Samenvatting

Aanbieding rapport

Het Egelmeer is een gebied van Staatsbosbeheer aan de noordrand van de Utrechts Heuvelrug, bij de Prattenburg ten westzuidwesten van Veenendaal.

In 2009 hebben 17 leden van de KNNV afdeling Wageningen e.o. het Egelmeer en twee aangrenzende gekapte en geplagde bospercelen geïnventariseerd. Daarbij zijn planten, mossen, dagvlinders, libellen, sprinkhanen, vogels, amfibieën en reptielen onderzocht. Tijdens de bezoeken zijn ook waarnemingen van overige fauna genoteerd.

Het geïnventariseerde gebied omvat een ven (het Egelmeer), de er omheen liggende droge en natte heidegebieden, een perceel beweid grasland en een tweetal recent gekapte en geplagde vlaktes.Ten behoeve van de inventarisaties is het onderzochte gebied in 6 deelgebieden onderverdeeld.

Planten
Er werden 125 soorten hogere planten gevonden, waaronder 7 soorten van de Rode Lijst. Het gebied is niet soortenrijk, maar onder voedselarme zure omstandigheden in pleistocene gebieden is de soortenrijkdom gewoonlijk gering. Onder de aangetroffen soorten bevonden zich 17 soorten van heiden, vennen en schraallanden, naast 16 soorten van bos en bosranden op voedselarme, kalkarme grond. Op de venbodem groeide veel Bruine snavelbies, Zwarte zegge, Moerasstruisgras, Kleine zonnedauw en Knolrus, naast Dopheide en Pijpenstrootje. Daarnaast werd een kleine populatie Witte snavelbies, enig Veenpluis en Veelstengelige waterbies gevonden. Op de natte heide langs de randen kwamen op 7 plekken kleine populaties Klokjesgentiaan voor. De jonge, aaneengesloten heide bleek erg soortenarm, waarschijnlijk door een te eenvormige structuur. De vegetatie op de beide kapvlaktes is die van een vroeg successiestadium op droge zure zandgronden. De noordelijke kapvlakte toont iets meer variatie in bodemcondities dan de zuidelijke, wat zich in een grotere soortenrijkdom uitte.

Mossen
Er werden 55 soorten bladmossen en 7 soorten levermossen gevonden, waaronder 4 soorten van de Rode Lijst en 3 vrij zeldzame mossen. In het vengebied kwamen 3 soorten veenmos voor, alle drie algemene soorten van voedselarme zure bodem en venoevers. Waterveenmos (Sphagnum cuspidatum) was in het hele ven de dominante soort. Pioniers van venoevers ontbraken, doordat er te weinig kale open plekken waren. Het perceel met dichte heidebegroeiing bleek bijzonder soortenarm, evenals het perceel beweid grasland. De noordelijke kapvlakte toont een grotere variatie in begroeiing en bodem dan de zuidelijke, die monotoon zandig is en bleek dan ook meer soorten mossen te herbergen.

Fauna
Tijdens 21 bezoeken, waarbij langs een vaste route werd gelopen, zijn diverse faunasoorten geteld. De vlinderrijkdom was niet groot: er werden 16 soorten dagvlinders en 373 exemplaren geteld, waaronder één Rodelijstsoort: het Groot dikkopje. De meeste vlinders werden rond het ven aangetroffen, al was ook de noordelijke kapvlakte tamelijk vlinderrijk. Onder de 16 aangetroffen soorten zijn 8 soorten met een weinig specifieke verspreiding, waaronder een groot aantal Distelvlinders. Van de overige 8 soorten zijn er zes tamelijk karakteristiek voor droge en vochtige heide en bosranden. De conclusie is dat de vlinderbevolking van het gebied een aantal karakteristieke soorten telt, dat de vlindergemeenschap niet compleet is en dat het aandeel algemene, "triviale" soorten niet groot is.

In totaal zijn er 213 libellen waargenomen van 14 soorten: 5 soorten juffers en 9 soorten echte libellen. De enige aangetroffen Rodelijstsoort was de Bruine winterjuffer. Op 29 juli werden 10 soorten waargenomen; op 27 augustus, een week na het constateren van het drooggevallen zijn van de vennetjes, is geen enkele libel waargenomen. De secties van de route rond de twee vennen waren het rijkst aan soorten, met elk tien gedurende het jaar. Opvallend was het aantal van zeven soorten op het kleine perceel Ic met oude heide: waarschijnlijk zijn daar veel prooidieren en/of schuilplaatsen voor libellen. De veertien libellensoorten die in 2009 in het gebied rond het Egelmeer aangetroffen zijn, vormen een onvolledige libellenfauna van de centrale zandgronden van Nederland.

Er werden 15 soorten sprinkhanen gevonden, waaronder één Rodelijstsoort (de Sikkelsprinkhaan), wat een heel behoorlijke score is voor een dergelijk gebied. Dominante soorten waren de Heidesabelsprinkhaan (karakteristiek voor hoogvenen en heide) en de Krasser (een soort van niet al te droge gebieden). Ook soorten als het Gewoon spitskopje en Gewoon doorntje (karakteristiek voor oevers) werden gevonden, naast een aantal algemene soorten. Al met al is er een redelijk ontwikkelde, maar niet complete sprinkhaangemeenschap aanwezig.

Amfibieën en reptielen
Er werden nauwelijks amfibieën gezien: slechts een paar bruine en groene kikkers. Al vrij vroeg in het seizoen kwam het ven praktisch geheel droog te staan.

Van de reptielen werden 4 soorten gevonden. Er was een flinke populatie Levendbarende hagedissen aanwezig in het gebied. Er zijn 49 waarnemingen gemeld, waaronder laat in het seizoen ook van juvenielen. De soort plant zich dus voort in het gebied. Daarnaast werd een Ringslang, een Hazelworm en slechts één Zandhagedis gezien. In het vroege voorjaar is wel uitgebreid naar Zandhagedissen gezocht maar zonder resultaat, de enige waarneming stamt uit augustus. De droge heide heeft waarschijnlijk een te eenvormige structuur voor deze soort. Met uitzondering van de Hazelworm staan alle gevonden soorten reptielen op de Rode Lijst.

Vogels
Er is geen systematische broedvogelinventarisatie uitgevoerd, maar uit de losse waarnemingen is toch een lijst van waarschijnlijke broedvogels samengesteld. Op deze lijst staan drie Rodelijstsoorten: Groene Specht, Matkop en Raaf.

Het rapport besluit met conclusies en beheer-aanbevelingen.

Rapport:
G.M.Sanders en G.M. Bax, 2010. Inventarisatie van het Egelmeer in 2009. KNNV afd. Wageningen e.o., Wageningen.

Deel deze pagina