Kruipend op straat

Je zou er bijna medelijden mee krijgen dat hij zijn hele leven op straat moet doorbrengen. En dan niet eens lekker zittend of liggend, maar altijd kruipend over de stoep of langs de gevel van een huis. Het kruipklokje zelf lijkt er geen problemen mee te hebben en strooit de hele voorzomer zijn paarsblauwe bloemen.

Lange bloemtrossen van het kruipklokje (foto Rob Vereijken)  

Zoek je deze plant in een wat oudere flora op, dan lukt dat meestal niet. Niet dat het kruipklokje toen nog niet bestond, maar het was vooral een tuinplant die netjes binnen de perken bleef. Ooit is hij vanuit bergen in Kroatië naar onze streken gebracht. In Nederland in het wild hoorde hij niet thuis.

Door de warmere zomers van de laatste jaren doen meer warmteminnende planten het reuzegoed. De stad houdt de warmte goed vast, waardoor de gemiddelde temperatuur er nog een paar graden hoger is dan in het buitengebied. Mogelijk dat daardoor uitgezaaide of ‘ontsnapte’ kruipklokjes in onze tuinen en straten het erg naar hun zin hebben.

Klokjes hebben meestal paars- of blauwachtige bloemen. Bij de meeste soorten lijken de bloemen ook op een kerkklok. Bij het kruipklokje is dat eigenlijk het minst het geval. De vijf kroonbladeren zijn aan de voet vergroeid, maar de slippen staan als een ster naar buiten. Helemaal binnenin is de bloem witachtig.

Het is een heel gemakkelijke en dankbare plant. Hij groeit hard en vooral in juni en juli staat hij vol met bloemen. Na een regenbui plakken de bloembladeren tegen elkaar en je verwacht dat het over is met de schoonheid. Maar na een paar droge uren staat het kruipklokje er weer herboren bij.

De stengels groeien door en worden steeds langer. Als ze de kans krijgen, maken ze een heel plakkaat van stengels en bloemen. In het najaar sterft de plant bovengronds af. Het worteldeel in de grond overwintert en het jaar daarop groeit op die plaats een nog groter en krachtiger kruipklokje.

De laatste paar jaar heeft hij in onze steden poortjes, muren en stoepranden veroverd. Weggewaaid zaad of uit de tuin of onder de poort weggekropen planten zorgen voor een flinke uitbreiding. Grootstedelijke en menselijke problemen kent het kruipklokje niet, want binnen enkele jaren is hij ingeburgerd in de Nederlandse steden. Bij een plant bedoelt men daarmee dat hij oorspronkelijk niet wild is, maar dat hij een aantal jaren in de vrije natuur kan overleven en zich ook kan voortplanten.

Er zijn nog meer klokjes die met een opmars bezig zijn in de stad: het dalmatiëklokje en het akkerklokje. De eerste soort komt ook uit de bergen van Kroatië en lijkt erg op het kruipklokje. Je vindt hem en ook het wél inheemse akkerklokje op stenige plaatsen. Het akkerklokje groeit juist rechtop met een bloemtros waarvan de bloemen naar één kant staan. Omdat dit klokje vroeger zelden in onze streken voorkwam, zijn de straatbewoners vrijwel altijd verwilderde planten.

Met al die vreemde snuiters gaat het heel goed. Maar het grasklokje, dat op onze schrale zandgronden wel thuishoort, heeft het juist erg moeilijk. De mooie blauwe bloemen vind je in de stad bijna nergens meer. Gelukkig groeit er in Tilburg nog een polletje langs de spoorlijn en op de kademuur van de Piushaven.

Ik vind het echt niet vreemd als je nu de aandrang voelt om over het trottoir langs de gevel te kruipen. Mogelijk ontdek je het kruipklokje of ontmoet je de gehoornde klaverzuring, grote weegbree en een colonne zwartbruine wegmieren, die over hun eigen mierenpaadje op zoektocht zijn. Dicht bij de aarde blijven, is toch de beste manier om van de echte stadsnatuur te genieten.

Deel deze pagina