Brandende Koningskaars

Met hun hoofden botsten ze bijna tegen elkaar. Ze bogen zich ook allemaal zo ver voorover om het jonge leven te kunnen aanschouwen. Oh, wat was alles nog klein. En hij zat al vol met fraaie en zachte haartjes. Dat daaruit later zoiets moois en sterk is gegroeid, is bijna niet voor te stellen. Als de koningskaars eenmaal begint met groeien, gaat hij met volle kracht de lucht in.

Koningskaars op Kerkhof (foto Rob Vereijken)

Het leven van een koningskaars is kort, maar krachtig; ouder dan twee jaar wordt hij niet. Als een zaadje van de koningskaars ontkiemt, wordt er voor de winter een rozet gemaakt. Die bladeren ontspringen allemaal vanuit het middelpunt en door de vele haren kleuren ze wat grijsachtig. Met die rozet komt de plant de winter door en in het voorjaar maakt hij die nog krachtiger. Eind mei of in juni verandert ineens zijn levensstrategie en wordt ingezet op de voortplanting. In het centrum van de plant komt een stengel omhoog, met daaraan een paar honderd bloemknoppen.

De geopende bloemen hebben vijf bloembladeren. Hoewel het voor ons gewoon gele bloemen zijn, zien insecten in het hart een donkere stervorm. Op die plek wordt het ultraviolette licht door de bloem opgenomen. De bloembezoekers volgen die lijn en komen zo in het centrum van de bloem terecht. Nectar is daar niet te krijgen, wel kan stuifmeel meegenomen worden.

Lang gaan de bloempjes niet mee. Als ze één dag gebloeid hebben, vallen ze al af. Toch heb je weken plezier van een bloeiende koningskaars. Eerst gaan de onderste bloemen van de bloeiaar open, gevolgd door telkens nieuwe bloemen in de richting van de top van de bloeistengel. Aan het eind van de zomer kan de plant twee meter hoog zijn geworden. Vroeger werd deze statige stevige stengel, na behandeling met hars of olie, vaak als fakkel of toorts gebruikt. Familieleden van de koningskaars hebben dan ook vaak de naam toorts gekregen.

Volgende week dinsdag is het zover, dan wordt de koningin ingewisseld voor de koning. Het koninginnenkruid wordt vervangen door de koningskaars. Deze verandering past wel bij onze tijdgeest. Beide soorten komen in onze stad voor. Het overblijvende koninginnenkruid groeit op vochtige plekken, langs het kanaal, bij vijvers en moerassige gebieden. Er is een redelijk stabiele leefomgeving voor nodig om de plant goed tot wasdom te laten komen. In de zomer hebben de stengels pluimen met talloze kleine roze bloempjes. Ieder bloempje is zo klein dat het individueel niet opvalt. Het totale roze bloemenvolk zorgt voor een eenheid.

De verdroging en het opruimen van de wat ruigere vochtige plekken in de stad benadeelt het koninginnenkruid. Hier is werk aan de winkel voor een ex-prins met watermanagement. Het volk en de politiek vraagt helaas om meer korte termijn denkende types. Een wisseling ligt erg voor de hand, want een koningskaars heeft helemaal geen stabiel milieu nodig. Snel scoren is belangrijk. Binnen twee jaar heb je je leven afgerond. Daarvoor heb je kale en wat warme zandige plekken nodig. In steden groeit hij dan ook langs spoorlijnen, op braakliggende terreinen, kerkhoven en soms gewoon langs parkeerterreinen en wegranden.

Wil je op 30 april Willem Alexander bijstaan op een van de belangrijkste dagen van zijn leven, doe dat dan niet met zo’n waxinelichtje. Laat de waxinelichtjeshouder rustig staan en gooi die zeker niet ergens op straat. Om je gedachten kracht bij te zetten en de vonk te laten overslaan, neem je een oude toortsstengel die nog in de tuin staat. Dompel hem in de olie en steek hem aan. Dan laat je echt een koninklijk vuur branden, waar geen koningsvuurwerk tegen op kan.

Deel deze pagina