donderdag 6 juni 2019

Buiten Actief


Zo’n twintig mensen – KNNV’ers en vrijwilligers – verzamelden zich op een frisse zondagochtend in april voor een wandeling door Thijsse’s Hof in Bloemendaal. In het kader van de nationale Bijentelling werd een rondwandeling door de hof georganiseerd onder leiding van Dik Vonk en Anneke Teepe.
De eerste ‘bij’ hebben we al gespot en op de foto gezet voordat de rondwandeling nog maar begonnen is. Een doorgewinterde KNNV’er had geweten dat dit een hommel is, maar voor mij is – tot na deze wandeling – alles wat zoemt in de buurt van een bloem een bij. Daar gaat verandering in komen na vandaag!

Op pad

Gewapend met een net neemt Anneke Teepe ons mee naar de bloemrijke plekken van de hof. De deelnemers aan de wandeling hebben eerder deze week een avond bij elkaar gezeten om te leren hoe ze de verschillende soorten bijen, hommels en zweefvliegen kunnen onderscheiden. Die kennis mogen ze nu in de praktijk brengen. Door de kou zullen we vandaag vooral hommels zien, waarschuwt Anneke. Voor de bijen is het hoogstwaarschijnlijk te fris. Maar wie weet laat de zon zich nog zien en laat een bij zich op een luwe plek verlokken.

Hebbes!

Als eerste treffen we inderdaad een grote hommel. Anneke heeft wat voorwerk gedaan en heeft een vergelijkbaar exemplaar ‘gevangen’ vlak voor aanvang van de wandeling. De groep verzamelt zich rond het kleine potje om het dappere beestje aandachtig te bestuderen. En zelfs ik slaag erin om, met de telkaart in mijn hand, deze hommel te identificeren als een hommel uit de aardhommel-groep. Deze wordt vaak kortweg ‘aardhommel’ genoemd, terwijl feitelijk enkel microscopisch- ofwel DNA-onderzoek - kan uitwijzen dat het ook een veldhommel of een wilgenhommel kan zijn. Na een rondgang langs de mede-wandelaars wordt het onrustige beestje weer losgelaten. Als een speer vertrekt hij naar de andere kant van de tuin.

Terugloop

Dat het niet goed gaat met de bijen is inmiddels bekend. Verschillende oorzaken zijn daaraan debet. Anneke legt uit dat de toename van grootschalige landbouw, inclusief gifgebruik en monoculturen met steeds minder wilde planten in overhoekjes en akkerranden, maken dat stedelijk gebied met zijn bloemdiversiteit in tuinen een soort toevluchtsoord is geworden voor veel wilde bijensoorten en andere bloem bezoekende insecten. Tegelijkertijd zijn dat ook de plaatsen waar vaak bijenkorven worden geplaats, zodat de wilde bijen de concurrentie aan moeten met honingbijen die als volk gehouden worden. Het kan dan lastig zijn om voldoende voedsel te vinden. Voor een toenemend aantal imkers – waaronder Anneke - is dat de reden om bewust ‘volkloos’ door het leven te gaan en zich bijvoorbeeld te wijden aan diverse bloemen-projecten en publieksinformatie over ‘hoe de wilde bijen te helpen’.

Nog meer hommels

Inmiddels hebben groepsleden een volgende ’bij’ ontdekt. Dat blijkt een zweefvlieg te zijn, waar Anneke ook van alles over weet te vertellen. En hij mag mee op de telkaart, dus de score loopt op. Onze volgende hommel wordt met het net uit de planten gevist. Het blijkt een tuinhommel, die met enige moeite mijnerzijds kan worden onderscheiden van de hommels uit de aardhommelgroep. Vooral de plaats waar de gele band over het lijf loopt, blijkt doorslaggevend bij de determinatie. Ook het langere gezicht is kenmerkend ten opzichte van de potentiële look-a-likes. We zien en vangen nog een akkerhommel, net zo een als we voor aanvang van de wandeling zagen!
We verlaten het wandelpad (dat mag eigenlijk niet, maar Anneke zet aan tot burgerlijke ongehoorzaamheid) en betreden zo een wat afgelegen hoekje waar van alles zoemt. Opnieuw zijn de hommels (aard- en tuinhommels) oververtegenwoordigd, maar dan laat toch ook een honingbij zich zien en fotograferen. De weidehommels die Anneke daar eerder spotte op de gevlekte dovenetel zijn er ook gezien door Dik Vonk en zijn groep. Daarna is ook de steenhommel nog herkend, snel vliegend tussen bosschages. Duidelijk op een missie.

Over de Hof

Thijsse’s Hof is een fraaie plantentuin in het sowieso toch al groenrijke Bloemendaal (what’s in a name!). De heemtuin werd in 1925 aangelegd op een paar voormalige aardappelakkertjes, aan de rand van het Bloemendaalse Bos ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van dr. Jac. P. Thijsse. Hij kreeg de twee hectare grond om daar, geheel naar zijn inzichten, zij hof te bouwen. Het werd een plantentuin met alles wat in Kennemerland in het wild groeit en bloeit, en waar ook vogels een rustige plek vinden. Zoals de grote reiger die vandaag zijn kostje bij elkaar scharrelt in de vijver, terwijl wij ons even vergapen aan een vosje, een zandbij met roodkleurige lange beharing op zowel borststuk alsook onderlijf (onderkant en gezicht zwart behaard) die in het zonnetje zit op een blad van een uitbottende meidoorn. Vlakbij het splinternieuwe bijenhotel voor in de Hof worden diverse rosse metselbijen gezien bij paardenbloem.

De tuin in

Na krap twee uur zijn we de hof rond en kunnen we vragen stellen. Die heb ik niet, of het moet zijn of we dit nog een keer kunnen doen als de kou geweken is, want dan is er vast nog veel meer te zien. De fascinatie voor de zoemende wezentjes is bij mij gewekt. Ik lever mijn telkaart mooi niet in, die ga ik gebruiken om te kijken wat er in mijn eigen achtertuin te bewonderen is. Dat blijkt een verstandige keuze, want de volgende ochtend lees ik in de krant dat de bijentelling met vijf dagen verlengd is, in verband met de kou waardoor de tellingen sterk zijn achtergebleven. Komende dagen worden zon en hogere temperaturen verwacht. De tuin in!

 

Deel deze pagina