Heel de dag voeren ze niets uit en zitten maar een beetje bij elkaar. Ondertussen eten en drinken ze, zonder ophouden. Weinig doen en toch niets te kort komen, die hebben toch echt een luizenleven.

Rozenluis (foto Henk Kuiper)

Bladluizen zitten vaak met tientallen tot duizenden bij elkaar. Als je ze bekijkt, lijken ze niet actief. Ze zitten stil op een plantenstengel of onder een blad. Ze bewegen bijna niet en gebruiken hun zes poten maar amper als ze eenmaal een goede plek te pakken hebben.

Het zijn echte parasieten. Aan de onderkant van hun kop zit een stilet, een scherpe en lange steekbuis, die de bladluis in de plant steekt. Daarmee zoekt hij een bastvat in de stengel om mineralen, bouwstoffen en ook heel veel suikers op te zuigen. Een luis zuigt meer suiker op dan hij nodig heeft. Al die overtollige zoetigheid komt door twee buisjes op zijn rug naar buiten in de vorm van druppeltjes honingdauw. Onder bomen waar vaak veel luizen zitten, zoals lindes, kan het een plakkerige boel worden op de bladeren en auto’s die er onder staan. 

Zitten er wat luizen op een plant, dan woont er binnen de kortste keren een hele kolonie. Ze vermeerderen zich zo snel kunnen, omdat er bij het grootste deel van de voortplanting geen man nodig is. De vrouwtjes regelen het zelf wel. Uit de eitjes komen in het voorjaar alleen vrouwelijke bladluizen. Het bijzondere is dat deze, zonder dat er bevruchting heeft plaatsgevonden, hele kleine luisjes ter wereld brengen. Deze dieren hebben meestal geen vleugels en groeien snel van het voedsel dat ze uit de plantenstengels zuigen. Is zo’n jonkie uitgegroeid, dan begint deze weer met het produceren van nieuwe luizen. In een zomerseizoen kan één luis wel voor 15 tot 20 nieuwe generaties hebben gezorgd. Laat je dus een exemplaar zitten, dan zit de plant voor je het weet weer helemaal onder de luis.

In de zomer of herfst worden er weer gevleugelde vrouwtjes geboren. Deze zoeken meestal een andere plantensoort op. Nog steeds vindt er geen bevruchting plaats, maar er worden wel zowel mannetjes als vrouwtjes geboren. Die zoeken elkaar op en na de paring leggen ze eieren die gaan overwinteren. Op een roos zitten vaak veel luizen. In de zomer verschuift de populatie naar plantensoorten van de kaardenbol- en valeriaanfamilie. De wintereitjes worden aan het eind van het jaar weer op de rozenplant gelegd. De levenscyclus van bladluizen speelt zich dus af op twee waardplanten. 

Bladluizen zijn prachtige insecten. Ze hebben allerlei kleuren. Je zou verwachten dat iedereen erg geniet van de groene perzikluis, rode bloedluizen, zwarte bonenluizen, witte wolluizen en bruine dopluizen. Toch is de mens slecht te spreken over de luis. Door het speeksel dat ze met hun zuigbuis in de plant brengen, gaan delen van de plant krullen of worden vervormd. Ze prikken de plant regelmatig aan en brengen allerlei virussen over die voor gele vlekken of beschadigde bladeren zorgen.  

Meestal valt de schade door luizen in een gevarieerde siertuin mee. Mussen en mezen scharrelen wel een luizenportie bij elkaar. Daar houdt de jonge vogelkroost van. In een moestuin loopt het wel eens uit de hand. Zie je alleen nog maar luis en wordt het je allemaal te veel, maak dan zelf een bestrijdingsmiddel van groene zeep en spiritus. Sproei dat mengsel met een plantenspuit op de luizenkolonie. Het helpt vast. Maar let op dat je de lieveheersbeestjes en de larven daarvan niet doodspuit. Dat zijn namelijk de grootste vijanden van de bladluis. Zij zijn altijd en alleen maar op bladluizenjacht, continue zeer actief en hebben daardoor een echt luizenleven.

Deel deze pagina