Fietstocht molens en natuur.

Klik HIER voor enkele foto's


Natuur en cultuur gaan vaak samen. Denk maar eens aan de forten van de Hollandse waterlinie. Bij molens is dat ook vaak het geval, zij het wat minder uitgesproken. Vandaag gingen we rond Winterswijk kijken. Eerst fietsten we langs het voormalig molenhuis aan de Misterweg. Hier heeft vroeger in het verlengde van de Hoge Hazelder de stellingmolen Fortuna gestaan. Een nieuw woonwijkje heet daar nog naar. In 1917 in brand gevlogen doordat de vang was warmgelopen. Niet meer herbouwd en de stenen onderbouw is in 1961 gesloopt. Door allerlei oorzaken zijn tussen 1900 en 1940 zijn zeker 9 molens in en om Winterswijk verdwenen. Winterswijk was geen uitzondering. In heel Nederland werd het aantal molens gedecimeerd. Vooral door de stoom-, diesel- en later elektrische gemalen en motoren. Je was dan niet meer van de wind afhankelijk. Van de overgebleven restanten van de andere molens zijn de laatste jaren weer een aantal gerestaureerd, zodat nu rond Winterswijk weer vier al dan niet maalvaardige korenmolens staan en met de dubbele molens bij de Plekenpol drie watermolens. In Meddo staat nog de romp van de beltmolen van Sellink.
Zo is het ook met de natuur rond Winterswijk gegaan; er is nog maar een fractie over van wat 100 jaar geleden aanwezig was. Door ontginningen en een andere bedrijfsvoering zien de meeste weilanden er uit als graswoestijnen en ook vandaag zagen we dat akkeronkruiden, zoals de korenbloem nog hier daar in de berm een laatste toevluchtoord heeft gevonden. En net zoals molens gerestaureerd worden, doet men nu aan natuurontwikkeling en worden bijv. in beken die vijftig jaar geleden nog werden rechtgetrokken, weer meanders aangelegd.
Een van de gerestaureerde molens, de Venemansmolen draaide en de molenaar had er plezier in ons alles te laten zien, zelfs tot het raderwerk bovenin de molen. Wel even de molen dan stilzetten; je moet er je vingers (of meer) niet tussen krijgen. Wij weten nu alles van zelfzwichtingssystemen, Ten Havekleppen, koningspil, kroonwiel, bovenwiel en spoorwiel. Vanaf de stelling kon je goed zien wat het windrecht betekende voor de gebouwen op het aangrenzende industrieterrein.
Op naar Miste naar de Meenkmolen, een beltmolen. Miste is ook bekend door de geologische vondsten uit het Mioceen. Een deel daarvan wordt beschreven in een dikke KNNV-uitgave. In de schuur op het landgoed Kotmans is hiervan een kleine tentoonstelling te zien. Op het terrein is ook een mooie collectie zwerfstenen. Bij het beekje, het bos en de heide vonden we o.a. kleverig ogentroost en duizendguldenkruid. De brede wespenorchis was helaas al uitgebloeid. Misschien verspreiden we nu met onze schoenen de sporen weer verder in de omgeving, net zoals een aantal jaren geleden de banden van de fietsen van de fietsvierdaagse deze naar het fietsenhok van de Zonnebrinkkerk brachten. Dit jaar heb ik daar nog 8 exemplaren geteld.
Verderop bij Berenschot konden we in het restaurant het raderwerk en het maalwerk van de watermolen bekijken. In grote lijnen hetzelfde als wat we vandaag al eerder gezien hadden. Maar hier is het alleen voor de sier en wordt niet meer gemalen. Al dat stof en meel op je bord….
Bij de watermolens bij de Plekenpol (al genoemd in een akte uit 1302!) was afgelopen jaar de restauratie gereed gekomen en hebben zowel de oliemolen als de korenmolen hun raderen weer teruggekregen. Maar gemalen wordt hier ook niet meer. Meestal kun je hier wel de grote gele kwikstaart zien, maar daar was het toch te druk voor. Door de uitvoerige rondleiding in de eerste molen kwamen we helaas ook niet meer toe aan een wandeling langs de beek en de vloeiweiden achter de Plekenpol. Vandaag dus wat meer cultuur dan natuur. Maar een mooie middag was het.
Ed Grotenhuis.

Deel deze pagina