dinsdag 3 september 2019

Sinds november 2018 is het Kierbesluit, waarmee de sluizen van het Haringvliet stapsgewijs worden opengezet, zodat trekvissen het zoete water in kunnen zwemmen, operationeel. Heel voorzichtig sijpelt nu zout water naar binnen. De KNNV-afdeling Voorne monitort op verzoek van Natuurmonumenten de gevolgen in het nabijgelegen Quackgors.

‘Het is maar een kleine kier waarop de sluisdeuren zijn gezet, maar het begin is er. ‘Er komt nu mondjesmaat zout water naar binnen’, vertelt Theo Briggeman, voorzitter van KNNV-afdeling Voorne. ‘Naar verwachting zal dat in de winter meer worden. Wij gaan monitoren wat de gevolgen van de verzilting zijn voor de natuur.’

Theo Briggeman

Theo Briggeman: 'Wij gaan monitoren wat de gevolgen van de verzilting zijn voor de natuur.'

 

Quackgors

De KNNV’ers voeren al lange tijd inventarisaties uit in de natuurgebieden in de regio, in sommige daarvan zelfs al zo’n veertig jaar lang. De verschillende werkgroepen onderzoeken elk hun “eigen” soorten, van vlinders tot planten, van zoogdieren tot insecten. ‘We hebben met Natuurmonumenten afgesproken dat we het Quackgors in ieder geval de komende vijf jaar gaan volgen’, legt Theo uit. 2018 geldt daarbij als nulmeting. De komende jaren zal duidelijk worden wat de effecten van de verzilting zullen zijn. Ik verwacht met name dat die zichtbaar zal zijn in de vegetatie.’

De Quackgors is een moerasachtig gebied dat grenst aan het Haringvliet, even buiten Hellevoetsluis. Het bestaat voor een belangrijk deel uit grasland. In het Haringvliet liggen voor de kust een paar opgespoten zandbanken. Het gebied biedt onderdak aan heel wat vogelsoorten, waaronder lepelaars, middelste zaagbekken, rietzangers, Cetti’s zangers en diverse steltlopers. Ook de bruine kiekendief wordt er regelmatig gesignaleerd en de roodborsttapuit. Daarnaast zijn er ook bevers te vinden en sinds een jaar heeft een paartje vossen zich gevestigd in het gebied. Maar ook voor insectenliefhebbers is er veel te beleven.

 

Quackgors

Het Quackgors is een moerassige oase aan het Haringvliet.

 

Onmisbare informatie

‘We doen al langere tijd veel inventarisaties voor het Zuid-Hollands Landschap en voor Natuurmonumenten’, vertelt Theo Briggeman. Sinds kort gebeurt dat ook voor gemeenten. ‘Het voordeel is natuurlijk dat wij langdurig onderzoek kunnen doen, zonder dat daar enorme kosten tegenover staan. Door de jaren heen zijn we van uitvoerders gegroeid in de rol van adviseur en meedenker. We worden gevraagd om mee te praten over de ontwikkelingen in een gebied en geven advies over gewenste ontwikkelingen. Werkgroepsleden zitten tegenwoordig regelmatig aan tafel bij de beheerders als het gaat om specifieke soorten.

Alles bij elkaar doen we zo’n veertig tot vijftig onderzoeken per jaar. Ik durf gerust te zeggen dat de kennis die wij leveren onmisbaar is om gericht beheer te kunnen uitvoeren. Daarbij kun je succesjes boeken. Zo is hier op Voorne de enige vindplaats van de Moerasgamander in Nederland, een inmiddels zeer zeldzame plant. Door onze inventarisaties is hij in kaart gebracht en op basis van ons advies wordt er over gesproken het gebied anders te beheren, zodat hij meer kans heeft te overleven.’

Meer aandacht, meer geld

Het Kierbesluit is de start geweest van meer aandacht voor de natuurlijke waarde van het Haringvliet en de directe omgeving. Het Haringvliet kreeg inmiddels samen met de Biesbosch de status van Nationaal Park. Extra financiële middelen, o.a. via de Postcodeloterij, maken het aankopen van grond en beheren van natuurterreinen gemakkelijker. Toch zal de natuur niet heel snel veranderen doordat de sluisdeuren nu op een kier staan, zo verwacht Briggeman. ‘De natuurwinst is er vooral voor de vissen, en dat is een mooie start. Ik hoop en verwacht dat de sluisdeuren op termijn verder open gaan. De boeren rond het Haringvliet zijn natuurlijk bezorgd over de gevolgen van de verzilting. Zij maken voor beregening van het land gebruik van water uit het Haringvliet. Het blijft een wankel evenwicht, waarbij rekening moet worden gehouden met alle belangen en wensen.’

Dat weerhoudt de afdeling Voorne er niet van om aan de weg te blijven timmeren. Omdat er ook een aardig aantal leden is dat op het naastgelegen eiland Goeree-Overflakkee woont en de afdeling zelfs actief is tot in de Hoeksche Waard, zal de naam van de afdeling binnenkort veranderen in Hollandse Delta. De rol als gesprekspartner van natuurbeschermingsorganisaties blijft onveranderd. ‘We blijven ons ermee “bemoeien”, gevraagd en ongevraagd’, stelt Theo Briggeman. ‘Bij voorkeur in overleg, maar we schrikken er ook niet voor terug om bezwaar aan te tekenen tegen vergunningen en bestemmingsplannen die in onze ogen niet deugen. Het liefst praten we vanaf de start mee en procederen we zo min mogelijk. Dat scheelt geld en energie en je kunt veel beter in gesprek blijven.’

 

KNNV’ers Wim en Ria

 

KNNV’ers Wim en Ria gaan vandaag op zoek naar vlinders.

 

 

Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun eigen natuurbeleid. Provincies hebben nu ruimte voor beleidsinterpretatie en de uitvoering van handhaving. KNNV-afdelingen kunnen binnen een provincie meer invloed uitoefenen op natuurbescherming, -beleid, en –beheer. Daarom zijn begin 2018 de KNNV-afdelingen ingedeeld in nieuwe provinciale gewesten en is nagedacht hoe de afdelingen in deze nieuwe situatie effectiever gezamenlijk kunnen optrekken.

 

In het gewest Gelderland hebben afdelingen dit voorjaar een plan opgesteld voor de nabije toekomst. Twee recente publicaties spelen hierbij een belangrijke rol: het Deltaplan Biodiversiteit en het VN-rapport van het biodiversiteitspanel IPBES (First Global Assessment Report on Biodiversity and Ecosystem Services). Het gewest Gelderland wil de krachten bundelen rondom de biodiversiteit in de provincie. Gedacht wordt aan gezamenlijke activiteiten en het verzamelen en verspreiden van kennis over biodiversiteit. Het Gelderse plan is ter inspiratie aan alle contactpersonen van de KNNV gewesten gestuurd. We hopen van harte dat dit navolging zal vinden in de andere gewesten.

Contactpersoon: Betty van Leeuwen

 

Bijdragen aan bescherming

Als we een kijkje nemen bij de Quackgors stuiten we bij toeval op twee KNNV’ers die, gewapend met een vlindernet, over het hek klimmen. Het bord Verboden Toegang geldt niet voor hen, de KNNV’ers die inventariseren hebben een ontheffing. Wim en Ria gaan vandaag op zoek naar vlinders. ‘We proberen toch zo’n viermaal per jaar in kaart te brengen wat er allemaal rondfladdert in dit mooie gebied’, zegt Wim. ‘Genieten van de natuur en buiten zijn, plus het voorrecht om ergens rond te kijken waar andere mensen niet mogen komen’, zo vat Ria haar drijfveren om dit werk te doen samen. ‘Je ziet hier zoveel mooie dingen.’ Briggeman vult aan: ‘Het is ook nog eens belangrijk werk, want op grond van hun bevindingen worden beslissingen genomen over beheer en onderhoud. Zo kunnen we de natuurwaarden in stand houden en waar mogelijk zelf verbeteren. Ook in een stuk van Nederland waar het zo druk is, met zowel recreanten als boeren als beroepsvaart. Dat we daar als KNNV aan kunnen bijdragen, dat is een mooi idee.’

Tekst en foto's Paul van Bodegraven

Deel deze pagina