2009
Oppervlakte: 
698 ha
Afdelingen
Foto: Klaske Grotenhuis

Het Natura 2000 gebied Landgoederen Brummen bestaat uit een drietal deelgebieden: de Empesche en Tondensche Heide, en de landgoederen Voorstonden en Leusveld en omgeving. De gebieden liggen op de overgang van het Veluwe Massief naar de zuidelijke IJsselvallei ten oosten van Eerbeek. De Empesche en Tondensche Heide bestaat uit een van oorsprong vochtig heidegebied. De overige gebieden bezitten een karakteristieke landgoedstructuur met opgaand bos, verspreide bebouwing en natte veenkommen zoals het Turfveen op landgoed Leusveld. Dwars door de gebieden lopen enkele beken die vanaf de Veluwe of vanuit lagere kwelgebieden water afvoeren naar de IJssel. Het gaat om de Eerbeeksche Beek die benedenstrooms Voorstondensche Beek wordt genoemd, Oekensche Beek en Rhienderensche Beek. De waterpeilen in deze beken zijn van grote invloed op de mogelijkheden om water vast te houden in het Natura 2000 gebied.
In het Natura 2000 gebied Landgoederen Brummen zijn zes habitats en twee soorten van Europese betekenis aanwezig. Het gaat om voedselarme tot matig-voedselarme wateren, vochtige heiden met lagere slenken, heischrale graslanden en vochtige bossen met zwarte els en es.

Natuurwaarden: 
Historische kaarten van rond 1900 geven een beeld van de variatie in bodems en in hoogteligging met als gevolg een grote variatie in bodemgebruik. De Empese en Tondense Heide lag aan de westrand van de buurtschappen Empe en Tonden die dichter bij de IJssel op een hogere dekzandrug zijn gesitueerd. Het gebied ligt juist aan de voet van een brede uitspoelingwaaier van grindhoudende, grove zanden op een helling tegen het Veluwe Massief. De Eerbeekse hooilanden en het Loenense broek en de Loenense hooilanden grenzen ten westen aan de heide maar liggen geheel op de uitspoelingwaaier. De heide bestond in die periode uit een uitgebreid kalkmoeras dat jaarlijks maandenlang onder water stond met op de hogere overgangen eerst blauwgraslanden en hoger op vochtige heiden. Het gebied stond onder invloed van toestromend grondwater vanuit de omgeving. Gedurende de afgelopen decennia verdroogde het gebied meer en meer door de diepe ontwatering van de agrarische landerijen in de omgeving. De kalkmoerassen verdwenen en ook de blauwgraslanden kregen het moeilijk. Er bleef een vrij zuur milieu over waarin alleen vochtige heidevegetaties konden overleven. Sinds 2006 worden plannen uitgevoerd om de situatie zoveel mogelijk te herstellen en vestigen zich op de herstelde plekken plantensoorten, zo als ongelijkbladig fonteinkruid en wijdbloeiende rus. Het gaat om planten die een min of meer kalkhoudend milieu eisen. Het landgoed Leusveld bestaat voor een groot deel uit bossen die gerekend worden tot het Europese habitattype bossen op rijkere grond bestaande uit zwarte els en es. Deze bossen worden beschouwd als prioritaire habitat voor Europa. Bijzonder is het voorkomen van de kleine ijsvogelvlinder in een flinke populatie. De waardplant voor deze vlindersoort is kamperfoelie die veel voorkomt in de onderbegroeiing van de vochtige bossen. Het hakhout is op sommige plaatsen weer in beheer genomen om meer licht in het bos te krijgen. Kamperfoelie groeit in de halfschaduw en dit kan worden bereikt door open plaatsen in het bos te creëren. In het Natura 2000 gebied Landgoederen Brummen leven de kamsalamander en knoflookpad in nog behoorlijke populaties. Daarnaast vormt het gevarieerde landschap een leefgebied voor veel andere amfibieënsoorten zoals de kleine watersalamander, de heikikker en de poelkikker. De landgoederen bieden ook schuilgelegenheid en voedsel voor de ringslang en de levendbarende hagedis. Incidenteel wordt de hazelworm er waargenomen. Tot 1996 werd in de Empese en Tondense Heide het zeldzame spiegeldikkopje, een vlindersoort, waargenomen. Het spiegeldikkopje leeft in vochtige tot natte grazige ruigten bij beekbegeleidende broekbossen of hakhoutbosjes en hoogveengebieden. Het waterpeil is wisselend, maar staat ’s winters op of boven het maaiveld. Het is van belang dat de waardplant hennegras en pijpestrootje tot ver in het najaar groen blijft. Door verbossing en verdroging is de populatie van spiegeldikkopjes in de Empese en Tondense Heide afgenomen en uiteindelijk zelfs uitgestorven. Een eventuele hervestiging is moeilijk omdat bestaande populaties thans alleen in Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg kunnen worden aangetroffen.
Bijlage: 

Deel deze pagina