo een beeld te krijgen van de verspreiding van muizen op Voorne-Putten. Daarnaast zijn o.a. door de landelijke Zoogdiervereniging en door enkele commerciële bureaus in opdracht onderzoeken uitgevoerd. Dit levert uiteindelijk ook een aardig beeld op van de verspreiding van muizen op ons eiland.
De soort waar het steeds om gaat is de noordse woelmuis. Deze (onder)soort leeft alleen in Nederland en is daarmee de enige endemische zoogdiersoort van ons land.
Naast het onderzoek naar noordse woelmuizen is het voor onze werkgroep ook interessant om de opmars van de huisspitsmuis en rosse woelmuis op Voorne-Putten te volgen. Daarnaast is het ook gewoon leuk om levende muizen van dichtbij te kunnen bekijken.
Dit stuk beperkt zich echter tot de noordse woelmuis.

Hoe vindt muizenonderzoek plaats?
Muizenonderzoek is relatief gezien een inspannende bezigheid, je hebt vallen nodig die gevuld moeten worden met hooi en voer. Deze moeten op strategische plekken in het veld geplaatst worden. Na twee dagen worden de vallen op “scherp” gezet en vinden er aansluitend twee vangnachten plaats verdeeld over 4 of 5 controles. Daarna moeten de vallen weer schoongemaakt worden. Gemiddeld zetten we tussen de 60 en 100 vallen neer en worden er hoog uit 9 soorten muizen gevangen, meestal minder. Het is uiteraard de bedoeling dat de muizen dit onderzoek overleven.
Muizenonderzoek Groene Strand

De noordse woelmuis
Hoewel de belevingswaarde van de noordse woelmuis niet meer of minder is dan van andere muizensoorten is een onderzoek pas geslaagd als er een noordse woelmuis wordt gevangen of als er een schedeltje in een braakbal wordt gevonden.
Voor Voornes Duin, aangewezen als Natura 2000 gebied, is vooral de noordse woelmuis van belang omdat dit een prioritaire soort is binnen de instandhoudings doelstellingen van het Natura 2000 gebied.
Noordse woelmuis/Karel Adriaanse
Noordse woelmuis, foto Karel Adriaanse

Wat is Natura 2000? (informatie van LNV)
Natura 2000 is het grootste initiatief op het gebied van natuurbescherming in Europa. Natura 2000 wordt het Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Het netwerk wordt gerealiseerd door bijdragen van alle lidstaten van de Europese Unie. De schaal van uitvoering is ambitieus.
Behoud en herstel van de biodiversiteit in de Europese Unie is het doel. Het voortbestaan van specifieke habitattypen en soorten, zoals opgenomen in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, wordt met Natura 2000 gegarandeerd. Nederland heeft voor 51 habitattypen en 35 soorten een internationale verantwoordelijkheid.
Met Natura 2000 wordt de natuur op Europese schaal beschermd en behouden. Natura 2000 biedt bovendien kansen voor sociaaleconomische ontwikkelingen en draagt bij aan de levenskwaliteit van mensen. Zeker in een zo dichtbevolkt land als Nederland.

Kernopgaven Habitattypen “Voornes Duin”o.a.
2.05 Open vochtige duinvalleien, inclusief vochtige duinbossen:
Behoud oppervlakte en herstel kwaliteit van vochtige duinvalleien (kalkrijk) H2190_B.
Behoud vochtige duinvalleien H2190 als habitat van roerdomp A021, lepelaar A034, blauwe kiekendief A082, velduil A222, noordse woelmuis *H1340, nauwe korfslak H1014 en groenknolorchis H1903

Instandhoudingsdoelen soorten
H1014 Nauwe korfslak
H1340 Noordse woelmuis
H1903 Groenknolorchis
A008 Geoorde fuut
A017 Aalscholver
A034 Lepelaar

H1340 *Noordse woelmuis
Doel: Uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie.
Toelichting: Deze endemische ondersoort verkeert in een zeer ongunstige staat van instandhouding. In duinvalleien komt de Noordse woelmuis meestal in wat ruigere vegetaties voor. In dit gebied komt de soort nog voor in de duinvalleien tussen paal 6 en paal 7. Niet zo lang geleden kwam hij ook nog voor op het Groene Strand van het Oostvoornse Meer en in de oeverlanden van het Quakjeswater. Uitbreiding van het leefgebied hangt samen met de opgave van het habitattype Vochtige duinvalleien, kalkrijk (subtype B).

Noordse woelmuis/Kees Rosmolen

De werkelijkheid
Bovenstaande informatie vormt de basis voor de aanwijzing van de Duinen van Voorne tot Natura 2000 gebied en de aanwijzing van de noordse woelmuis tot prioritaire soort.
De grote vraag is natuurlijk of de doelen voor de noordse woelmuis gehaald kunnen worden!
Er wordt een sterke link gelegd tussen de ontwikkeling van habitattype vochtige duinvallei en de uitbreiding van leefgebied voor de noordse woelmuis. Is dit terecht?
Wat we de laatste jaren onderzocht hebben is of de noordse woelmuis überhaupt nog wel voorkomt in reeds bestaande vochtige duinvalleien en op het Groene Strand bij Oostvoorne.
(Het Groene Strand maakt ook onderdeel uit van het Natura 2000 gebied) Er is op tientallen plekken in en rond het duingebied muizenonderzoek gedaan, zie kaart 1.  Slechts op 3 plaatsen zijn noordse woelmuizen gevangen. Dit ging in het duingebied om een enkel exemplaar in het Vogelvlak. Daarnaast is op het Schor één maal een noordse woelmuis gevangen. Op het Groene Strand zijn regelmatig en op diverse plekken noordse woelmuizen gevangen. Alleen daar durf ik  van een levensvatbare populatie te spreken. In de valleien zoals het Vogelvlak en op het Schor is bij het meest recente onderzoek al geen noordse woelmuis meer gevangen!

 

kaart 1
Muizenonderzoek in en rond Natura 2000 gebied Voornes Duin
-De paarse stippen zijn locaties waar vanaf 2001 onderzoek is gedaan met inloopvallen door de NJN,
  de Veldwerkgroep en de zoogdierwerkgroep van de KNNV.
- De paars met zwarte stippen zijn locaties waar noordse woelmuizen zijn gevangen.


Kaart 1

De toekomst
Wat betekent dit nu voor de toekomst? Het huidige beheer van de reeds bestaande vochtige duinvalleien biedt kennelijk op deze wijze geen kansen voor uitbreiding van de noordse woelmuis. Dit kan te maken hebben met het maaibeleid, jaarlijks wordt na de zaadzetting de vegetatie gemaaid en het maaisel afgevoerd. Het kan te maken hebben met de begrazing, sommige valleien worden matig tot intensief begraasd. En het kan te maken hebben met de aanwezigheid van andere woelmuizensoorten zoals aardmuis, veldmuis en rosse woelmuis. De aardmuis die verreweg de grootste concurrent van de noordse woelmuis is komt echter op Voorne-Putten niet voor.

Als er al kansen zijn voor de verdere verspreiding van de noordse woelmuis in de duinen zal het toch vooral moeten komen door uitbreiding van zeer extensief, of niet begraasde en mondjesmaat gefaseerd gemaaide vochtige duinvalleien. Het Vogelvlak is daar een redelijk voorbeeld van. Daar blijkt echter de verbossing door oprukkende elzen een steeds grotere bedreiging van de openheid te vormen. Het blijkt een lastige opgave om beheer toe te passen welke zowel voor de rijkdom aan vochtige valleivegetatie als voor kleine zoogdieren zoals de noordse woelmuis het optimale resultaat oplevert. Persoonlijk schat ik de link tussen uitbreiding van het habitattype vochtige duinvallei en de uitbreiding van leefgebied voor de noordse woelmuis met het huidige beheer niet rooskleurig in.

Zijn er dan geen kansen voor de noordse woelmuis op Voorne-Putten?
Naast onderzoek in en rond de duinen hebben we de afgelopen jaren op diverse plekken verspreid over het eiland onderzoek gedaan in rietkragen en vochtige vegetaties zoals in het Mallenbos. Daar blijkt op diverse plekken de noordse woelmuis wel voor te komen. Voorbeelden zijn de Vierambachtboezem maar ook het kleine gebied de Waalhoek. Uit dit onderzoek blijkt dat er nog wel potentie is voor uitbreiding van de noordse woelmuis op Voorne-Putten. Een bijdrage kan geleverd worden door oude kreekresten in de polder natuurlijker te gaan beheren. Het gebied de Waal en de aangrenzende Strypse Wetering bieden grote kansen voor de noordse woelmuis mits het beheer niet meer gericht zou zijn op rietwinning en beweiding maar op een meer natuurlijke ontwikkeling. Een mooi voorbeeld is de Holle Mare. In de delen waar intensief beheerd wordt komt geen noordse woelmuis voor maar in de delen die zich bijna natuurlijk ontwikkelen des te meer. Een nieuw gebied zoals het aan de Holle Mare grenzende Derryvliet levert al na enkele jaren zorgvuldig beheer vangsten van noordse woelmuizen op.

Derryvliet
Derryvliet Zwartewaal

Conclusie
Er zijn zeker kansen voor de noordse woelmuis op Voorne-Putten. Ik denk dat het vooral een kwestie is van kiezen. Minder beweiding en minder rietsnijden in oude kreekresten levert direct wat op. Ik denk dat veel vogelaars hier ook wel blij mee zouden zijn. Maar ook in de duinen zou terugdringen van elzen, minder intensieve begrazing in de valleien en wellicht gefaseerd maaien de noordse woelmuis meer kansen bieden. En dat is één van de belangrijkste doelen van het aanwijzingsbesluit Natura 2000 “Voornes Duin”.

Jan Alewijn Dijkhuizen
 

Verslag muizenonderzoek de Ommeloop en Kleine Beer.

Op verzoek van Hans Visser, regiohoofd van het Zuid-Hollands Landschap Regio Eilanden, heeft de KNNV zoogdierenwerkgroep van de KNNV afdeling
Voorne in de periode 15-11-2011 tm 20-11-2011 een muizenonderzoek gedaan in twee gebieden te weten, de Ommeloop, een klein gebied in de
polder tussen Brielle en Oostvoorne, en de Kleine Beer, een restant va het voormalig natuurgebied de Beer.
Klik hier voor het verslag.

Verslag muizenonderzoek De Scheelhoek Natuurmonumenten Augustus 2011

op verzoek van Han Meerman, medewerker van Natuurmonumenten heeft de zoogdierenwerkgroep van de KNNV afdeling Voorne een
muizenonderzoek uitgevoerd op de Scheelhoek gelegen op Goeree Overflakkee.
Natuurmonumenten heeft gegevens nodig over het voorkomen van de noordse woelmuis ten behoeve van het plannen van het juiste beheer.
Het onderzoek is uitgevoerd met 100 longworth vallen. Deze vallen bestaan uit een leefruimte en een tunneltje met klapdeurtje.
Klik hier voor het verslag

Wintertelling vleermuizen Voorne januarie 2011

Jaarlijks worden op voorne de vleermuizen in winterslaap geteld.Er werden in januari 2011 meer dan 90 objecten bezocht met als resultaat 290 getelde
overwinterende vleermuizen.De verzamelde gegevens worden landelijk verwerkt ten behoeve van het meetnetoverwinterende vleermuizen van het CBS.
Klik hier voor het verslag.

Verslag Muizenonderzoek/Excursie Oude Maas Spijkenisse

In 2009 heeft de zoogdierenwerkgroep van de KNNV afdeling Voorne voor de Milieugroep Spijkenisse een muizenonderzoek inclusief openbare excursie
georganiseerd in het Mallenbos te Spijkenisse. Dit bleek een groot succes en daarom is besloten in 2010 dit te herhalen maar op een andere plek.
Deze keer is gekozen voor de zuidoever van de Oude Maas tussen Spijkenisse en de Beerenplaat.
Klik hier voor het verslag.

Verslag muizenonderzoek Klein profijt en Vogelvlak 2010

Op verzoek van Hans Visser, Regiohoofd Regio Eilanden van het Zuid-Hollands Landschap, heeft de zoogdierenwerkgroep van de KNNV afdeling Voorne
onderzoek gedaan naar het voorkomen van muizenin Klein Profijt. (Nabij Rhoon). Hierbij is gebleken da de Noordse woelmuis hier voorkomt.
Tevens is het Vogelvlak op voorne onderzocht.
Klik hier voor het verslag.

Verslag muizenonderzoek Tenellaplas tijdens estafette-excursie op 14 augustus 2010

Op 14 augustus organiseerde de jarige KNNV afdeling Voorne een estafette excursiedag vanuit bezoekerscentrum Tenellaplas van het Zuid-Hollands
Landschap. Uiteraard heeft ook de zoogdierenwerkgroep een bijdrage aan de excursie geleverd door een klein onderzoekje met 30 vallen rond de
Tenellaplas op te zetten zodanig dat de controles ingepast konden worden in het excursieschema.
Klik hier voor het verslag

Verslag muizenonderzoek Groene Strand 2010

De zoogdierwerkgroep van de KNNV afdeling Voorne organiseert regelmatig kleine muizenonderzoeken op het eiland Voorne Putten.
Daarbij wordt gebruik gemaakt van Longworth inloopvallen. Deze keer is dankbaar gebruik gemaakt van het feit dat het Zuid-Hollands Landschap
een nieuw pad heeft aangelegd dwars over het Groene Strand te Oostvoorne.
Tot dit moment was het een zeer intensieve activiteit om vallen te plaatsen in het riet.
Nu konden we enkele meters naast het pad 80 vallen plaatsen en daarmee de volledige 800 meter doorsnee van het Groene Strand bemonsteren.
Klik hier voor het verslag

Wintertelling vleermuizen Voorne Januarie 2010

 

 

Sinds de winter van 1982 worden op Voorne de vleermuizen in winterslaap geteld.
In de loop van de jaren werden steeds nieuwe overwinteringsobjecten en daarmee ook meer
vleermuizen ontdekt. Tegenwoordig weten we alle nieuw geopende bunkers snel te vinden
die vervolgens direct in de monitoring worden opgenomen.
Nieuwe objecten worden –indien ze geschikt zijn- al vrij snel door vleermuizen in gebruik
genomen wat mogelijk ten koste gaat van het aantal in de omringende bunkers. Meer bunkers
levert dus niet automatisch meer vleermuizen op.
Er werden in januari 2010 meer dan 90 objecten bezocht met als resultaat 287 getelde
overwinterende vleermuizen. De verzamelde gegevens worden landelijk verwerkt ten behoeve
van het meetnet overwinterende vleermuizen.
Klik hier voor het verslag


 

 

 

De noordse woelmuis op Goeree Overflakkee

Door Ger Maatkamp, Leo Linnartz en Esther Linnartz-Nieuwdorp
 
In Nederland gaat het slecht met de noordse woelmuis, maar zo niet op Goeree-Overflakkee.
Uit systematisch braakballen onderzoek van zowel de kerk- als ransuil vanaf 1998 is duidelijk
zichtbaar dat het hier goed gaat met onze endemische woelmuis.

Aan het eind van de ijstijd, zo’n 12.000 jaar geleden, warmde het klimaat op waardoor de toenmalige koude
en relatief droge steppe overging in natte toendra. De steppe trok zich terug naar het oosten.
Door verdere opwarming verdween ook de toendra weer; dit keer naar de streken rondom de Noordpool.
Diverse diersoorten, waaronder lemmingen, trokken mee naar het oosten of het noorden en verdwenen hier.
Maar hun neefje, de noordse woelmuis, bleef. De Nederlandse populatie is lang geleden gescheiden geraakt
van zijn soortgenoten elders en geëvolueerd tot een eigen ondersoort: Microtus oeconomus arenicola.
Populaties van andere ondersoorten zitten onder andere in Finland, Hongarije en Noorwegen. De soort
doet het in Nederland vooral goed op plekken waar veld- en aardmuizen niet voorkomen.
 
Als onderdeel van het soortenbeschermingsplan van Vogelbescherming Nederland ontstonden overal
in het land kerkuilenwerkgroepen. Het doel was om via beschermingswerk en het plaatsen van nestkasten
voor de kerkuil het aantal broedsels in het jaar 2000 landelijk op 2000 te krijgen. Ook op
Goeree Overflakkee is toen een kerkuilenwerkgroep van start gegaan. Nadat in 1992 het
beschermingswerk van start ging, is de kerkuil teruggekomen als broedvogel.
In de afgelopen jaren heeft deze werkgroep bijna honderd nestkasten voor kerkuilen verspreid
over het hele eiland geplaatst. Enige jaren na het plaatsen van de eerste kasten kon ook het eerste
broedgeval in Goedereede gemeld worden. In de jaren daarna heeft het aantal broedgevallen zich
langzaam uitbereid tot een voorlopig hoogtepunt in 2007 met 15 broedparen.
 
Vanaf 1998 worden de braakballen van kerkuilen verzameld en uitgeplozen om te onderzoeken
welke muizen op ons eiland voorkomen. Eerst gebeurde dit nog wat incidenteel, maar vanaf 2007
worden van alle locaties waar kerkuilen voorkomen de geschikte braakballen verzameld en uitgeplozen.
De zoogdierenwerkgroep pluist in de wintermaanden de op Goeree Overflakkee verzamelde braakballen in samenwerking met de kerkuilenwerkgroep Goeree Overflakkee uit.
 
Uit de pluisgegevens van de afgelopen jaren is een duidelijk beeld zichtbaar. De noordse woelmuis komt overal op Goeree Overflakkee voor.
Van de vijfenveertig partijen braakballen die in de afgelopen jaren zijn uitgeplozen zijn in zevenendertig partijen de schedels van noordse woelmuizen
gevonden. Dus in maar acht partijen kwam de noordse woelmuis niet voor. Ook de verspreiding over het eiland is opvallend. In maar liefs tien kilometer
blokken van vijf bij vijf kilometer op het eiland is de noordse woelmuis aangetoond. Na Texel en met Schouwen-Duivenland heeft Goeree Overflakkee
de grootste dichtheid aan noordse woelmuizen in Nederland.
 
Andere regio’s waar noordse woelmuizen voorkomen zijn Friesland, Texel, het gebied tussen Amsterdam, Zaandam, Alkmaar en Hoorn, het
Utrechts – Hollands plassengebied (zie ook figuur 1). In de meeste van deze gebieden staat de populatie onder meer of mindere druk.
 
Literatuur
De noordse woelmuis (Microtus oeconomun arenicola) tijdschrift Zoogdier (jaargang 20 nummer 4 winter 2009), Richard Witte van den Bosch en Dick Bekker. -



Figuur1: het voorkomen van noordse woelmuis in Zuid-Holland. Bron: Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland (met dank aan Kees Mostert)

Klik hier voor een groot kaartje.

Deel deze pagina