Plantage Willem III (foto: Dirk Prins)Circa 3 km noordwestelijk van het stadje Rhenen ligt op de zuidwestflank van de Utrechtse Heuvelrug een ongeveer 100 ha groot gebied, de Plantage Willem III, dat sinds 1995 een verandering in beheer doormaakt van akker naar natuur. Vanaf 1995 is de Plantage Willem III in beheer bij de Stichting Het Utrechts Landschap dat er een half open natuurlijk landschap van hoopt te maken met struiken, heide, open zand, bloemrijk grasland en bosjes (provincie Utrecht, 2000). De KNNV Wageningen en Omstreken vond dit een interessant gebied en besloot om van de natuurwaarden een "tussenbalans" op te stellen. Daarom is in 2004 een inventarisatie uitgevoerd van de hogere planten, inclusief de mossen, broedvogels, sprinkhanen, libellen en dagvlinders.

 De provincie Utrecht heeft in 2000 een gedeelte van het gebied aangewezen als Aardkundig Monument, namelijk een opvallend sneeuwsmeltwaterdal dat dateert uit de laatste ijstijd, het Weichselien, en in het noordelijk deel vanuit het aangrenzende (en er één geheel mee vormende) natuurgebied Remmerdense Heide het gebied in loopt. Het gebied als geheel is geologisch gezien een sandr, een smeltwaterwaaier van het gletsjerijs uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien, dat zich toen in de Gelderse Vallei bevond. Daardoor is zand naast leem en grind een hoofdbestanddeel van de bodem die licht hellend tussen 52 en 12 meter boven NAP afloopt van noordoost naar zuidwest.

Stichting Het Utrechts Landschap heeft de eerste paar jaren van het beheer op grote delen van het gebied rogge geteeld met als doel de uit het eerdere landbouwkundige gebruik nog vol op aanwezige voedingsstoffen c.q. de 'onnatuurlijk' rijke bovenlaag uit te putten. Zonder dit overgangsbeheer vreesde men een snelle invasie van ruigtegrassen zoals Gestreepte witbol. Najaar 1997 heeft de beheerder 4 halfwilde paarden (Koniks) en 7 runderen (Galloways) in het gebied gebracht om dit door begrazing open te houden. Intussen hebben deze aantallen zich ongeveer verdubbeld. Bovendien lopen er enkele damherten terwijl ook reeën, komend van de Remmerdense Heide, er graag het gezelschap van de andere grazers opzoeken en zich minder schuw betonen dan we meestal bij deze dieren ervaren. Alles bij elkaar betekent dit een aantal van circa 1 GVE (= Grote Vee Eenheid) per 8 hectare, daar de Remmerdense Heide 116 ha groot is. Voor een beheer met jaarrondbegrazing van een schraal grasland annex naald- en loofbos is dit misschien toch nog wat aan de krappe kant met het oog op een voldoende openhouden van het gebied en tegengaan van verruiging.

De KNNV Wageningen en Omstreken vond dit een interessant gebied om de natuurwaarden in 2004 als in een "tussenbalans" eens vast te stellen. Daarom is een inventarisatie uitgevoerd van hogere planten, inclusief mossen, broedvogels, sprinkhanen, libellen en dagvlinders. Aan de hand van de inventarisateresultaten zijn beheersaanbevelingen gedaan.

Rapport:
KNNV Wageningen en Omstreken, 2005. Inventarisatie van de Plantage Willem III. (red. G.M. Bax en G.M. Sanders)

Deel deze pagina