Meedoen aan broedvogel
monitoring

Wat is BMP-tellen?
BMP staat voor Broedvogel Monitoring Project, ontwikkeld door SOVON Vogelonderzoek Nederland. Volgens een methodiek worden de territoria van de broedvogels bepaald. Afhankelijk van de biotoop zijn per broedseizoen (circa maart t/m juni) tussen de 8 en 14 bezoeken nodig. Meestal wordt rond zonsopkomst geteld; een enkele keer na zonsondergang voor vogelsoorten als snippen, nachtzwaluwen, uilen en kwartels. We kijken en luisteren naar vogels die d.m.v. zang of gedrag laten blijken een territorium in de omgeving te hebben.

Voorbeeld SOVON autoclustering

Voorbeeld van uitwerking BMP. De kruisjes zijn territoria, de stippen die door
lijnen zijn verbonden, zijn waarnemingen van zingende vogels.

Waarom is BMP-tellen belangrijk?
Jaarlijks tellen leden van de VWG-Wageningen voor SOVON vogels in een aantal natuurgebieden. Mede dankzij de resultaten van deze tellingen kan SOVON iets zeggen over de trends van de Nederlandse vogelsoorten. Ook zijn de vogel(trend)s belangrijke indicatoren voor de terreinbeherende organisaties en kunnen zij hun beheer hierop afstemmen.

Wil je ook BMP-tellen?
De territoria van broedvogels wordt voor een groot deel bepaald op basis van de vogelzang. Daarom is het belangrijk dat je de zang van de algemene broedvogels herkent. Je hoeft ze niet allemaal te herkennen maar het kunnen waarnemen van een aantal (zo’n veertig à vijftig) veel voorkomende soorten op basis van hun zang is van belang.

Als je mee wilt doen met Broedvogelmonitoring neem dan contact op met een bestuurslid van de vogelwerkgroep. Er is altijd behoefte aan mensen die willen mee doen.

Als je de zang van een aantal vogelsoorten kent en als je eens een BMP-telling wilt ervaren kun je (liefst in het vroeger voorjaar, of nog eerder) contact opnemen met Doortje. Je kunt dan een afspraak maken om tijdens een ochtendwandeling mee vogels te inventariseren. Als het bevalt kun je vaker mee het veld in om de broedvogels via de BMP-methode te tellen.
De tellers vinden het over het algemeen prettig om hun vogelkennis te delen. Zij willen graag een lange reeks met vogeldata. Zij stellen daarbij je inzet op prijs. Immers vele handen maken licht werk!

Hoeveel tijd kost het tellen mij?
Net zoveel tijd als je zelf wilt! Sommige tellers tellen wekelijks of éénmaal per twee weken gedurende het broedseizoen van maart t/m juni. Heeft je minder tijd? Dan kun je bijvoorbeeld maandelijks tellen. De frequentie en momenten kun je in overleg afstemmen met de coördinator. Voor wie het echt wil leren volstaat twee keer meegaan per seizoen niet. Probeer dan het volgende jaar meer tijd vrij te maken.

Waarom is tellen leuk?
Voor de meeste mensen is vroeg opstaan geen pretje. Maar als je eenmaal in het bos, uiterwaarden of op de heide bent en met een beetje geluk de zon ziet opkomen is het genieten. Er zijn weinig mensen zo vroeg op pad, maar des te meer vogels fluiten. Hoe vaker je met vogelzang bezig bent, hoe meer je hoort en hoe beter je de vogelzang van elkaar kunt onderscheiden. Daarnaast wissel je kennis met je medevogelaar en steek je er wellicht iets van op. Omdat binnen de VWG jarenlang gebieden geteld worden, is ook veel informatie beschikbaar. Zo kun je de vogelontwikkelingen in een bepaald gebied in de loop der jaren volgen.

Deel deze pagina