Mölderkes vliegen in mei

Snorrend draait hij rondjes en het kind houdt het beestje aan het lijntje. Na zijn rondvlucht gaat hij terug in de pot of het doosje. Later volgt weer een vliegshow met bijbehorende wedstrijd. De meikever was vroeger het meest favoriete voorjaarsspeelgoed.

Observeer een Meikever (Paul van Wielink)

Mijn ouders vertelde regelmatig dat in hun jeugd, net voor de oorlog, kinderen met meikevers speelden. Aan een poot van de kever werd een touwtje geknoopt en zo hield het kind vliegwedstrijden. Tegenwoordig zou dit gedrag door de dierenbescherming worden afgekeurd. Door dit natuurspel leerden de kinderen wel veel over de meikever.

Het dier kan goed vliegen en met zijn grootte van wel drie centimeter ziet dat er spectaculair uit. De vier vleugels zitten op zijn rug. De twee bovenste zijn helemaal verhard tot bruine rugschilden. Daaronder zitten vliezige, lange, opgevouwen vleugels. Op de twee rugschilden staan kleine witachtige haartjes. Daardoor lijkt het beestje onder fijn meel te zitten. In Nederland noemen ze hem dan ook vaak mulder, afgeleid van molenaar. In onze streken spreken ze over ene mölder.

Kenmerkend bij de meikever is de zwart-witte zigzaglijn op de zijkanten, het puntige achterlijf en de twee leuke oranjekleurige antennes op de kop. Pak je een meikever vast, dan vouwt hij de antennes samen. Zet je hem op je hand, dan gaat hij aan de wandel. Met de klauwtjes aan het eind van de poten houdt hij je stevig vast. Bij de vrouwtjes waaieren de uiteinden van de sprieten open met vrij kleine ‘handjes’ met zes ‘vingers’; de mannetjes hebben zeven, veel grotere ‘vingers’.

Voor ze gaan vliegen, bewegen ze soms ritmisch met de voelsprieten alsof ze aan het tellen zijn. Zo ontstond het rijmpje: Mölderke mölderke, telt oe geld en gao dan wir es vliege. Anders kome de dieve, die neme oe dan mee en gooie oe dan in de zee.

Met die laatste zin, ga je er vast snel vandoor. De rugschilden worden schuin omhoog gezet, de onderliggende vleugels klappen uit en de kever vliegt weg. Ze zijn vooral in de schemering actief. Met hun logge lichaam botsen ze soms tegen je aan of ze vliegen met een klap tegen het verlichte raam.

In steden en dorpen leven de volwassen dieren graag in een beukenhaag. Die waren er vroeger genoeg. Tilburg was lange tijd erg dorps, met op allerlei plaatsen nog boerderijen en tuinen met heggen. Ook eten de kevers veel van eiken en haagbeuken.

Hoewel vrouwelijke meikevers sekslokstoffen uitscheiden, zoeken de mannetjes met hun antennes eerst de geur van bladetende meikevers. Bij het eten komen stoffen vrij die door de mannelijke kevers worden ontdekt. Pas als ze bij de struiken of bomen zijn gekomen met de hongerige kevers, speelt de specifieke geur van de vrouwtjes een rol.

Na de bevruchting legt de vrouwelijke kever zo’n drie keer 20 eitjes in de grond. De larven die daar uitkruipen noemen ze engerlingen. Met de kaken knagen de larven aan de wortels van bijvoorbeeld grassen, sierplanten en granen. Het duurt wel drie jaar voordat het kleine larfje is uitgegroeid tot een grote engerling van soms meer dan 4 centimeter lang. Zo lang blijven ze in de grond leven. Vanwege de schade die ze toebrachten, zijn ze jarenlang flink met gif bestreden. Gelukkig gebeurt dat bijna niet meer en gaat het stukken beter met de meikever.

Mei was een koude maand met nog vrij weinig meikevers. Tot in juni kruipen ze uit de grond. Er gaat niets boven het zien van een mölderke. Vliegen aan een touwtje hoeft natuurlijk niet, want de kever op je hand zorgt al voor genoeg verwondering.

Deel deze pagina