Verslag van de excursie van de Moeraswerkgroep op zaterdag 6 mei 2006
Door Loekie van Tweel-Groot
Deelnemers: Kai Waterreus, Geert Kierkels, Marian Schelle, John Lenssen, Janny Resoort, Peter Dam, Gerben Visser, Roel Douwes, John en Willy Bruinsma, Ron Mes, Ellen Pont, Jelle Mes, Werner van Eck, Fred Fleminks.

Het natuurreservaat Beerze is te vinden ten zuiden van de Overijsselse Vecht tussen Ommen en Mariënberg. Het reservaat is zo'n 400 ha groot en zeer divers in landschapstypen. Zo zijn er de cultuurgronden langs de Vecht bij het esdorp Beerze, het oorspronkelijke landgoed 'Beerze' bestaande uit een landhuis en landgoedbos, het stuifzand, mooie oude dennenbossen, een langgerekt met eiken(hakhout) beplant kamduin, uitgestrekte jeneverbesstruwelen, een veenputtencomplex en droge en natte heide. Een van de eerste aankopen van Stichting Het Overijssels Landschap was in 1937 een Saksisch boerderijtje met rieten kap en bijbehorende schuren en land in het dorp Beerze (beschermd dorpsgezicht). De boerderij en schuren zijn Rijksmonument en worden gebruikt als woning voor een medewerker van Landschap Overijssel. Beerze is een zeer fraaie hoevenzwermnederzetting en een typisch esdorp. Op de zwarte houten schuren zijn kenmerkende strovlechtwerken te vinden. Sinds 1999 is Landschap Overijssel (ontstaan na de fusie van Stichting Het Overijssels Landschap en Landschapsbeheer Overijssel) beheerder van het 400 ha grote natuurterrein.

startgroep BeerzerveldDe excursie vertrok even over 10 uur vanaf de Beerzerpoort, per trein, fiets en auto kwam iedereen bij elkaar. Een gezellige grote groep om dit mooie gebied met prachtig weer te gaan bekijken. Peter kwam iets later (tja, in Overijssel kun je meestal niet harder dan 80 km/uur) maar vond ons al snel, handig die mobiele telefoons. We bewonderden eerst het landhuis, huis Beerze, en stonden even stil bij het landgoedkarakter van het noordwestelijk gedeelte van het reservaat (Landgoed Beerze ten zuiden van het dorp Beerze). Het landhuis en de directe omgeving (gazons, borders, vijvers, groente- en bloementuin) was destijds in particulier bezit bij jhr. Roëll, waarmee nauw werd samengewerkt. In 2004 is het landhuis door de familie verkocht aan derden.
Tegenover het landhuis ligt een schaapskooitje en niet ver daarvandaan ligt een mooi vennetje/uitgegraven plas wat ons eerste excursiedoel was. John had toen al het bosvijvertje bij de Beerzerpoort bekeken, maar daar ook niets meer dan Kleinst kroos in gevonden. Het Kleinst kroos is een soort die tegenwoordig overal voorkomt en ook in de winter blijft drijven en groen blijft. In dit soort bospoeltjes kwam voorheen nooit vegetatie voor, nu dus maar al te vaak Kleinst kroos. Na het ven ging de excursie door het Kamduin met eikenbos, oud dennenbos, door de zandverstuiving en het jeneverbesstruweel naar de veenputten, een veenputtencomplex met uitgestoven laagtes en door het oude dennenbos en het landgoedbos weer terug.

    Om het landschap te kunnen begrijpen is enige kennis van de geologie en geomorfologie van belang. Beerze ligt in het oerstroomdal van de Vecht, dat is gevormd in de voorlaatste ijstijd, het Riss-glaciaal. Tijdens deze ijstijd stroomden door de aanwezigheid van landijs de rivieren Elbe, Ems en Weser niet naar het noorden maar naar het westen waarbij het diepe oerstroomdal van de Vecht is uitgeschuurd, zo'n 15 kilometer breed. Dit oerstroomdal werd in de loop van de eeuwen weer opgevuld met dekzand en later ook met rivierklei en veen. Vooral in de laatste ijstijd, het Würm-glaciaal of Weichselien, zijn dikke lagen dekzand door de wind afgezet. Deze eolische dekzanden (in Beerze vrij grof en mineraalarm) vormen de ondergrond van het reservaat. Aan het einde van het Würm-glaciaal begon in vele kleinere en grote depressies in dit dekzandlandschap veen te groeien. Deze veengroei ging door in het mildere en vochtiger klimaat van het Holoceen. Het veen in Beerze had geen contact met het diepere grondwater, dus is er een regenwaterafhankelijk, voedselarm veenmos-hoogveen ontstaan.
In het Holoceen is het dekzand op verschillende plekken weer gaan stuiven, vaak na te intensief menselijk ingrijpen zoals ontbossing, branden, ontginning en overbegrazing. De hoogste en droogste plekken raakten in verstuiving en daarna werd het stuivende zand vaak weer vastgelegd in de lagere delen van het terrein, waar vegetatie of vocht het zand beter vasthielden. Daardoor ontstond een omkering van het reliëf: de hogere delen stoven diep uit en de lagere delen werden opgehoogd. Deze uitgestoven laagten en opgestoven zanden zijn aspectbepalend voor grote delen van het reservaat, er is een sterk wisselend reliëf. Het hoogveenpakket in het Beerzerveld is opgehoogd met een stuifzanddek variërend van 0,10 - 2,00 meter dik.
Met name op de grens van het stuifzandgebied en de oude cultuurgronden van Beerze zijn prachtige kamduinen ontstaan. Om het oude cultuurland tegen verstuiving te beschermen heeft de mens houtgewassen aangeplant, in een vrij smalle strook. Daardoor konden duinkammen met een zeer steile en scherp begrensde lijzijde ontstaan.

De bodem in Beerze bestaat uit dekzand met een veldpodzol, stuifzand zonder podzol (duinvaaggronden) en veen. Deze typen komen zelfs vaak in 1 profiel voor waardoor de bodemkaart erg ingewikkeld is. Het veenmosveen dat aan de oppervlakte kwam is voor een groot deel afgegraven in de vorm van veenputten. Het veenpakket varieert in dikte van enkele decimeters tot 1 à 1,5 meter. Op andere delen bevindt zich op het veenpakket nog een stuifzanddek van 0,10 cm tot meer dan 2 meter dik.
Beerze ligt in zijn geheel hoger dan het omringende landbouwgebied; grondwater speelt vrijwel geen rol in dit systeem. Stagnerend regenwater (hangwater) bepaalt de vegetatie en levensgemeenschappen. Doordat de bodemgesteldheid zo sterk wisselt, wisselt de mate waarin het regenwater stagneert of wegzakt ook heel sterk. Daardoor kunnen zeer droge, vochtige en kletsnatte milieus vlak naast elkaar voorkomen. Het echte grondwater zit vaak meer dan 1,5 meter diep, maar in het zuidelijke deel is op enkele decimeters beneden het maaiveld een schijngrondwaterspiegel te vinden waardoor dit deel erg vochtig is (Stichting Het Overijssels Landschap, 1981).

vijver Beerzerveld

Onderweg naar het ven/de zwemvijver vlakbij het landhuis zagen we ook Fluitenkruid in de berm staan. John merkte terecht op dat dat eigenlijk heel onnatuurlijk is. In een arm zandlandschap als dit kwam oorspronkelijk helemaal geen fluitenkruid voor. Rondom Eindhoven was het ook een hele zeldzame plant en dankzij de 3 Floron-inventarisatieronden konden ze goed zien hoe snel deze plant overal verscheen. Dankzij de stikstofdepositie en het klepelen van de bermen is hij tegenwoordig in heel Nederland te vinden.

In het ven zagen we de Zonnebaars - een mooi hoog visje, maar niet zo positief voor de andere visfauna. Op de oevers vonden we Vroege haver, Trekrus, Borstelgras, Tandjesgras, Veelstengelige waterbies, Waternavel, Schildereprijs, Kruipwilg, Klein tasjeskruid en Vogelpootje. De Moeraswolfsklauw die in 2000 nog aanwezig was konden we (nog) niet terugvinden. De pH was behoorlijk laag, 4,5 tot 4,6, maar dat kon de Bruine en Groene kikkers niet deren.

Bij het schaapskooitje stond in de berm nog Bleeksporig bosviooltje te bloeien, de Veelbloemige salomonszegel en de Drienerfmuur bloeiden nog niet.

heuvel BeerzerveldDe excursie ging verder bij het kamduin ten oosten van de Beerzerpoort. Op het kamduin stond van oudsher eikenhakhout, maar dit is langzamerhand omgevormd tot een opgaand eikenbos. De noord- en zuidhelling hebben een compleet verschillende vegetatie. De zuidhelling gaat over in een oud dennenbos en het stuifzandgebied en vooral Bochtige smele (Deschampsia flexuosa) bepaalt hier het beeld. De noordhelling is duidelijk veel vochtiger, dit gaat over in de cultuurgronden en de graslanden langs de Vecht. Hier komen verschillende bossoorten voor zoals Veelbloemige salomonszegel (Polygonatum multiflorum), Dalkruid (Maianthemum bifolium), Gewone eikvaren (Polypodium vulgare), Blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) , Hulst (Ilex aquifolium) en veel Brede stekelvaren (Dryopteris dilatata). Via het grove dennenbos waar enorm veel Rode bosmieren over de paden liepen en waar dus ook veel mierenhopen in te vinden zijn, kwamen we daarna aan bij de zandverstuiving.

stuifzand BeerzerveldDE ZANDVERSTUIVING
De zandverstuiving in Beerze is nog slechts een fragment van het eertijds veel grotere stuifzandgebied. Er is al een flink stuk met jong bos weggekapt, om de open vlakte meer ruimte voor stuiven te geven. Er is nog zo'n 2,5 ha echt stuivend en kaal zand aanwezig en 2,5 ha vastgelegd stuifzand (korstmossen, buntgrasvegetaties en struikheide) met bijbehorende levensgemeenschappen.
Karakteristieke broedvogels zijn bijvoorbeeld de Boomvalk, Roodborsttapuit, Boomleeuwerik, Geelgors (meest voorkomende Rode Lijst-soort) en de zeldzame broedvogels Raaf en Nachtzwaluw. Als wintergast en doortrekker worden regelmatig Tapuit en Klapekster gezien (Hazelhorst & Huizinga, 1997). Ook vegetatiekundig is het stuifzand in Beerze nog goed ontwikkeld. De overgangen van het losse stuifzand via Buntgrasvegetaties naar Heidevegetaties en uiteindelijk Jeneverbes-struwelen of Vliegdennenbosjes op oude forten zijn fraai ontwikkeld. Grijs kronkelsteeltje of Tankmos (Campylopus introflexus) is ook hier wel een probleem doordat de oorspronkelijk korstmosrijke vegetaties verdrongen worden, maar gelukkig zijn ook die korstmosrijke fases nog aanwezig. In 2004 is er een uitgebreid vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor het herstel van het stuifzandgebied.

Er blijken zeker goede mogelijkheden te zijn, door middel van kappen van bos (grotere windwerking) en plagwerkzaamheden zal het zand weer grootschaliger gaan stuiven in de toekomst. Bij deze werkzaamheden zal zeker rekening gehouden worden met het voorkomen van de Zandoorworm die hier in 2004 is ontdekt (Van den Ancker et al., 2004).

dennenorchis BeerzerveldAl wandelend over het stuifzandgedeelte kwamen we ook hier mooie voorbeelden van omkering van het reliëf tegen. Zo is er een prachtige paddestoel-vormige bult te vinden met een fraai podzolprofiel met mooie verkitte bruin-zwarte bandjes. We bekeken de struikheidevegetaties, de dopheidevegetaties op enkele lage en uitgestoven plekken (zo'n 30 jaar geleden kon het hier zo nat zijn dat er in de winter geschaatst kon worden), de buntgrasvegetaties en leuke soorten als Borstelgras (Nardus stricta) en Trekrus (Juncus squarrosus).

Vanaf het stuifzand liepen we door het bos richting de eerste veenputjes bij het spoor. Daar bekeken we eerst nog de in 2005 ontdekte grote groeiplaats van Dennenorchis (Goodyera repens). De rozetjes waren mooi te zien, de bloei komt natuurlijk pas in juni. Maar de bloeistengels van vorig jaar waren wel te zien. En daarna kwamen we, op zo'n 30 meter afstand van het echte stuifzand aan bij de veenputjes. Geert was echt verbaasd dat hij op een paar meter afstand van de eerste putjes nog een Dennenorchis aantrof, het blijft een bijzonder gebied.

veenputten BeerzerveldDE VEENPUTTEN
Vanaf het stuifzandcomplex met de Jeneverbessen liepen we dus zo het veenputtencomplex in. In het veenputtencomplex zijn putten te vinden van 3 x 1 meter tot 10 x 2 meter. De bewoners van het dorp Beerze gingen hier 's winters turf steken. Met een beetje mazzel kon je een paar dagen turf steken in 1 put, soms liep de put echter al snel vol water en dan was het over (net als wanneer het dammetje dat bleef staan om het water tegen te houden doorbrak - dan was het springen of natte voeten). Eerst moest uiteraard de dekzandlaag weggeschept worden, zwaar werk dus (naast veenputten resteren plaatselijk ook nog de vele dekzandhopen). Het veenpakket zelf liep uiteen van enkele decimeters tot 1 à 1,5 meter. Dat is dus de huidige variatie in diepte van de veenputten, de bodem van de veenputten bestaat ook grotendeels uit zand, al het veen is er uitgehaald. Sommige van de veenputten zijn later weer wat overstoven met zand, enkele hiervan zijn in 2003 weer opgeschoond met de kraan. De veenputtencomplexen zijn moeilijk toegankelijk vanwege de smalle dammetjes van veen of zand tussen de veenputten die regelmatig doodlopen of verdwijnen in putten enz.

Soorten die hier te vinden zijn, zijn
Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe), Gewone dophei (Erica tetralix), Veenpluis (Eriophorum angustifolium), Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum), Bruine snavelbies (Rhynchospora fusca), Witte snavelbies (Rhynchospora alba), Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), Ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia), Lavendelhei (Andromeda polyfolia), Beenbreek (Narthecium ossifragum), Duizendknoopfonteinkruid (Potamogeton polygonifolius), Kleine veenbes (Oxycoccus palustris), Klein blaasjeskruid (Utricularia minor) en veel verschillende veenmossen en veenmosbulten. Aan dieren zagen we hier onder andere de Zwarte heidelibel, Vuurjuffer en de Noordse witsnuitlibel. De Noordse witsnuitlibellen waren net uitgeslopen en waren mooi vers.

eetgroep BeerzerveldIn het veenputtencomplex ten noorden van het spoor klonken heel wat kikkerkoren. Aan de andere kant van het spoor zagen we vier Boomvalken boven het veen. Sommigen gingen door de natte heide, anderen langs de spoorsloot die duidelijk veel rijker is en waar ook Gele lis en lisdodde te vinden is.


Net aan de overkant hebben we eerst even in de schaduw (zo koud dat m'n trui weer aanging, in de heide zelf was het flink warm!) zitten eten. Sommigen van ons hebben toen zelfs een Zwarte wouw over zien komen.

 


Na het eten gingen we nog een stuk het veenputtencomplex ten zuiden van het spoor bekijken. Over de dammetjes en daar liepen we tegen een grote verrassing aan. Ik wist wel dat er Lavendelhei stond, maar dat er zoveel stond en dat dat begin mei zo uitbundig bloeit, dat wist ik niet! Het was langs de veenputjes letterlijk roze van de Lavendelhei, een prachtgezicht.
lavendelheide BeerzerveldToen iedereen daar volop van genoten had liepen we langs de Mariënbergerdijk verder naar het westen. In de grote plas zwom nog een Wintertaling en de nieuwe putten vlakbij de maisakker stonden nog droog. We liepen verder tot het schraallandje zodat we niet door het grote veenputtencomplex hoefden te worstelen - niet iedereen was even gewend aan het lopen op laarzen. Vanuit het schraallandje gingen we het puttencomplex ten oosten daarvan nog even in. Hier waren mooie putjes te zien met weer Beenbreek en vooral het Veenpluis stond hier prachtig te pluizen. De geelbloeiende rododendron gaf wel een aparte belevingswaarde.
Daarna liepen we over het schraallandje het meest westelijke deel van Beerze in

ven Beerzerveld
NATTE HEIDE
Helemaal aan de westkant is een uitgebreid open gedeelte dat zeer bijzonder is. Het is grotendeels een uitgestoven dekzandvlakte met natte heide en een aantal veenputtencomplexen. Hier is heel goed de omkering van het reliëf te bekijken. Er liggen een aantal dekzandgordels met Jeneverbes (Juniperus communis), Struikhei (Calluna vulgaris), Borstelgras (Nardus stricta), Vroege haver (Aira praecox) en Tandjesgras (Danthonia decumbens).

Deze dekzandgordels gaan vrij steil een paar meter omhoog en als je dan op die hoogte doorloopt, loop je ineens in een veenputtencomplex! Een veenputtencomplex dat dus wel een paar meter hoger ligt dan de vochtige en natte heide aan de andere kant van de helling met jeneverbes!

stekelbrem BeerzerveldBijzonder was dat we nu net voor het puttencomplex nog een paar mooi bloeiende Stekelbrems (Genista anglica) tegenkwamen. Ik wist niet dat deze in het terrein voorkwam, in het archief vond ik nog wel dat er in de jaren '70 inderdaad nog wel Stekelbrem voorkwam in het terrein. Belangrijk dus om even met de GPS in te meten.
Iets verderop kwamen we een fantastisch grote dassenburcht tegen. De Das die hier woont is zeer fanatiek, de stortberg voor de ingang is al weer veel hoger dan een paar weken geleden. Niet alleen de Das zit in deze burcht, een enkele pijp is ook ingenomen door een Vos, hier en daar zijn vossenkeutels te vinden en je kunt hem ook goed ruiken.
De natte heide op de uitgestoven laagte heeft wel te lijden gehad van verlaging van de grondwaterstanden, er is veel vergrassing met Pijpenstrootje (Molinia caerulea) opgetreden. Op een aantal plekken is hier in de winter van 1999/2000 geplagd. Op de plagplekken is de heide wel weer goed teruggekomen. Heel bijzonder hier op de natte heide is het voorkomen van de Adder waarvan hier gelukkig nog een behoorlijke populatie te vinden is. Er is voldoende rust en in het veenputtencomplex voelen ze zich thuis. Ik ben daar wel eens weggejaagd door een Adder die midden op een veendammetje lag en heel hard tegen me begon te blazen. Dan toch maar omlopen en een andere weg zoeken…
Jammer genoeg hebben we deze excursie geen adders gezien. Wel heeft een deel van de groep nog net voor we weer het bos ingingen nog een Draaihals gezien.

Na dit mooie gedeelte liepen we door het bos weer terug. Langs enkele stormgaten die bij de novemberstorm van 1972 zijn ontstaan. De meeste van die stormgaten zijn weer ingeplant met Grove den, dat was de verplichting toen. Enkele gaten die niet zijn ingeplant, ontwikkelen zich heel mooi met een natuurlijke verjonging van Grove den (Pinus sylvestris), Ruwe berk (Betula pendula) en Vuilboom (Rhamnus frangula). Een groot deel van het bos is ontstaan op natuurlijke wijze door het dichtgroeien van de stuifzanden en heidevelden met vliegden. Langzamerhand komt er steeds meer loofhout in het bos. Vanuit het landgoedgedeelte en vanuit omringende particuliere bossen komt ook opslag van Amerikaanse vogelkers, Amerikaans krentenboompje, Rododendron en Amerikaanse eik. Dit wordt regelmatig verwijderd.

Even na vier uur waren we weer terug bij de parkeerplaats in de Beerzerpoort en na deze mooie zonnige dag ging ieder weer zijns weegs in de auto, op de motor, op de fiets en met de trein en sommigen nog even op zoek naar ijsjes.

LITERATUUR
- Ancker, J.A.M. van den, P.D. Jungerius, R. Ketner-Oostra, M. Nijssen & T.M.J. Peeters, 2004. Vooronderzoek voor het herstel van de zandverstuivingen Lemelerberg en Beerze, Rapport Bureau G&L in opdracht van Landschap Overijssel, Ede.
- Hazelhorst, Herman & Alex Huizinga, 1997. 'Broedvogels, Dagvlinders & Libellen van het Beerzerveld'. Rapport in opdracht van Landschap Overijssel, Dalfsen
- Het Overijssels Landschap,1989. Handboek Stichting Het Overijssels Landschap, De Horte, Dalfsen.
- Stichting Het Overijssels Landschap, 1981 Beheersplan voor het natuurreservaat “Beerzerveld” - planperiode 1981-1990. Stichting Het Overijssels Landschap, Dalfsen.
- Stichting Het Overijssels Landschap, 1991. Beheerplan voor het natuurreservaat “Beerze” - groot ca. 397.67.07 ha voor de periode 1991-2000. Stichting Het Overijssels Landschap, Dalfsen.
- Basis voor dit verslag: Tweel-Groot, L. van, 2005. Beerze. In: P.W.F.M. Hommel en M.A.P. Horsthuis, Excursieverslagen 2001. Plantensociologische Kring Nederland.

Deel deze pagina