Tilburgse zomersneeuw gesmolten

En daar loop je dan tijdens een hete nazomerdag. Je hebt zin in water en je vreest dat de warmte jou in zijn greep heeft. Een fata morgana? Er lijkt wat heerlijke, koele, witte sneeuw op de grond te liggen. Dichterbij gekomen blijkt het Zomersneeuw te zijn.

Zomersneeuw (foto: Henk Kuiper)

Voor de verklaring van Zomersneeuw moet je niet bij een meteoroloog zijn. Het is namelijk een korstmos dat op de grond groeit. Een korstmos is een samenleving van een schimmel met een alg of een blauwwier. Het lijkt één plant, maar kijkend door een microscoop herken je wel de verschillende onderdelen. De groeivorm is zeer verschillend van plakkaten tegen muurtjes en op stenen tot lange slierten van tientallen centimeters aan boomtakken. De Zomersneeuw bestaat uit gelobde schubben. Aan de bovenkant zijn die geelgroen en de onderkant is bijna wit. In droge periodes, krullen de bladeren om, waardoor de lichte onderkant naar boven wijst. Daardoor zien de polletjes er heel bijzonder witachtig uit. Sproei je er water op, dan buigen de bladeren weer terug. Een andere naam voor dit plantje is Elandgeweimos, omdat de brede lobben wel wat lijken op een gewei van een eland.

Zomersneeuw groeit in Nederland vooral in open duingebieden aan de kust en hier en daar in het binnenland in heidevelden en stuifzanden. Misschien vraagt u zich af wat die soort dan in een rubriek over stadsnatuur doet. Dat is heel duidelijk: het is een van de meest bijzondere plantensoorten die we midden in de stad Tilburg hebben. Hij groeit op het oude rangeerterrein van Van Gend&Loos tussen de Hart van Brabantlaan en het spoor. In de wijde omtrek is geen andere groeiplaats van dit korstmos bekend.

Het Van Gend&Loos-terrein is ook een van de meest waardevolle natuurgebieden van Midden-Brabant. Dat komt door het open en voedselarme karakter van het gebied. Grote delen zijn ontzettend droog, terwijl op plaatsen waar water blijft staan de libellen je om de oren vliegen. Vroeger waren er langs het spoor meer van zulke plaatsen met heide, stuifzand en ‘woeste’ gronden. De wijk ‘’t Zand’ heet niet voor niets zo. Door de relatieve rust op het rangeerterrein, konden allerlei dieren en planten het hier volhouden. Zo midden in de stad zijn enkele toppers: duizendguldenkruid, diverse wilde bijtjes en het kleine sprinkhaantje Knopsprietje.

Het rendiermos, een struikvormig korstmos van droge arme gronden, groeit er ook, samen met zo’n 30 andere soorten korstmossen. Hoewel het vrij onopvallende bloemloze planten zijn, spreken de namen van de hier gevonden soorten vast wél tot ieders verbeelding: Rond dambordje, Patatzak-bekermos, Oranje dooiermos, Gevorkt heidestaartje, Kleine citroenkorst, Steenpurperschaaltje, Kiezeloogje en Spoorkorrelloof. Deze laatste soort groeit hier op het aangetaste metaal van de sporen.

Het bovenstaande verhaal is al voor een deel verleden tijd. De spoorrails is onlangs verwijderd en het grootste deel van het gebied is geschoond. Meer ingrepen staan op stapel. De kale gele grond wordt zelfs afgedekt met teelaarde en ingezaaid met gras. Door alle ingrepen op deze plaats zijn bijzondere planten en dieren al weg of zullen binnenkort voorgoed verdwijnen. Tot nu toe heeft de Tilburgse politiek onvoldoende laten blijken dat ze snapt wat de waarde van dit gebied is, ook in samenhang met de hele spoorzone.

De zomer is afgelopen en het ziet er naar uit dat de Zomersneeuw ondertussen ook uit het hart van onze stad is verdwenen. Dat gebeurde dus niet door de hoge temperaturen, maar door het ontbreken van goed beleid voor de meest waardevolle stukken natuur in onze stad. Nee, ik heb geen last van een najaarsdepressie, maar op de herfsttafel past ook wel eens een kritische noot.

Deel deze pagina