Met 9 personen reden we deze bewolkte en stille ochtend naar het Labbegat, een onderdeel van de natuurgebieden Langstraat van Staatsbosbeheer. We parkeerden de auto’s in de berm en gingen even kijken naar het Labbegat, dat niet toegankelijk is wegens de kwetsbaarheid van de natuur; het is het gebied tussen de Winterdijk en de A59 te Sprang-Capelle.
Er tegenover ligt een wel toegankelijk natuurgebied, onderdeel van de Langstraat natuurgebieden. Het bestaat uit lange, smalle stroken land gescheiden door sloten. Een wandelpad eromheen geeft de mogelijkheid de natuur te bekijken. De landstroken zijn ontgrond, dat wil zeggen de bovenste laag vermestte grond is verwijderd, wat kansen biedt voor de natuur om zich te herstellen. Er zijn maar weinig bomen, alleen langs het wandelpad, en een bosachtige strook aan de zuidrand tussen dit natuurterrein en de voedselrijke weilanden, gescheiden door een brede wetering.
Het is alles natuur wat je hier ziet, en het is er zeer rustig. Langzaam wandelden we over het pad genietend van wat we zagen. Jonge padjes en jonge bruine kikkertjes liepen steeds voor onze voeten. In de bomen zong een Groenling en een Zwartkop en in het riet een Karekiet. Oranje zandoogjes vlogen in het Leverkruid van bloem naar bloem. We zagen Echte kamille en veel Grote ratelaar; tussen het riet en de Grote Lisdodde veel Kattestaart , Gewone wederik en Moerasspirea en een enkele Bitterzoet. In de slootjes bloeide Kikkerbeet.

                                                                                                                                                                                                            Bloeiende Kikkerbeet
bloeide Kikkerbeet.We gingen even van het pad met z’n vele Spurrie af om de plantengroei in zo’n strook nader te bekijken en we ontdekten diverse bijzonderheden zoals Veenmos met Moeraskartelblad, Kleine zonnedauw, Ogentroost, Egelboterbloem en Koningsvaren. Ook groeide er Waternavel.
In de wetering bij de bosstrook bloeide Pijlkruid en Zwanebloem. In het bos zong de Winterkoning. We liepen aan de andere kant van de stroken land weer noordwaarts richting Winterdijk over een soort zandige dam die de scheiding vormde tussen de afgegraven stroken en een hoger liggend maisveld. Ook hier verlieten we op één plek even het pad om te zien wat er groeide, we volgden het spoor van een tractor die hier kort geleden over de planten had gereden. We ontdekten enkele groepen Beenbreek bloeiend met donkergele aren, overal veenmos en Kleine zonnedauw, hier en daar wat plukjes Dopheide, een enkele Grote pimpernel, en volop Moeraswolfsklauw. En op het gehele perceel stond Gagel. Maar het mooiste waren de Klokjesgentianen die hier stonden te bloeien en de Welriekende nachtorchissen die nu bijna uitgebloeid waren.
Na deze ontdekking wandelden we over het pad terug richting auto’s begeleid door de zang van een Zanglijster en een Grasmus. In een bredere sloot ontdekten we nog Slangenwortel. Al met al een heel interessant natuurgebied dat ook in andere maanden bijzondere planten zal laten zien.

Gerard Verroen.

Deel deze pagina