Op deze – koude – ochtend bezochten we met 21 personen twee verschillende plekken bij Bentheim, onder aanvoering van Gerrit Schepers. De eerste was een oude steengroeve, eerst boven- daarna onderlangs indrukwekkende rotswanden.

Uit het boekje: Stenen zoeken, van H Krul, deze citaten: “Ruim 100 miljoen jaren geleden liep door het tegenwoordige grensgebied  - zo ongeveer tussen Enschede en Winterswijk – de grillige kustlijn van een binnenzee (...) als Bentheimer zandsteen een zekere vermaardheid heeft gekregen. Men denkt zich deze zandsteen ontstaan in een soort Waddenzee, waar getijdenstromingen dikke zandlagen deponeerden”. Die vermaardheid is natuurlijk te danken aan het gebruik op grote schaal als bouwsteen.

kaart van de omgeving van Bentheim van rond 1700                                                      oude foto van de steengroeve.

De groeve is al lang buiten gebruik, en helemaal bebost geraakt. Botanisch geen bos waar je van ondersteboven raakt, de begroeiing verschilt niet van wat je bij ons op een zandondergrond aantreft. Maar vooral de bomen die zich overeind hielden tegen de rotsen, geworteld in spleten tussen de stenen, oogstten bewondering.

Bijzonder is het wel, te bedenken dat uit dezelfde zandsteenlagen, maar dan op grote diepte, bij Schoonebeek al heel lang aardolie wordt gepompt. En helemaal, dat er nu zoveel ophef is over het vervuilde water wat hier aan te pas komt, en in Twente weer de bodem wordt ingeperst. Bijna bij Bentheim…

Het tweede deel van de ochtend ging door een deel van het Bentheimer Woud, vlak achter het grote complex van het Kuurbad. Bij de ingang wordt je daar vriendelijk begroet door een jaknikker, alleen haalt die hier geen olie naar boven, maar het blijkbaar geneeskrachtige badwater. Hierachter is een bos met een heel bijzondere aanblik: een eeuwenoud zogenaamd Hutewald, een begraasd bos. Het is heel gevarieerd, door de verschillen in bostypen en ook door het opnieuw opstarten van het vroegere beheer. Voor de begrazing worden dieren ingezet van de dierentuin uit Nordhorn. Ouderwetse huisdierrassen: Galloway koeien, Nederlandse landgeiten, schapen. Het is er grotendeels heel nat, door het bos kronkelt een beekje, met geweldige Elzen. Heel gevarieerde bostypes, met bomen in alle stadia: van kiemplant tot imposante boomlijken, vaak van eeuwenoude Eiken. Het spreekt voor zich, dat zo’n bos een geweldige variatie aan flora en fauna onderdak geeft. Zo is van hieruit de opmars naar ons land begonnen van de Middelste bonte specht. Door het koude en sombere weer was er helaas vandaag weinig te beleven, deze specht liet zich in ieder geval niet horen of zien. Wel de Zwarte, en een paar andere soorten die zich hier prima thuis voelen: veel Boomklevers, Glanskoppen, Appelvink. Voor de flora was het nog te vroeg, het voorjaar moet hier nog beginnen. Meest bijzondere vertegenwoordigers waren nog wel de Boszegge en de Schedegeelster langs het pad, maar de laatste ook nog zonder bloemen. 

Al met al een heel gevarieerde ochtend. verslag: Geert Euverman

Deel deze pagina