Deze werkgroep houdt zich bezig met loopkevers, dagvlinders, boktorren, zweefvliegen, steenvliegen, nachtvlinders, wantsen, sprinkhanen, houtwespen, libellen en al die andere rondkruipende of fladderende beestjes bestaand uit een kop, borststuk, achterlijf en drie paar poten.

In veel gevallen worden insecten beschouwd als lastige dieren en zeker niet altijd ten onrechte.

Iedereen die de moeite neemt om een wesp, geelgerande waterkever, boktor of houtwurm eens beter te bekijken en te bestuderen komt er snel achter dat het hier buitengewoon fraaie en boeiende diertjes betreft. Een groene zandloopkever, groot avondrood, smaragdlibel of grote moerassprinkhaan zijn oogverblindend fraaie diertjes die je eerder in de tropen dan in Nederland denkt aan te treffen.

In de Benelux komen meer dan 10.000 soorten insecten voor.

De laatste decennia is de kennis omtrent deze diergroep, de grootste op aarde, enorm toegenomen.

Hun aanwezigheid, of juist afwezigheid, zegt veel over de kwaliteit van de natuur. In het huidige overheidsbeleid spelen met name dagvlinders, libellen en sprinkhanen een steeds belangrijkere rol. Van deze insectenfamilies bestaan inmiddels zogenaamde rode lijsten. Ook terreinbeheerders en natuurbeschermingsorganisaties houden bij beheersplannen meer en meer rekening met het voorkomen van insecten. Aan beheersplannen liggen inventarisatierapporten ten grondslag. Het vele veldwerk wordt in Nederland meestal door vrijwilligers gedaan. Deze vrijwilligers zijn niet zelden lid van een plaatselijke KNNV afdeling. De insectenwerkgroep van de afdeling Zwolle is nog niet betrokken bij dergelijke inventarisatieprojecten.

Wel zijn er nauwe contacten met De Vlinderstichting, EIS Nederland, de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie en de Libellenwerkgroep Overijssel. Interessante waarnemingen worden doorgegeven.

Contactpersoon: Alfred van der Burgh

insecten@ivnzwolle.nl

alfredbur@hetnet.nl

 

Alfred van der Burgh

 

Deel deze pagina