Naar aanleiding van een vraag van staatsbosbeheer Heuvelrug Zuid heeft een aantal leden van de KNNV afdeling Wageningen e.o. in 2012 het het gebied Grebbelinie Voorpostenlijn, inclusief Fort Daatselaar, geinventariseerd op een aantal soortgroepen: vaatplanten, mossen, korstmossen, broedvogels, amfibiën, vissen, dagvlinders, libellen, sprinkhanen, mieren, hooiwagens, wespen, en slakken.

Het geinventriseerde gebied ligt in de gemeenten Ede en Renswoude. Het onderzochte deel van de Grebbelinie is circa twee kilometer lang. Op en langs de Grebbelinie Gagelveld fort Daatselaar (foto: Dirk Prins)Voorpostemlijn zijn verschillende biotopen te onderscheiden. De Liniedijk zelf is begroeid met opgaand bos. Langs de voet van de dijk is op een paar plekken oud elzenhakhout aanwezig, vaag gemengd met Gewone es en Hazelaar, en incidenteel met oude eikenstoven. Langs de dijk liggen diverse poelen. Een deel van het  fort zelf is recent van bos en opslag ontdaan. In het fort is ook een gagelveld aanwezig. Aan de oostkant van de dijk liggen twee natuurontwikkelingsgebieden, die bij deze inventarisatie zijn meegenomen. De gebieden, inclusief de beide natuurontikkelingsgebieden  maken onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur.

Biodiversiteit als uitgangspunt voor beheeradvies
Er zijn in totaal 627 soorten gevonden, waarvan 26 Rode lijst-soorten:

  • 330 soorten vaatplanten (15 Rode lijst).
    Het aantal plantensoorten is vrij hoog. De inventarisatie is volledig.
  • 74 soorten mossen (1 Rode lijst).
    Het aantal mossoorten is relatief laag. De inventarisatie is volledig.
  • 52 soorten korstmossen (1 Rode lijst).
    Het aantal korstmossoorten is relatief laag. De inventarisatie is niet volledig. Met intensiever zoeken zullen er vast nog wel een paar soorten gevonden kunnen worden.
  • 50 soorten broedvogels (6 Rode lijst).
    Het aantal soorten broedvogels is vrij hoog. De inventarisatie is volledig.
  • 6 soorten amfibieën (1 Rode lijst).
    Het aantal soorten amfibieën vrij hoog. De inventarisatie is volledig.
  • 7 soorten vissen.
    Het aantal soorten vissen is vrij laag. De inventarisatie is niet volledig.
  • 11 soorten sprinkhanen.
    Het aantal soorten sprinkhanen is vrij laag. De inventarisatie is volledig.
  • 21 soorten dagvlinders (2 Rode lijst).
    Het aantal vlindersoorten is vrij hoog. De inventarisatie is volledig.
  • 25 soorten libellen. 
    Het aantal libellensoorten is relatief hoog. De inventarisatie is volledig.
  • 8 soorten mieren.
    Het aantal aangetroffen mierensoorten is laag. De inventarisatie is niet volledig.
  • 11 soorten hooiwagens.
    Het aantal aangetroffen soorten hooiwagens is relatief laag. De inventarisatie is niet volledig.
  • 13 soorten wespen.
    Het aantal aangetroffen soorten hooiwagens is relatief laag. De inventarisatie is niet volledig.1
  • 19 soorten slakken.
    Het aantal aangetroffen soorten slakken is relatief laag. De inventarisatie is niet volledig.

Er zijn veel verschillende groepen onderzocht, meer dan gebruikelijk bij inventarisaties. Uiteraard zijn nog veel meer soortgroepen vertegenwoordig, zoals vleermuizen en andere zoogdieren, paddenstoelen, nachtvlinders, kevers, wantsen, vliegen en spinnen. Hoewel de KNNV ook van deze groepen specialisten heeft, zijn deze niet bij de inventarisatie betrokken geweest. Een volledig beheeradvies zou eigenlijk ook met deze groepen rekening moeten houden.

Desondanks zijn er voldoende gegevens verzameld voor een goed afgewogen beheeradvies, dat met de ecologische randvoorwaarden van meerdere groepen rekening houdt.

Conclusie beheersadviezen
De Grebbelinie Voorpostenlijn is een klein natuurgebied, dat moeilijk te vergelijken is met topgebieden in de Gelderse Vallei, zoals de Blauwe hel en de Bennekomse Meent. Voor de meeste soortgroepen heeft de Grebbelinie echter wel enige waarde. Vooral sectie 8, het natuurontwikkelingsterrein langs de Zwetselaarsweg, is belangrijk voor planten. Een groot aantal soorten van schrale graslanden heeft zich hier kunnen vestigen, mede dankzij het opbrengen van maaisel uit een nabijgelegen blauwgraslandrestant. Vanwege de vele plasjes en poelen is het gebied ook van waarde voor libellen, amfibieën, en enkele vogelsoorten (Kleine plevier, Slobeend). Het gebied is een essentieel onderdeel van de ecologische hoofdstuctuur. Het is een zogenaamde ´steppingstone´, die ligt halverwege de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe, en halverwege de Rijn en de Veluwse randmeren. Actief beheer is essentieel om de natuurwaarden te handhaven. Dit is alleen al nodig om de vermestende invloed van de landbouw te compenseren. Als dat niet gebeurt, heeft dit mogelijk negatieve consequenties voor de hele natuur in de Gelderse Vallei.

Ons advies is om het beheer van maaien en afvoeren voort te zetten in natuurontwikkelingsgebieden, en langs alle poelen in het gebied. Dit beheer kan nog beter worden, als het gefaseerd gebeurd. Ook het maaibeheer van de wallen rond het fort is essentieel. Op het fort zou de mogelijkheid van voorzichtige begrazing met schapen verder onderzocht kunnen worden. Langs de liniedijk zijn mogelijkheden om het bosrandbeheer te optimaliseren voor vlinders en andere bloembezoekende insecten. Ook is het wenselijk om de vegetatie rondom de poelen opener te maken, zodat meer licht de poeloever bereikt. In het broekbos is wellicht enige vernatting mogelijk. We adviseren voorts om beheermaatregelen zoals in 2012 in het westelijke deel van het fort, minder rigoureus uit te voeren, met minder verstoring van het ecosysteem.

Rapport: Inberg, J.A. en G.M. Sanders (red), 2013. Grebbelinie voorpostenlijn. Inventarisatie flora en fauna in 2012. KNNV afd Wageningen e.o.

Deel deze pagina