Het Vloweitje en Urkhovense Zeggen bij Eindhoven
Deze dag waren we met 18 deelnemers te gast bij John Bruinsma.
Een volle dag met 5 onderdelen/gebieden op het programma.
Als eerste hebben we gekeken naar een bijzondere ondersoort-exoot van
Pijlkruid in de Spoorsloot aan de achterzijde aan het station.
Inderdaad is het blad aan de top meer afgerond dan we gewend zijn.
Ook zou de bloeiwijze iets anders zijn dan onze inheemse soort.

pijlkruid   greppelgroep

Vloweitjegroep  Vervolgens trokken we naar het
  Vloweitje in het dal van de Kleine    
  Dommel.
  Het gebied is eigendom van de
  gemeente Eindhoven.
  Doordat allerlei plannen uiteindelijk
  niet doorgegaan zijn, heeft het gebied
  het unieke karakter grotendeels
  behouden. Het beheer is minimaal 
  met jaarlijks maaien en het maaisel
  afvoeren. Het grondwater is niet zo
  hoog als gewenst,
maar het gebied is toch vrij nat. De aanwezige planten wijzen op een lichte verzuring.

Vloweitje

In grote delen is veenmos aanwezig, met op een enkele plaats ronde zonnedauw.
Verder vonden we vlozegge, draadzegge, heidekartelblad, wilde bertram, veel gevlekte
orchis en spaanse ruiter. Ook klokjesgentiaan zou hier met 500 exemplaren goed
aanwezig zijn. Wij hebben er slechts 5 min of mer bloeiend gevonden.
Ondanks dit grote aantal waardplanten en een grote populatie in de buurt, is het
gentiaanblauwtje nog altijd afwezig.
Aardig waren een aantal exemplaren beenbreek.

beenbreek  vlozegge

Al gaf de temperatuur het niet aan, toch is het zomer.
Dat was ook te merken aan de vele insecten, zoals de sprinkhanen.
We vonden de krasser en de zompsprinkhaan.
We hebben niet veel libellen gezien, mogelijk te wijten aan het natte weer.
Bij het natte deel troffen we de slobkousbij op moeraswederik.

slobkousbij

loos blaasjeskruid In dit natte deel vonden we een
blaasjeskruid en het was even
uitpluizen welke het was, bij
nader inzien was het toch
het loos blaasjeskruid.
De bloembladen zijn wat terug-
gevouwen, in tegenstelling tot
klein blaasjeskruid.





Min of meer per ongeluk vonden we nog een aantal uitgebloeide
exemplaren vleeskleurige orchis.
Hoewel de wespspin ook elders te vinden is, was het toch een
aardige vondst.
Tot zover ons bezoek aan het Vloweitje.
Een aardig weitje dat ons wat doet denken aan het Stelkampsveld.
In beide gebieden treffen we dezelfde planten aan.
Bij de lage zandrug in het Stelkampsveld vind je daar parnassia.
Die is hier beslist afwezig.
Alles bijeen een aardig gebied, dat gewoon toegankelijk is.

Collse watermolen

Bij de Collse watermolen hebben we gebruik gemaakt van de picknicktafel om de
lunch te nuttigen en even rond te kijken.
Deze bijzondere watermolen annex oliemolen blijkt uit de 17de eeuw te stammen,
maar ziet er goed onderhouden uit. De gecombineerde molen is uniek en
ligt bijzonder fraai in het landschap.
Vincent van Gogh vond dat rond 1885 ook en heeft de molen op het doek vastgelegd.

kanaaljuffer
De vondst van een kanaaljuffer maakte deze plek nog extra interessant. De laatste jaren wordt deze waterjuffersoort vaker aangetroffen in het Brabantse land. Let op de tekening in de vorm van een kroontjespen.

Nuenense Ijsbaan

De volgende halteplaats was de IJsbaan Nuenen. Door het geringe gebruik en daardoor weinig verstoring is het een interessant veldje. Direct bij het betreden sta je al naast waterviolier, watervorkje en waterlepeltje. Ongelijkbladig fontijnkruid, schildereprijs, twee nader te bepalen kranswieren en een jonge kamsalamander bevestigden het bijzondere karakter.

Er was nog wat tijd over en het was inmiddels mooi weer geworden, dus lag een bezoek aan het laatste opionele veldje voor de hand: 't Spekt nabij Son.
paardehaarzegge
Hoewel het veldje niet spektaculair oogde was het wel een vindplaats van de paardehaarzegge. Volgens zeggen kwam de soort hier vroeger meer voor, maar de landbouw bleek sterker.
Ook hier weer veel spaanse ruiter, blijkbaar heeft het overstromen van de aangrenzende beek zijn invloed niet gemist en is de bodem toch wat aangerijkt.

Deel deze pagina