dinsdag 3 september 2019

De vogelgriep is een verschijnsel dat al jarenlang zorgt voor grote problemen. Omdat het vogelgriepvirus zo besmettelijk is, worden uit voorzorg complete pluimveeschuren geruimd. Dit gaat gepaard met de dood van honderdduizenden vogels. Hoewel de media voornamelijk berichten over deze vogels, worden ook wilde vogels getroffen door het virus. Welke schade ondervinden deze wilde vogels en welke rol spelen zij bij de verspreiding van het virus?

 

Het vogelgriepvirus, ook wel ‘avian influenza’ genoemd, is een type A griepvirus dat voornamelijk in vogels wordt gevonden. Voor de naamgeving van het virus wordt een combinatie van letters en cijfers gebruikt, zoals H5N1 en H5N8. Deze subtypen danken hun naam aan de eiwitten waaruit ze zijn opgebouwd: hemagglutinine en neuraminidase.¹

Wat vaak bij de naam wordt gevoegd is de mate waarin het virus ziekmakend is, ook wel de pathogeniteit van het virus genoemd. Bij een laagpathogene besmetting zijn weinig symptomen waar te nemen; de vogels hebben weinig tot geen last van het virus.¹ De meeste subtypes zijn laagpathogeen en circuleren van nature binnen wilde vogelpopulaties. Het gevaar is echter dat deze laagpathogene subtypes muteren naar hoogpathogene varianten. Deze zijn zeer dodelijk. Bijbehorende symptomen zijn onder meer ademhalingsproblemen, verlies van balans, onwillekeurige aanspanningen van rug- en nekspieren, bloedophopingen in de hersenen, necrose (dood weefsel) in bijvoorbeeld de alvleesklier, gewichtsverlies en diarree.² Het virus wordt bij vogels onder andere aangetroffen in de veren, de lever of in de luchtwegen en wordt uitgescheiden via de luchtwegen of de cloaca.³ Het virus kan bovendien voor langere tijd in ontlasting en water overleven en op deze manier andere vogels besmetten.⁴

 

Wilde eend

Wilde eenden (Anas platyrhynchos) kunnen net als sommige andere watervogels weerstand opbouwen tegen vogelgriep.

 

De rol van wilde vogels bij de verspreiding

Sinds de opkomst van het hoogpathogene H5N1 virus in China (1996) zijn in Europa twee grote uitbraken van hoogpathogene vogelgriep geweest: in 2006 van het H5N1-virus en in 2016/2017 van het H5N8-virus. Deze uitbraken zorgden voor de dood van duizenden wilde vogels. Sindsdien is veel onderzoek gedaan naar de rol van wilde vogels bij de verspreiding.

Voor het H5N1-virus werd aangenomen dat wilde vogels het virus niet langs langeafstandstrekroutes mee konden nemen door de grote inspanning die de migratie vergde. Ze hebben echter wel een grote rol gespeeld bij de verspreiding van het virus over kortere afstanden.⁵ Voor het hoogpathogene H5N8-virus lag dit anders. Deze variant bleek minder schadelijk te zijn voor bepaalde wilde vogelsoorten. De smient (Mareca penelope) was zeer waarschijnlijk een van de belangrijkste vogelsoorten die een rol speelde bij de verspreiding van dit virus.³ Uit recent experimenteel onderzoek bleek dat deze soort bij besmetting geen klinische (direct waar te nemen) symptomen vertoonde, terwijl hij wel het virus kon uitscheiden. Bovendien zijn smienten sterk migrerend, waardoor het virus over lange afstanden kon worden verspreid.³

 

Risicogroepen

In Nederland komen ongeveer vijftig vogelsoorten voor die een hoger risico lopen op besmetting en overdracht van het hoogpathogene virus.⁶ Op de site van het DWHC (Dutch Wildlife Health Centre) is een lijst te vinden van deze vogelsoorten. Enkele voorbeelden zijn eenden, ganzen, meeuwen, strandvogels, snippen, kraaiachtigen en roofvogels. Grote meeuwen, kraaiachtigen en roofvogels worden waarschijnlijk besmet door het eten van besmette (delen van) vogels.
Opmerkelijk is dat bij zowel experimenteel onderzoek als bij in het wild levende vogels antilichamen zijn gevonden in het bloedserum bij enkele van lijstsoorten. Dit duidt erop dat zij eerdere infecties hebben overleefd.³ Dit ging om onder andere smient, wintertaling (Anas crecca), tafeleend (Aythya ferina) en wilde eend (Anas platyrhynchos). Ook vertoonden zij niet altijd klinische symptomen bij besmetting. Toch verschilt de impact van het virus per vogelsoort. Bovendien is het afhankelijk van de conditie van individuele vogels.

 

 Smienten

Smienten (Mareca penelope) speelden waarschijnlijk een belangrijke rol bij de verspreiding van het H5N8-virus.

 

Schade

De eerste massale sterfte door vogelgriep onder wilde vogels in Nederland vond plaats bij de uitbraak van het hoogpathogene H5N8-virus in november 2016.⁶ Op de Gouwzee en de Randmeren werden in die maand ongeveer 4500 dode vogels gevonden. Het ging hier voornamelijk om kuifeenden (Aythya fuligula). In de eerste helft van december 2016 was een tweede piek in massale vogelsterfte waar te nemen. Hierbij ging het voornamelijk om smienten, met aantallen van ongeveer 500 dode vogels op Texel en 1700 dode vogels in Friesland. Ook bij onder andere wilde eend, knobbelzwaan (Cygnus olor), wintertaling, fuut (Podiceps cristatus), diverse meeuwensoorten en roofvogelsoorten werd het hoogpathogene H5N8-virus aangetoond.⁶
Eind 2017 dook een nieuwe vogelgriepvariant op in Europa: het hoogpathogene H5N6-virus. Dit virus is in Europa van december 2017 tot november 2018 verantwoordelijk geweest voor de dood van 88 wilde vogels.⁷ In Nederland betrof het zes vogels: een buizerd (Buteo buteo), een bergeend (Tadorna tadorna) en vier zwanen.

 

Monitoring en diagnostiek

In Nederland wordt de monitoring van vogelgriep uitgevoerd door de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit), DWHC en Sovon Vogelonderzoek Nederland).⁶

Bij een vermoeden van hoogpathogene vogelgriep verzamelt de NVWA monsters van getroffen vogels. Dit kunnen bijvoorbeeld uitstrijkjes van de cloaca of long- of luchtpijpweefsels zijn. De NVWA stuurt deze vervolgens naar Wageningen Bioveterinary Research, die de monsters onderzoekt om een diagnose vast te stellen.

Mocht u zelf dode vogels aantreffen die mogelijk zijn besmet met vogelgriep, raak ze dan niet aan. Wel kunt u een melding maken van de dode vogels. Voor drie of meer dode watervogels die dicht bij elkaar zijn gevonden, kunt u contact opnemen met de NVWA. Mocht u minder dan drie dode watervogels of andere vogels vinden, dan kunt u dit melden via Sovon en het DWHC.

Voor meer informatie en voor de lijst met soorten die hoger risico lopen op besmetting met vogelgriep kunt u de website bezoeken van een van deze instanties.

• DWHC: www.dwhc.nl/vragen/#melden

• NVWA: www.nvwa.nl/onderwerpen/vogelgriep-preventie-en-bestrijding/vraag-en-antwoord/melden-dode-wilde-watervogels

• Sovon: www.sovon.nl/dodevogels

 

Tekst Stephan van Dijk Foto's Adriaan Dijksen/Foto Fitis

 

Referenties

1. Gauthier‐Clerc, M et al. 2007. Recent expansion of highly pathogenic avian influenza H5N1: a critical review. Ibis 149(2): 202-214.

2. Liu, J. et al. 2005. Highly pathogenic H5N1 influenza virus infection in migratory birds. Science 309(5738): 1206-1206.

3. Brand, J.M. et al. 2018. Wild ducks excrete highly pathogenic avian influenza virus H5N8 (2014–2015) without clinical or pathological evidence of disease. Emerging microbes & infections 7(1): 67.

4. Kurmi, B. et al. 2013. Survivability of highly pathogenic avian influenza H5N1 virus in poultry faeces at different temperatures. Indian Journal of Virology 24(2): 272–277.

5. Weber, T.P., & Stilianakis, N.I. 2007. Ecologic immunology of avian influenza (H5N1) in migratory birds. Emerging infectious diseases 13(8): 1139.
6. DWHC. (2017, 1 februari). Meldingen vogelgriep wilde vogels afgenomen - dwhc.nlDutch Wildlife Health Centre (DWHC). Geraadpleegd op 4 februari 2019, van www.dwhc.nl/vogelgriep-jan-2017/
7. European Food Safety Authority, et al. 2018. Avian influenza overview August–November 2018. EFSA Journal 16(12): e05573.

Deel deze pagina