Op verzoek van het landelijk bestuur heeft  de KNNV afdeling Wageningen e.o een studiedag voor geïnteresseerden in Grassen en Schijngrassen georganiseerd te Renkum op zaterdag 18 mei.
Lees de aankondiging die in het vroege voorjaar van 2019 is uitgegaan.


Al snel liep het aantal aanmeldingen op, zodat moest worden uitgeweken naar een alternatieve locatie aan het Renkums beekdal. Uiteindelijk zijn we samengekomen in Restaurant Campman met ongeveer 65 mensen. De hoge opkomst zorgde er ook voor dat voor het middagprogramma meerdere excursieleiders uit de Wageningse Plantenwerkgroep werden aangezocht. Bij binnenkomst ontving iedere deelnemer een nummer, dat bleek uiteindelijk het nummer van de excursiegroep. Er waren 6 excursiegroepen.

Bart Heijne
De voorzitter van de KNNV, Bart Heijne opende de bijeenkomst, door het doel van de dag uiteen te zetten: een algemene studiedag Grassen en Schijngrassen mede bedoeld om de Werkgroep Grassen en Schijngrassen van de KNNV onder de aandacht te brengen. Ook vermeldde hij dat de sponsoren: o.m. Prins Bernhard Cultuurfonds en Gemeente Wageningen het belang van graslanden onderkenden.


•    Daarna was het tijd voor de inhoud: Erik Simons, district coördinator van Floron hield een introductie in Grassen en Schijngrassen. (zie de bijlage).
Wat zijn “Grassen en Schijngrassen”: vlgs Erik zijn ze vrnl groen en sprietig, windbestuivers en lastig.

Erik Simons 

 

Gelukkig gaf hij een duidelijk overzicht van het onderscheid van de hoofdsoorten:
-    Russen en Veldbiezen (bloemdek met 2 kransen bloemdekbladeren)
-    Grassen (geen bloemdekbladeren,ronde stengel met knopen)
-    Cypergrassen (zeggen en waterbiezen) (geen bloemdekbladeren, maar haren en urntje, stengel zonder knopen, driekantig)
En daarna ging hij uitgebreid in op de kenmerken: waar moet je op letten.
En dat is nog niet mis:

* bij cypergrassen let je op:  in de bladschijf, de bladschede, de beharing, het tongetje (ook bij zeggen), de groeivorm (horst-zode), huidmondjes, urntjes en tongetje.

* bij grassen let je op: bloeiwijze (aar, aarpluim, pluim), tongetje, oortjes, de groeivorm (horst-zode), bladschijf, spruit.

* bij russen let je op:  stengel (de kamertjes), vorm bloeiwijze, aantal bloemen,  de groeivorm (horst-zode).
Gelukkig kunnen we zijn aanwijzingen nalezen in zijn presentatie en in de middag hebben we ze gebruik in het veld.

Dick Bal
•    De tweede lezing werd gehouden door Dick Bal, van het Ministerie van LNV over
 “Grassen en het Nederlandse natuurbeleid.”
Dick schetste de verschillende door grassen gedomineerde habitatattypen, van rietlanden via pioniersgraslanden naar kalkgraslanden en van matig voedselrijke graslanden, blauwgraslanden via heischrale graslanden naar slijkgraslanden en zelfs naar het zeegras aan toe. 

Grassen worden als afzonderlijke soorten niet in de Habitatrichtlijn genoemd, dus voor bescherming moeten we de ecosystemen beschermen. En voor de bescherming “instandhouding van een habitattype” zijn er twee categorieën typische soorten: een ‘karakteristieke soort’ en een ‘constant aanwezige soort’.
Dick: “Voor de 76 habitattypen en -subtypen zijn in totaal 335 vaatplanten als typische soort geselecteerd, waarvan 29 grassen in 20 habitat(sub)typen.”

En tot slot de Rode Lijst van Vaatplanten, waarop ook enkele grassen:

Rode Lijst Grassen
 
Maar vermelding op de Rode Lijst wil nog niet automatisch zeggen dat een soort beschermd is. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de provincies.
Lees de gehele bijdrage van Dick Bal.

Lunch bij Restaurant Campman

Na een fijne lunch, gingen we in 6 groepjes het veld, het Renkums beekdal in om onze theorie in de praktijk te testen.
Het Renkums beekdal is een natuurgebied bij Renkum en een onderdeel van de Renkumse Poort, de ecologische verbindingszone tussen de Veluwe en de Rijn. Het dal wordt is gevormd in de voorlaatste ijstijd toen het de stuwwal van de Zuidwest Veluwe doorsneed. Vanaf de Veluwe stroomden beken naar de Rijn en die werden in voorbije eeuwen gebruikt voor watermolens t.b.v. papierfabricage. Een deel van het gebied is  ook later nog (tot 2015) industrieel gebruikt, maar is nu als natuurgebied in handen van Staatsbosbeheer.
De KNNV afdeling Wageningen heeft de natuur in het beekdal geinventariseerd, daarover kunt u lezen op een speciale website.

We zagen grassen (gladden en gestreepte witbol, glanshaver, rosse vossenstaart, rood zwenkgras, ruw beemdgras)

en zeggen (hazenzegge, blauwe zegge, pluimzegge, zompzegge)

en russen (pitrus, zeegroene rus)  en ook prachtig bloeiende brede orchissen.

   

   

 

 


Veel geleerd en gezien op deze dag, die wellicht ook de start kan zijn van wat vaker kijken naar grassen en – samen met anderen bijeenkomen om kenmerken en determinaties te bespreken.


Deel deze pagina