Pistooltjes tussen de bloemen

Thuisgekomen na mijn zomervakantie controleerde ik mijn huis of er niets vreemds tijdens mijn afwezigheid was voorgevallen. In huis zag het er prima uit. Maar toen ik in de schemering de tuin bekeek, viel mijn oog op een pistooltje tussen de planten. Het bleek er uiteindelijk niet één te zijn, maar wel zo’n twintig of dertig. De pistooltjes hadden mijn tuin blijkbaar weer gevonden en kwamen bij mij de zomer doorbrengen.

Fladderde er de laatste weken een wat grotere nachtvlinder door de tuin, dan was het zeer waarschijnlijk een pistooltje. De meer gebruikte naam voor het beestje is gamma-uiltje. Beide namen verwijzen naar de lichtgele of witte tekening op de bovenkant van de voorvleugels. Het vlekje lijkt op de Griekse letter gamma of op een ouderwets pistooltje. De tweede verwijzing vond ik vroeger blijkbaar wat spannender, want die naam heb ik als eerste onthouden. Opvallend van kleur is de vlinder niet. De twee centimeter lange vleugels zijn wat grijs en bruin gevlekt. De achtervleugels zijn lichtbruin met een donkerbruine achterrand.

Gamma-uil op bloemen van een vlinderstruik (foto: Kars Veling)

In iedere tuin en op elk balkon met een bloembak komt het gamma-uiltje nu op bezoek. Dat gebeurt overdag, maar vooral in de schemering komen ze plots met z’n allen tevoorschijn. Door het onrustige en wilde gefladder, herken je amper iets van het beestje. Ondertussen proberen ze met de roltong nectar uit de bloemen te zuigen. Allerlei bloemen zijn in trek, van afrikaantjes tot de vlinderstruik. Tijdens het rusten vouwen ze de vleugels als een soort dakje op de rug. Daar bovenop staan enkele vreemde uitsteeksels. Die bijzondere vorm zie je het beste als ze rustig op de muur in huis zitten, na het binnenvliegen door de deur of het raam.

De gamma-uil is een trekvlinder. Trekvogels kennen we wel, zoals de zwaluw die in Nederland komt broeden. Dat doet deze vlinder ook. Hij broedt dan wel niet, maar hij zorgt hier wel voor nakomelingen. De volwassen vlinders vliegen vanuit de Middellandse Zee in het voorjaar en de voorzomer met duizenden onze kant op. Ik vind het een wonder dat zo’n klein schepsel een vliegtocht van wel 2000 km overleeft. Er zijn genoeg obstakels en rovers die de reis moeilijk maken. Sommige exemplaren doen er nog een schepje bovenop en vliegen door tot in Scandinavië.

Afhankelijk van het weer arriveren de eerste vlinders hier in april, maar de meesten komen in juni of juli aan. In alle tuinen, parken en bloemperken zijn ze nu volop te vinden.

Alles draait om de voortplanting en na de paring leggen de vrouwtjes veel eitjes. De rupsen lusten blijkbaar bijna alles: braam, klaver, brandnetel, maar ook allerlei landbouw- en siergewassen. De lichtgroene rupsen worden zo’n 3-4 centimeter lang. Ze verpoppen zich in een zilverkleurige cocon die aan een blad van de voedselplant wordt geplakt. Als de vlinders uitkomen, zoeken ze voedsel om de reis naar Zuid-Europa te kunnen maken. In sommige jaren is zelfs de najaarstrek te zien. Overwinteren lukt in ons land maar zeer zelden. De hierheen gekomen vlinders en de rupsen en nog niet ontwikkelde poppen sterven.

Er zijn honderdduizenden pistooltjes in ons land. Ze schieten door je tuin, maar daar hoef je dus geen angst voor te hebben. Omdat mensen weinig van nachtvlinders weten, wordt op 6 september de Nachtvlindernacht gehouden (www.nachtvlindernacht.nl). Vlinderkenners staan met lampen en lokmiddelen klaar om u een kijkje te gunnen in de wonderlijke wereld van deze nachtdieren. En als het een zwoele nacht wordt, dan laat het pistooltje zich zeker ook zien. Maar bij de oplettende tuinbezitter kan de voorpret vanavond al beginnen.

Deel deze pagina