In 2010 heeft de KNNV afdeling Wageningen e.o. het gebied van de Bovenster polder onder Wageningen geïnventariseerd. Dit gebeurde in gegraven nevengeul Bovenste polder; foto: Willem Wielemakeropdracht van Staatsbosbeheer om het effect van het huidige beheer op de biodiversiteit in dit gebied vast te stellen. Teven s was het de bedoeling om het effect van ingrepen in het gebied  op deze biodiversiteit te beoordelen en tot aanbevelingen te komen voor een toekomstig beheer.

De “Bovenste polder onder Wageningen” is een uiterwaarden gebied dat zich vanaf de Neder-Rijn noordwaarts uitstrekt tot de winterdijk ten zuiden van Wagenigen, en in het noordoosten grenst aan de Wageningse berg. Aan de oostkant wordt het gebied begrenst door de Veerdam naar het Lexesveer en aan de westkant door de Pabstendam. Het gebied beslaat een oppervlakte van ongeveer 144 ha.

Samenvatting

Vaatplanten
Totaal werd het respectabele aantal van 443 soorten aangetroffen, waaronder 13 voorkomend op de rode lijst. Naast floristisch speurwerk werden 20 vegetatieopnamen uitgevoerd in karakteristieke ecotopen. 16 Soortgroepen worden besproken; ze vertegenwoordigen evenzovele milieus in het geïnventariseerde gebied. Van een drietal zeer karakteristieke groepen, zoals het Glanshaver-grasland, Natte graslanden en Zeggevegetaties, en periodiekdroogvallende slikkige oevers, zijn verspreidings-kaartjes gemaakt. In deze groepen komen soorten voor zoals Karwijvarkenskervel, Aarbeiklaver en Slijkgroen.

Mossen
De mosflora van de Bovenste Polder is typisch voor het rivierengebied. Dat geldt vooral voor de wilgenbossen, en de kribben en beschoeiingen langs de rivier. Daar werden 6 min of meer zeldzame soorten aangetroffen. Van de twee rode lijstsoorten werd er echter één (Moerasdikkopmos) op een kleiig pad buiten dit gebied gevonden.

Paddenstoelen
In 2009 zijn 109 soorten paddenstoelen aangetroffen, waaronder 5 soorten die op de rode lijst voorkomen. Eén daarvan, de Blauwgrijze Schorsmycena, die in Nederland als erg zeldzaam wordt beschouwd, werd in dit gebied veel aangetroffen.

De resultaten laten zien hoe soorten gecorreleerd zijn met substraat en functionele groep. Als verklaring  voor het lage percentage mycorrhiza paddenstoelen wordt gewezen op de geringe variatie in boomtypen en de eutrofiering van het gebied. Het ontbreken van typische graslandsoorten lijkt het gevolg van de geringe verschraling.

Broedvogels
Van 66 soorten werd het broeden in 2010 vastgesteld met in totaal 808 territoria: een toename van maar liefst  40 % in vergelijking met 30 jaar geleden. Vergelijking met andere jaren laat duidelijk zien hoezeer toename of afname van vogelgroepen verband houdt met de dynamiek en diversiteit in voorkomende ecotopen. De resultaten laten zien hoe ingrepen in het gebied zoals het graven van de nevengeul, maar ook de aard van het beheer hierop invloed hebben gehad. In
totaal werden 13 rode-lijst-soorten vastgesteld in de Bovenste Polder, waaronder soorten als Buidelmees, Grote karekiet, Rietzanger, Watersnip, Kleine plevier, Waterral, Visdief, Steenuil, Sprinkhaanzanger, Blauwborst en Roodborsttapuit. Het opnieuw horen van de Kwartelkoning is een uitdaging voor het toekomstig beheer van dit NATURA-2000 gebied.

Sprinkhanen
12 Soorten werden waargenomen, waaronder geen rode-lijst-soorten. Soorten en hun aantallen zijn vergeleken met de deelgebieden van Fig. 1.1. Vooral het droge en zandige gebied Vc wijkt af van de rest van de gebieden, die vochtiger en kleiiger zijn. Van het Zuidelijk Spitskopje, nog maar recent in Nederland waargenomen, werd een aanzienlijk aantal genoteerd. Dit in afwijking van enkele naburige uiterwaarden, waar deze soort niet werd waargenomen. Overigens stemden de aangetroffen soorten redelijk overeen met deze gebieden.

Dagvlinders
In totaal werden 19 soorten waargenomen. De resultaten laten zien dat de biodiversiteitsindex sterk verschilt voor de geïnventariseerde biotooptypen. Een reliëfrijk gebiedje met daardoor een grote variatie in begroeiing, scoort het hoogst. Ook een weinig begraasd gebied beschut door opschietende wilgen heeft een redelijk hoge index met soorten als Zwartsprietdikkopje en Bont Zandoogje. De index is ook hoog in een kruidenrijk gebied op een recent met zand opgespoten terrein; hier vinden we relatief grote aantallen van het Bruin Blauwtje, een rode-lijst-soort. Sterk begraasde terreinen scoren laag op de biodiversiteitsindex. Koninginnenpage, Citroenvlinder en Distelvlinder, hoewel laag in aantal, waren leuke waarnemingen.

Libellen
In totaal werden 21 soorten libellen waargenomen. Van de Rivierrombout werden alleen vervellingshuidjes gezien. Gewone pantserjuffer en  Vuurlibel lieten zich slechts éénmaal zien. De gekozen secties vertegenwoordigen oevers langs verschillende typen water: relatief breed water van de gegraven nevengeul, sloten en recent gegraven poelen. De resultaten laten zien hoe de voorkomende soorten en hun dichtheden hiermee zijn gecorreleerd. De nevengeul met lage dichtheid contrasteert met de hoge dichtheden in de poelen. Vooral de oostelijke poel heeft grote aantallen Kleine roodoogjuffers, die, opmerkelijk genoeg, in de vergelijkbare westelijke poel niet voorkomen.

Macracofauna
Totaal werden 14 algemeen voorkomende soorten aangetroffen en dit ondanks de grote variatie in biotopen van deze uiterwaard. De periodieke overstromingen hebben vermoedelijk een ongunstig effect op de leefomgeving van slakken. De meeste soorten zijn aangetroffen in het oude wilgenbos en in de meidoornhagen (Fig. 1.2). Het grasland is niet bemonsterd.  

Amfibieën en vissen
8 Soorten amfibieën, die in het verleden voorkwamen, worden besproken in relatie tot hun huidig voorkomen; dit in relatie tot het soort water, mate van droogvallen en predatie door vissen. Zo laten de resultaten zien dat een soort als de Kamsalamander uit zal sterven als de poel, waarin deze soort voorkomt, blijft droogvallen. Van de Rugstreeppad werden nu alleen nog roepende mannetjes gemeld op het steenfabrieksterrein. 

Vissen zijn niet systematisch waargenomen, maar eerdere gegevens tonen dat het gebied rijk is aan soorten.

Zoogdieren
Totaal 18 soorten zoogdieren worden besproken in relatie tot plaats van waarneming en ecotoop. Knaagdieren blijken het meest vertegenwoordigd. Besproken wordt hoe mogelijk de bever zich in dit gebied zal vestigen, gezien de vraatsporen in een naburig gebied. Van de vos werd een burcht waargenomen. Reeën werden niet gezien.

Beheersadviezen

De huidige hoge biodiversiteit kan alleen gehandhaafd kan worden als een verdere verruiging en verbossing van het gebied voorkomen wordt. Intensiever begrazen in combinatie met een maaibeheer rekening houdend met de eisen van diverse soortgroepen, wordt regelmatig genoemd. Er worden per soortengroep beheersadviezen gegeven.

Rapport:
Wielemaker, W.G., Plas,  L.H.W.  van der en Goudzwaard, P. (eds.) 2011. Bovenste polder onder Wageningen. Inventarisatie flora en fauna in 2010. KNNV afdeling Wageningen e.o., Wageningen.

Deel deze pagina