Zoetermeer was in de jaren ’80 in de ban van bloemrijke bermen en de toenmalige groendienst stelde alles in het werk om nieuw aangelegde bermen en parken met inheemse plantensoorten te verrijken. Daarvoor waren ook orchideeën in beeld. Met succes, zo kan bijna veertig jaar later worden vastgesteld.

Tekst en beeld: Johan Vos & Anneke Wagner

 

In de jaren ’80 werd actief ingezet op het versterken van inheemse soorten door de gemeentelijke groendienst. De natuurtuin in het Westerpark was daarvoor indertijd het laboratorium. Er werd geëxperimenteerd met het uitleggen van hooi van bloem- en orchideeënrijke begroeiingen van onder andere de landschappentuin in het Haagse Zuiderpark.

 

Het begin: 1981

De eerste waarneming van rietorchis (Dactylorhiza praetermissa) in de natuurtuin stamt uit 1981. Daarna breidde het aantal Dactylorhiza’s zich gestaag uit en werd ook brede orchis (D. majalis) waargenomen. Het overgrote deel van de Dactylorhiza’s echter vertoonde kenmerken van beide soorten. Ook werden in de natuurtuin exemplaren aangetroffen met kenmerken van gevlekte orchis (D. maculata). Elders in Zoetermeer bleken ook Dactylorhiza’s op te duiken, soms spontaan, soms na het uitleggen van hooi uit de natuurtuin.

Toen in de jaren voorafgaande aan de Floriade ’92 een heemtuinencomplex werd aangelegd is daar onder andere gekozen voor hooi, afkomstig van de orchideeënrijke oeverlanden van het Braassemermeer. En ook daar ontstond in de loop der jaren een brongebied van Dactylorhiza’s.

Ten tijde van de aanleg van het Heempark in Oosterheem rond 2010 was het gebruikelijk om het uitzaaien van inheemse soorten uit te besteden aan een groenaannemer. Deze bestelde de gewenste soorten bij de firma Cruydt-Hoeck uit Friesland. Jammer genoeg zijn niet alle uitzaai-initiatieven die in opdracht van de gemeente zijn uitgevoerd goed gedocumenteerd. Daar komt bij dat in een stad bewoners altijd bereid zijn om de natuur met een handje zaad te helpen.   

 

Hoog bezoek in 1986

Op een van zijn Europese zoektochten naar Dactylorhiza’s bezocht professor Hans Reinhard, groot orchideeënkenner uit Zürich, op 24 juni 1986 Zoetermeer. Johan, in die tijd stadsecoloog van Zoetermeer, werd verzocht om hem te begeleiden naar een aantal groeiplaatsen binnen de gemeente. Een van de bezochte groeiplaatsen was de berm van de Zoetermeerlijn. Hier bleek een vrij uniforme populatie van ongevlekte rietorchis aanwezig te zijn (resultaten gepubliceerd in AHO Bader Wurtenberg 1/90, blz. 1-92).

In de natuurtuin was het resultaat helaas minder eenduidig, mede door de daar heersende onnatuurlijke situatie (kalkrijk en zuur naast elkaar) kwamen veel namen langs, zoals veenorchis (D. sphagnicola), gevlekte en bosorchis (D. maculata en D. fuchsii), maar allemaal met een grote mate van onzekerheid. 

 

 

Figuur 1. De zes onderzochte locaties in Zoetermeer (Google Maps). A. Grensstrook Rokkeveen-Balij. B. Kern Westerpark. C. Groenzone tussen de Meerpolder en de RandstadRail. D. Hooiland Prielenbos Zoetermeerse Plas. E. Oeverzones Benthuizerplas. F. Oevers Heemkanaal.

             

1993

Op 10 juni 1993 hebben Hubert Walraven en Ruud Wielinga, leden van de werkgroep Europese orchideeën van de KNNV, het Westerpark bezocht. Hun bevindingen (verslag van 12 juni van dat jaar): “Gewone soorten in het park zijn de Brede orchis (D. majalis) en de Rietorchis (D. praetermissa). Het is niet verwonderlijk dat in het Westerpark waar een aantal DactyIorhiza -soorten aanwezig is, nogal wat Dactylorhiza-hybriden worden aangetroffen. De Dactylorhiza's zijn in Zoetermeer aan een sterke opmars bezig. Het lijkt erop dat naarmate ze massaler optreden, ze ook minder kritisch worden wat hun standplaatsen betreft. Zo groeien ze tegenwoordig ook langs hooggelegen weteringen (bestaande uit restveen) en op relatief droge standplaatsen. Op het terrein waar enige jaren geleden de Floriade is gehouden, hebben zich prachtige populaties Rietorchis ontwikkeld, waarbij de gevlekte vorm ruimschoots vertegenwoordigd is.”

 

Onderzoek 2019

Zowel de brede als de rietorchis komen tegenwoordig algemeen voor in Zoetermeer (zie database met plantenwaarnemingen van de Zoetermeerse plantenwerkgroep uit de periode 1989-2019 via www.knnv.nl/knnv-zoetermeer-waarnemingen-kaart). Brede orchis is in die periode 81 keer in 16 en rietorchis 111 keer in 30 van de 37 gemeentelijke kilometerhokken waargenomen. Ook bevat de database waarnemingen van planten die niet verder op naam gebracht zijn. Bij het op naam brengen van Dactylorhiza’s en hun tussenvormen gaat het er in de praktijk om hoe de specifieke kenmerken ten opzichte van elkaar gewogen worden.

 

 

Figuur 2.

. Impressie van vormenrijkdom van Dactylorhiza in Zoetermeer

a: Brede orchis (inzet -een ander exemplaar- toont de typische donkere gevulde bladvlekken)

b: Rietorchis, gevlekt blad (inzet - een ander exemplaar- toont de ringvorminge lichtbruine bladvlekken)

c: Rietorchis, met ongevlekt blad

d: Plant met alle kenmerken van Brede orchis, maar met ongevlekte bladeren

e: Plant van nog geen 20 cm hoog, met kenmerken van Rietorchis

f: Ongebruikelijk hoge en dichtbloemige Rietorchis

g: Rietorchis met witte bloemen

h-j: Variatie in kleur en liplengte in bloemen van planten met kenmerken van Brede orchis maar met ongevlekte (h en j) of met zeer lichtgevlekte (i) bladeren

 

Om de vormenrijkdom van de soorten en hybriden in beeld te krijgen hebben wij op 18 mei, 3 juni en 9 juli 2019 een zestal groeiplekken van Dactylorhiza’s in Zoetermeer bezocht en in beeld gebracht (figuur 1). Daarbij was het de bedoeling populaties te toetsen op de zes onderscheidende kenmerken uit de Heukels flora (24e druk): stand van de bladeren, lengte-breedte verhouding middelste blad, gevulde of ringvormige vlekken op de bladeren,  grote of kleine middenlob van de bloemlip, bloemkleur en bloeitijd.

Op alle plekken waar Dactylorhia’s geïntroduceerd zijn met natuurtuin- en Floriadehooi troffen we hetzelfde beeld: een continuüm aan kenmerken dat van mei tot juli verschoof van de typische brede orchis met zwaar gevlekte, brede bladeren naar de rietorchis, met al dan niet ringvormige vlekken op het blad. Tegelijkertijd zagen we op alle waarnemingsdagen een grote variatie aan en combinatie van alle ‘onderscheidende’ kenmerken. Figuur 2 beoogt daar een indruk van te geven.  De Dactylorhiza-populaties in Zoetermeer lijken op die plekken één grote hybridezwerm, waarvan alleen de uitersten goed te determineren zijn als brede orchis en rietorchis (fig. 2 a, b en c), maar waar alles daar tussenin niet betrouwbaar (in ieder geval niet door ons) op naam te brengen is. 

Naast de spontane populatie rietorchis met ongevlekt blad uit 1986 troffen we in juli 2019 ook een redelijk eenvormige populatie rietorchis aan langs het Heemkanaal (fig. 3, zaden afkomstig van de Cruydt-hoeck).

 

Figuur 3. Een van de weinige eenvormige populaties Rietorchis in Zoetermeer (Heemkanaal, foto Tilly Kester).

 

Een blijver

Het is verheugend dat zesentwintig jaar na het bezoek van Walraven en Wielinga aan Zoetermeer blijkt dat hun opmerking dat de Dactylorhiza’s aldaar aan een sterke opmars bezig zijn, bewaarheid is geworden. 

 

Over de auteurs

Johan Vos was tot 2013 stadsecoloog van de gemeente Zoetermeer en is lid van de Plantenwerkgroep van de KNNV Zoetermeer.

Anneke Wagner is lid van de Werkgroep Europese Orchideeën van de KNNV.

Deel deze pagina