KNNV-afdeling Tilburg is al ruim 35 jaar actief op de Regte Heide, een natuurgebied ten zuiden van Tilburg. Beheer en natuurontwikkeling gaan hier hand in hand, met als doel de oorspronkelijke natuurwaarde van het gebied te beschermen en versterken.

Tekst: Paul van Bodengraven

Foto’s: Marco Barten

Het is een frisse, zonnige novemberochtend als Berry Staps, coördinator van de Plaggroep van KNNV Tilburg ons meeneemt de Regte Heide op. ‘Plaggroep’ is de vertrouwde naam van de werkgroep die hier maandelijkse actief is, al dekt die al lang niet meer de lading. ‘Eigenlijk plaggen we nauwelijks meer’, vertelt Berry. ‘Dat is veel te ingrijpend voor het bodemleven. Tegenwoordig chopperen we stukken van het terrein om zo de opmars van het Pijpenstrootje in toom te houden en ruimte voor andere flora te creëren.’

 De leemkuil op de Regte Heide.

Open terrein
De Regte Heide is een natuurgebied van zo’n 250 hectare groot. Het ligt tegen de grens met België en vormt met de omliggende terreinen een groot aaneengesloten natuurlijk gebied dat bestaat uit heide, beekdalen en bossen. ‘De Regte Heide is een hoge zandrug die min of meer ligt ingeklemd tussen twee laaglandbeken’, legt Berry uit. ‘Het is voormalig defensieterrein, waardoor het open karakter relatief goed behouden is gebleven. Met het vertrek van de militairen is het overgedragen aan het Brabants Landschap. Defensie had er baat bij om het open te houden, maar nu zij weg zijn, ligt dichtgroei op de loer. De KNNV-afdeling is al in de jaren ‘80 – de tijd van de berichten over zure regen - aan de slag gegaan met beheer, vanuit de overtuiging dat het de moeite waard is om dit landschap te behouden.’

Samenwerking
Het hele terrein is veel te groot om met een beperkt aantal mensen te onderhouden. De KNNV’ers hebben dan ook een deel van he terrein uitgekozen dat zij intensiever beheren. In dat stuk ligt een voormalige leemkuil en een open ven. Afgelopen 2 november hebben zo’n tachtig mensen op de landelijke natuurwerkdag de handen uit de mouwen gestoken en meegeholpen het terrein open te houden. ‘Normaal gesproken werken we hier met zo’n tien a vijftien mensen, elke eerste zaterdag van de maand’, vertelt Berry Staps. ‘We krijgen van Brabants Landschap de ruimte om het beheer naar eigen inzicht uit te voeren. Natuurlijk is er regelmatig overleg, maar zij vertrouwen op deskundigheid en inzichten van onze werkgroep. We trekken echt samen op. Zo was het de wens van het landschap om een meer open verbinding te maken met de naastgelegen akker, zodat het voor reeën en ander wild gemakkelijker wordt om van de heide, via de akker naar de bossen kunnen trekken. Daar zijn we op de natuurwerkdag druk mee geweest.’

Herstel van soorten
Een belangrijk deel van de activiteiten van de werkgroep richt zich op herstel van de flora in het gebied. Daarbij wordt vooral gekeken naar soorten die onder druk zijn komen te staan. ‘Enerzijds proberen we de heide te ontdoen van al te veel grassen, maar we creëren ook plekken waar we proberen soorten die zijn verdwenen terug te krijgen. Zo zijn we nu bezig met het zaaien van de Klokjesgentiaan om het leefgebied van het Gentiaanblauwtje te vergroten. Er zijn hier op de heide wel een paar geïsoleerde populaties, die willen we graag een nieuwe plek om te koloniseren geven.’

De specifieke leefwijze van deze zeldzame standvlinder laat direct zien waarom plaggen geen oplossing is. De vlinder zet eitjes af op de bloemknoppen van de gentiaan. De rupsen die daaruit komen laten zich na circa tien dagen op de grond vallen en wachten tot ze worden meegenomen door een bossteekmier (Myrmica ruginodis) of een moerassteekmier (M.scabrinodis). De rups overwintert in het mierennest. Grootschalig plaggen verwoest niet alleen de habitat van de klokjesgentiaan, maar ook de mierennesten. Exit Gentiaanblauwtje dus. Door te chopperen blijft de humuslaag van de bodem in stand en trekken de mieren niet weg.

Effect
De drijfveren van de mensen die actief zijn in de werkgroep lopen uiteen, van een dagje buiten actief zijn in de natuur, tot sociale gezelligheid en toewijding aan het terrein. Berry is zelf al jarenlang actief als coördinator en kent het gebied als zijn broekzak. Enthousiast neemt hij ons mee naar het ven waar het silhouet van beenbreek de oevers siert. ‘In de zomer was het hier helemaal geel’, vertelt hij. ‘Een prachtig gezicht. De plant heeft zich de afgelopen jaren flink uitgebreid, de omstandigheden zijn hier optimaal. Het is mooi om te zien dat ons werk effect heeft.’

De voorbije jaren zijn er diverse projecten geweest op het terrein, van het creëren van biotopen voor de hazelworm tot het graven van een insectenkuil, tot het chopperen van proefterreinen tot het uitdunnen van de bomen. ‘Alles wat je doet, heeft effect’, stelt Berry. ‘Dat moet je je goed realiseren als je met beheer aan de slag gaat. Om een voorbeeld te noemen: we hebben de afgelopen jaren geprobeerd de waterstand in de leemkuil te verhogen, met succes. Dat is o.a. gedaan door de afloopstromen te beperken. Dat had wel als gevolg dat een aantal eiken die in de buurt de leemkuil staan plots te veel water krijgen. Ze hebben zich daarop onvoldoende snel kunnen aanpassen en zijn ten prooi gevallen aan de eikenprachtkever en hebben daardoor het loodje gelegd. Maar daarvoor krijgen we wel weer bezoek van de zwarte specht. Zo zie je dat elke keer dat je ingrijpt er iets verandert, soms met onbedoelde neveneffecten. Maar daar leer je ook weer van.’

 Berry Staps legt uit wat de KNNV’ers doen aan het terrein.

Kracht van diversiteit
Wie uitkijkt over de Regte Heide ziet dat het open terrein wordt gedomineerd door nu geel verkleurende grassen. Op het door de KNNV’ers beheerde stuk heeft de heide de overhand en is er dus ook volop ruimte voor andere planten. ‘We willen de diversiteit bevorderen en zorgen dat er ruimte is voor allerlei planten. Dat maakt populaties sterker en houdt plagen in bedwang. We hadden een parasitaire plant, duivels naaigaren of klein warkruid (Cuscuta epithymum), in de heide, maar die heeft zich hier beperkt tot een klein stuk. Monocultuur maakt kwetsbaar, dan had grote stukken heide aangetast kunnen raken. Biodiversiteit leidt tot veel meer weerbaarheid in de natuur. Dat we daaraan kunnen bijdragen en mensen enthousiast kunnen maken voor de schoonheid van dit gebied, dat stemt mij vrolijk. Daar doe ik het voor!’

 Jong en oud aan de slag op de natuurwerkdag (Foto Berry Staps)

Meer informatie is te vinden op: www.knnv.nl/afdeling-tilburg/plaggen

Deel deze pagina