2009
moeras
Oppervlakte: 
175 ha
Afdelingen
Foto: Roel Vriesema

Het Wijnjeterperschar ligt langs het riviertje de Boorne of het Koningsdiep (Alddjip) ten zuid oosten van Drachten. Het riviertje de Boorne ontspringt van oorsprong in de venen rondom Bakkeveen. Het riviertje stroomt vervolgens af naar het Sneeker Meer. Rondom de Boorne lagen uitgestrekte veengebieden die vanaf de late Middeleeuwen werden verveend. Vanaf de 16e eeuw werd de vervening planmatig aangepakt en werden er veenkanalen gegraven waarover de turf kon worden afgevoerd. De brongebieden van de Boorne werden daarbij zelfs afgesneden door het graven van de Frieschepalen Vaart. Ondanks al deze graverijen behield de Boorne grotendeels haar natuurlijke karakter.
Het Wijnjeterperschar werd eeuwenlang gebruikt door de boeren van Wynjeterp (thans Wijnjewoude geheten). De begroeiing bestond in die tijd uit natte heiden en schraallanden op de laagste delen en wat drogere heiden op de hogere zandkopjes. Thans wordt een deel van het oorspronkelijke Wijnjeterperschar beheerd als natuurgebied. Daarbij ligt de nadruk op het behouden van de natte, voedselarme begroeiingen van heiden en schraallanden. Dit natuurgebied is aangewezen als Natura 2000 gebied.

Natuurwaarden: 
Het Wijnjeterperschar bestaat uit twee delen die worden gescheiden door een weg, de Nije Heawei. Het gedeelte ten noorden van de Nije Heawei bestaat uit een afwisselend gebied van nattere en drogere heiden, schraallanden, vennetjes die ontstaan zijn in de voorlaatste IJstijd en een oude meander van de Boorne. Door deze mozaĆÆekstructuur van hoog-laag ligging en voedselarme-voedselrijkere bodem is er een grote afwisseling in levensgemeenschappen. Op de overgangen van hoog-laag groeit beenbreek, een plantensoort die tot de leliefamilie behoort. In de zomer bloeit beenbreek met heldergele bloemen. In het Schar liggen enkele zeer rijke en kwetsbare blauwgraslandjes (= voedselarm schraalland). De naam blauwgrasland wordt ontleend aan de planten met een blauwe kleur zoals blauwe zeggen, blauwe knoop en tandjesgras. In deze blauwgraslanden groeien een scala aan plantensoorten zoals kleine valeriaan, grote en kleine ratelaar, heidekartelblad, Spaanse ruiter, veenpluis, knoopkruid, blauwe knoop, borstelgras, tandjesgras, gevlekte orchis en meerdere zeggensoorten. Ten zuiden van de Nije Heawei ligt drogere heide op een complex van zandruggen. In deze drogere heidebegroeiing komen weer andere soorten voor zoals struikheide, gewone dophei en trekrus. Er ligt ook een vennetje met een natte begroeiing van kleine zonnedauw, veelstengelige waterbies en witte snavelbies. De bossen bestaan deels uit loofbos van berk en eik en deels uit naaldbos van Japanse lariks en fijnspar. Ook aan deze kant van de weg ligt er schraalland met orchideeĆ«n. Een van die percelen is vanaf de Nije Heawei goed te overzien. In het Wijnjeterperschar leven in de watertjes bijzondere vissoorten, zoals grote en kleine modderkruiper. Dit zijn doelsoorten voor het Natura 2000 gebied, dat wil zeggen het leefgebied dient geschikt te blijven voor deze soorten. Maar ook enkele gewonere soorten zijn er te vinden, zoals riviergrondel, kroeskarper, paling en zeelt. Er zijn vier habitats die het gebied eveneens kwalificeren als Natura 2000 gebied: Vochtige heide, Droge heide, heischraal grasland en veengrond met slenkbegroeiingen van ondermeer snavelbies. Ze vormen het leefgebied van de heikikker. Ringslang, adder en zandhagedis worden er regelmatig waargenomen en incidenteel ook de hazelworm. Er zijn vier habitats die het gebied eveneens kwalificeren als Natura 2000 gebied: Vochtige heide, Droge heide, heischraal grasland en veengrond met slenkbegroeiingen van ondermeer snavelbies. De vogelfauna is afwisselend en kent vooral soorten van heide en bosranden. Er broeden relatief veel kneutjes, maar ook boompiepers, roodborsttapuiten en geelgorzen. Wintertaling en houtsnip worden jaarlijks vastgesteld, terwijl wulp, watersnip en paapje proberen zich staande te houden.

Deel deze pagina