Het was groot nieuws begin dit jaar: de dramatische terugloop van het aantal insecten, soms met meer dan 50%. Bron van dat nieuws: internationaal onderzoek in Duitsland, Frankrijk en Nederland. Dat laatste is grotendeels gebaseerd op 22 jaar waarnemingen en tellingen in De Kaaistoep in Tilburg. KNNV-er Paul van Wielink kreeg er in oktober dit jaar de Hans Esselink Award voor. In gesprek met een gedreven natuurbeschermer.

Gefeliciteerd met de prijs! Een bekroning van 22 jaar tellen van insecten die ’s nachts op licht af komen. Hoe ben je ertoe gekomen dat op te zetten?
‘Nieuwsgierigheid! Ik heb altijd willen weten hoe dingen in elkaar zitten. In 1995 zijn we voor de aardigheid gaan inventariseren wat voor vlinders ’s nacht op licht afkomen. In 1997 ben ik begonnen mee te doen maar dan met kevers.   Dat hebben we trouw een aantal jaren volgehouden en na mijn pensionering in 2005 ben ik volop daarmee doorgegaan. Niet alleen hoor, er zijn veel enthousiaste mede-KNNV-ers die eraan mee doen. En zo hebben we ineens gegevens van 22 jaar waarnemen.’ Het gevoel dat de insectenpopulaties terug liepen achtervolgde me al heel lang, maar ik kon het niet bewijzen. Nou, dan moet je gaan tellen.

Met alleen ’s nachts waarnemen en tellen ben je er niet. Hoe bepaal je wat je ziet en hoe kwantificeer je dat?

‘Zo’n dertig keer per jaar zetten we een groot doek neer in De Kaaistoep, een gebied van de Tilburgse Waterleiding Maatschappij, met grote lampen erop. De nachtvlinders die door licht worden aangetrokken worden ter plekke op naam gebracht. Ik verzamel de overige beestjes  en neem ze mee naar huis om te determineren. Dat kost ongelofelijk veel tijd, na elke inventarisatie ben ik een paar dagen bezig om alles in kaart te brengen. Als ik er zelf niet uit kom, mail en bel ik met collega’s, wetenschappers , net zo lang tot ze allemaal op naam zijn gebracht. Op basis van de vangsten maak ik zelf schattingen van de totale populatie, steeds volgens dezelfde methode. En zo is een reeks cijfers ontstaan waar je op zijn minst een trend uit kunt aflezen. Om een voorbeeld te geven:  Nachtvlinders  zien we ieder jaar minder, steeds zo’n 3%. Dat betekent dat in de afgelopen twintig jaar er zo’n 60% minder van deze groep is. Dat is alarmerend! Er valt van alles af te dingen op de methode en de schattingen, maar de trend is duidelijk, voor vrijwel alle groepen insecten.’

Wordt er op meer plaatsen zulk langdurig onderzoek gedaan?
‘In Duitsland zijn er cijfers van jarenlange tellingen met een malaiseval. Daarbij hebben ze de vangsten steeds uitgedrukt in gewicht van de insecten. Die massa loopt ook jaar na jaar terug. En in Wijster (Drenthe) hebben ze loopkevers gevangen met potvallen, ook jaren lang. Ook die cijfers ondersteunen de trend, met dezelfde percentages. Al dat onderzoek wordt door vrijwilligers gedaan. Het is niet te betalen om professionele onderzoekers zo langdurig hiervoor in te schakelen. Bovendien moet je toch een beetje gek zijn om dit zo lang te blijven doen. Maar ik hoop wel dat er – nu de cijfers zo’n schrikbarende trend laten zien – meer aandacht en geld komt om verder onderzoek te doen en de trend te keren. Insecten zijn een onmisbaar onderdeel van het eco-systeem. Als dat zo terugloopt, komt het hele systeem in gevaar.’

Wat betekent de prijs voor je?
‘Het is een erkenning voor het werk dat we met zijn allen in De Kaaistoep verzetten. Want ik mag dan de prijs krijgen, maar het is het resultaat van jarenlang samenwerken binnen de KNNV-afdeling. Met zijn allen hebben we dit in kaart gebracht en op de agenda gezet. Voor mezelf is het een schouderklopje en aanmoediging om door te gaan. Ik mag graag vertellen over wat we doen en het belang ervan onder de aandacht brengen. De aandacht voor het onderzoek en de cijfers die o.a. door de Universiteit in Nijmegen zijn gepubliceerd heeft geleid tot veel aandacht voor onze tellingen. Ik ben door verschillende media bevraagd. Dat is niet alleen leuk, maar ook belangrijk omdat je het verhaal op die manier verder kunt brengen. De prijs geeft een nieuwe impuls aan die aandacht en is een stimulans om ook volgend jaar weer gewoon door te gaan met ons werk.’

Je bent nu 71 en zit dus nog regelmatig in de nachtelijke uren op De Kaaistoep. Hoe blijf je gemotiveerd voor dit “werk”?
‘Plezier is de belangrijkste drijfveer. Noem het een passie. Het rare is dat als je hier eenmaal mee begonnen bent en zo’n eind bent gekomen, dan kun je er niet mee stoppen. Ik ga door zolang het kan. De gegevens worden elk jaar waardevoller, omdat de trend steeds zichtbaarder wordt. Naast het onderzoek met licht ben ik vooral geïnteresseerd in hoe de natuur in elkaar zit, de biologie en ecologie van soorten. Daarnaast hebben we een hele gezellige groep mensen bij onze KNNV-afdeling, dat helpt ook om door te blijven gaan.

Hans Esselink Award
De Hans Esselink Award is een gezamenlijk initiatief van de partners in Natuurplaza te Nijmegen: Stichting Bargerveen, Sovon Vogelonderzoek Nederland, RAVON, FLORON en de Zoogdiervereniging. Stichting Bargerveen is gestoeld op het gedachtegoed van Hans Esselink, directeur van de stichting tot zijn plotselinge overlijden in 2008. Het werk van Hans Esselink was gericht op het ontwikkelen van nieuwe wetenschappelijke kennis en de toepassing daarvan in het natuurbeheer. Hij was een belangrijke initiator van de samenwerking tussen gegevens-beherende organisaties en onderzoeksinstellingen die in Natuurplaza gestalte heeft gekregen.
Paul van Wielink kreeg na Dr. Wilco Verberk (2010) en Gerard Müskens (2014) als derde de prijs “voor de door hem, samen met alle vrijwilligers van De Kaaistoep, geleverde opmerkelijke inzet en creativiteit op het raakvlak van onderzoek en natuurbeheer, op een grensverleggende wijze.”


Deel deze pagina