Natuurbescherming

 

De regering heeft haar voorstel voor aanpassing van de ‘stikstofwet’ naar de Raad van State gestuurd voor toetsing. Het landelijk bestuur van de KNNV had eerder al een zienswijze ingediend over dit voorstel. Duidelijk is dat er de komende tien jaar flink geïnvesteerd en gewerkt wordt om de stikstofbelasting van natuurgebieden te verminderen en het herstel van natuur te versterken. Dat is zeker positief, maar bij ons overheerst toch het gevoel dat de ambities te laag liggen.

 

Tekst & foto Bart Heijne, namens het landelijk bestuur

 

Het belangrijkste punt van zorg is dat slechts in de helft van de zogenaamde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden een vermindering van de belasting door stikstof wordt bereikt in 2030. Naast de Natura 2000-gebieden zijn ook niet-Natura 2000-natuurgebieden en allerlei overhoekjes, bermen en sloten zeer gebaat bij vermindering van de stikstofdepositie. Juist hier zou de biodiversiteit moeten groeien om als verbinding naar Natura 2000-gebieden waardevol te zijn. Het wetsvoorstel houdt hiermee bijna geen rekening. Daarnaast geeft het Planbureau voor de Leefomgeving aan dat deze regeringsplannen vooral gaan over de middellange termijn en onvoldoende over de lange termijn.

 

Complexe situatie

Er spelen vele grote belangen bij de stikstofproblematiek. Kijkend naar herkomst van stikstofdepositie voor heel Nederland, voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of de Veluwe dan komt die respectievelijk voor 46%, 41%  en 47% van de landbouw. Voor heel Nederland is zo’n 11% afkomstig van verkeer, 8% van industrie en bebouwing, 2% uit zee en maar liefst 32% komt uit het buitenland. Aan dat laatste kunnen we weinig doen, maar bedenk dat Nederland de grootste stikstofexporteur van Europa is en vier keer zoveel stikstof exporteert als het importeert. Nederland is nu gedwongen om de emissie van stikstof te verminderen en dat doet overal pijn. De bouw stagneert, wij mogen minder hard rijden op snelwegen, de industrie moet in hoog tempo verduurzamen en ja, ook in de landbouw moet wat veranderen.

 

Boeren

Sinds de zureregenproblematiek in de jaren ’80 is er al het nodige verbeterd. De zuurbelasting is enorm gedaald. En boeren hebben flinke inspanningen gedaan op allerlei gebied, zoals mestinjectie, mestvergisting, aanpassing van stallen en luchtwassers. Helaas is tegelijkertijd de intensivering verder doorgegaan, waardoor er nu écht meer drastisch wat moet gebeuren. Zoals Louise Vet al noemde, zouden boeren een inkomen moeten krijgen voor landschapsbeheer. Beheer van bosjes, struiken en kruidenrijke bermen en linten in het landschap. Beheer voor weide- en akkervogels. Ook het idee van Frank Berendse kan bijdragen. Hij beschreef in het boekje Wilde Apen een systeem van belastingheffing op schadelijke hulpmiddelen, zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Hoe meer een boer ervan gebruikt des te duurder is hij uit. Afgezien van een aantal radicale boeren is er een grote groep boeren die graag duurzaam willen werken. Laten we hopen dat ze een nieuwe weg inslaan.

 

 

En wat doen wij?

De huidige situatie zet ook onszelf, consumenten en natuurliefhebbers, aan tot denken. Landelijk werkt de KNNV samen met andere groene organisaties op het gebied van natuurbescherming en vergroting van de biodiversiteit. We hopen dat in de KNNV-gewesten ook op provinciaal niveau de dialoog wordt aangegaan over invulling van de Omgevingswet en biodiversiteitsherstel. Ook lokale natuurbeschermingsactiviteiten in afdelingen juichen we enorm toe. Wij dagen u uit als KNNV’ers nog meer het goede voorbeeld geven, zowel privé als met onze verenigingsactiviteiten.

Deel deze pagina